Voorrangsprocedure voor onderwijspersoneel bij het testen op Covid-19

Het streven is dat vanaf vrijdag 18 september 2020 onderwijspersoneel in het primair en voorgezet onderwijs – na toestemming van de schoolleider – toegang krijgen tot de voorrangsprocedure voor het testen op Covid-19 bij de GGD. De voorrangsprocedure is uitsluitend bedoeld voor het zo veel mogelijk voorkomen van uitval van onderwijstijd, zodat de continuïteit van het primair proces niet in gevaar komt. De schoolleider bepaalt wie er voor de voorrangsprocedure in aanmerking komt. Nadere informatie voor scholen (inclusief het speciale telefoonnummer) volgt later deze week.

Afweging

De schoolleider moet een integere afweging maken. Als de voorrangsprocedure vol loopt met niet-spoedeisende testen, kan de snelle doorlooptijd niet meer gerealiseerd worden. De voorrangsprocedure is alleen geoorloofd als de continuïteit van het primair proces in gevaar is. Dat wil zeggen dat er sprake van niet op te vangen lesuitval en/of dat een klas naar huis moet worden gestuurd.

De voorrangsprocedure werkt als volgt:

  • De medewerker meldt zich bij de schoolleider als zij/hij corona-gerelateerde klachten heeft;
  • De schoolleider kijkt of zij/hij in aanmerking komt voor de voorrangsprocedure, hiertoe komt een afwegingskader beschikbaar.

De GGD en alle instanties hebben erg hun best gedaan om de voorrangsprocedure voor het onderwijs te realiseren. De onderwijsorganisaties zijn blij dat dit op deze korte termijn is gelukt. Het is wel belangrijk dat de voorrangsprocedure door iedereen zorgvuldig wordt toegepast.

Bron: www.poraad.nl

Miljoenennota: Investeringen in onderwijs blijven uit

In de Miljoenennota erkent het kabinet dat de onderwijskwaliteit omhoog moet. Structurele investeringen ontbreken hiervoor helaas. Wel sluit de PO-Raad zich van harte aan bij de lof die de Koning uitsprak over de veerkracht van leraren die hun leerlingen tijdens de coronacrisis online begeleidden. De digitale vaardigheden die het onderwijs in de afgelopen maanden opdeed, ontwikkelt de sector graag verder. We zien daarvoor kansen in het Groeifonds dat prominent deel uitmaakt van de Kabinetsplannen.

Naast de aandacht in de troonrede voor het harde werk en de flexibiliteit van het onderwijs, stond er in de Miljoenennota veel wat we al kenden: geld dat al geïnvesteerd is en beleid dat reeds in gang is gezet. Dit zijn de belangrijkste punten:

  • Er komt jaarlijks 32 miljoen euro extra beschikbaar voor vermindering van het lerarentekort, bovenop de bedragen die er dit jaar en deze kabinetsperiode beschikbaar voor zijn gekomen. Dit besluit was al eerder bekendgemaakt. In 2021 wordt het Convenant aanpak lerarentekortverder uitgevoerd, waarin geld is vrijgemaakt voor individuele scholingsrechten, extra professionalisering en nascholing van leerkrachten. Verder is in 2021 ook geld vrijgemaakt voor de noodplannen van de G5.
  • Voor hogere leerlingaantallen en tegenvallers gaat er structureel 450 miljoen extranaar onderwijs, oplopend tot 482 miljoen in 2025.
  • Scholen in het primair onderwijs krijgen langer een bijdrage van de overheid in de kosten voor nieuwkomers. Nu is dat nog 2 jaar, vanaf 2021 komen daar 3 maanden bij.
  • Voor de aanpak van werkdrukis in schooljaar 2021/2022 370 miljoen beschikbaar.
  • Het kabinet stelde afgelopen mei 500 miljoen beschikbaar voor de aanpak van onderwijsachterstandenvoor b.v. bijlessen, 244 daarvan ging naar het funderend onderwijs.

Groeifonds voor kennisontwikkeling

Wel nieuw is het Groeifonds. Vandaag werd bekend dat een derde (6,7 miljard) bestemd is voor kennisontwikkeling. Hoewel nog onbekend is wat deze pot met geld betekent voor de onderwijssector, ziet de PO-Raad hierin kansen voor het verder brengen van digitalisering van het onderwijs. Scholen zijn er klaar voor om hun vaardigheden op dit gebied verder te ontwikkelen.

Onderwijskwaliteit vergt structurele investeringen

Het is goed om te horen dat onze zorg over dalende onderwijsprestaties ook in de tekst bij de miljoenennota doorklinkt. “Werken aan de onderwijskwaliteit is nodig voor kansengelijkheid en het verdienvermogen”, zo staat er. Die dalende kwaliteit is niet van vandaag of gisteren. In onze verkiezingsinbreng benadrukken we de noodzaak van structurele en brede extra investeringen in het onderwijs en een heldere koers voor de toekomst. Het is tijd voor groot onderhoud aan het onderwijssysteem. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat alle jonge kinderen, leerlingen en studenten de kans krijgen hun talenten optimaal te benutten en dat werken in het onderwijs aantrekkelijk blijft.

Bron: www.poraad.nl

Extra kwartaal financiering voor nieuwkomers en asielzoekers

Scholen met een nieuwkomersvoorziening of asielzoekersscholen kunnen een extra kwartaal financiering aanvragen vanwege de coronacrisis. Het gaat om nieuwkomers of asielzoekers die korter dan een jaar en drie maanden in Nederland wonen of tussen de een jaar en drie maanden en twee jaar in Nederland zijn.

Afstandsonderwijs is voor nieuwkomers in het algemeen extra moeilijk, omdat zij de Nederlandse taal nog niet of nauwelijks spreken. Daarnaast missen nieuwkomers vaak de begeleiding door hun ouders, aangezien de ouders in veel gevallen de Nederlandse taal niet spreken. Er is dus een risico dat deze leerlingen extra onderwijsachterstanden hebben opgelopen en dat hun ontwikkeling stagneert. Op deze manier kunnen de PO-scholen extra ondersteuning bieden aan kinderen die tijdelijk geen nieuwkomersonderwijs hebben gehad door de sluiting van de scholen in verband met de coronamaatregelen.

Het gaat om een eenmalige verruiming die geldt in het hele schooljaar 2020-2021 voor alle peildata in dat schooljaar. Scholen kunnen voor een extra kwartaal bijzondere en aanvullende bekostiging aanvragen.

In de regeling wordt onderscheid gemaakt tussen eerste- en tweedejaarsbekostiging. De eerstejaarsbekostiging kan aangevraagd worden voor asielzoekers en overige vreemdelingen die aantoonbaar nog geen jaar en drie maanden woonachtig zijn in Nederland. Daarnaast kan tweedejaarsbekostiging aangevraagd worden voor asielzoekers die aantoonbaar langer dan één jaar en drie maanden en korter dan twee jaar en drie maanden woonachtig zijn in Nederland.

Links

Bron: www.avs.nl

Arbeidsmarktplatform PO zet hoofdlijnen aanpak lerarentekort op een rij

Het Arbeidsmarktplatform PO heeft arbeidsmarktinformatie verzameld over de zes hoofdlijnen van de landelijke aanpak van het lerarentekort. Scholen kunnen deze informatie gebruiken als benchmark of kompas om maatregelen te nemen of ter onderbouwing van hun acties.

 

Het lerarentekort is een complex probleem waar geen pasklare oplossing voor bestaat. Veel scholen hebben moeite om hun vacatures op te vullen. Om de sector te ondersteunen bij het maken van keuzes, zowel landelijk als regionaal, heeft het Arbeidsmarktplatform PO arbeidsmarktinformatie verzameld over de zes hoofdlijnen van de landelijke aanpak van het lerarentekort. Het gaat om:

  • In-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen
  • Zij-instroom bevorderen
  • Behoud van leraren
  • Stille reserve
  • Beloning en carrièreperspectief
  • Anders organiseren en innovatieve ideeën

 

In de analyses zijn kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over de zes hoofdlijnen te vinden. Hoe staat het bijvoorbeeld met de instroom op de pabo? Maar ook: waarom kiezen studenten al dan niet voor de pabo en hoe tevreden zijn zij over hun opleiding?

Op  de site arbeidsmarktplatformpo.nl/aanpaklerarentekort kan in de mindmap op de verschillende hoofdlijnen geklikt worden. Elke hoofdlijn bestaat uit verschillende sublijnen met informatie.

 

Samenwerking in de regio

De arbeidsmarkt voor het onderwijs heeft een sterk regionaal karakter. Scholen kunnen individueel of in samenwerking acties ondernemen om lerarentekorten aan te pakken.

 

Met de subsidieregeling Regionale aanpak personeelstekorten (RAP) wordt de regionale samenwerking tussen scholen, schoolbesturen, lerarenopleidingen en andere betrokkenen gestimuleerd.

 

Links

 

Bron: www.avs.nl

Subsidie aan te vragen voor cultuureducatie

Culturele instellingen die in hun regio daartoe zijn aangewezen, kunnen tot en met 2 november aanstaande subsidie aanvragen voor cultuureducatie in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.

 

De subsidie komt voort uit de subsidieregeling ‘Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024’, die wordt uitgevoerd door het gelijknamige landelijke programma ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’. Via dit programma willen het ministerie van OCW, LKCA en het Fonds voor Cultuurparticipatie samen met partners in het hele land cultuur een vaste waarde in het onderwijs maken en de cultuureducatie versterken.

 

In deze aanvraagperiode is er extra ruimte voor initiatieven op het gebied van kansengelijkheid, de vernieuwing van het curriculum en aansluiting binnen- en buitenschools aanbod. Waar de focus eerder vooral op het po lag, zijn er nu daarnaast ook meer mogelijkheden voor het vo en mbo. Per kalenderjaar is 13,5 miljoen euro subsidie beschikbaar.

 

Meer informatie en aanvragen 

De subsidie kan worden aangevraagd door een culturele instelling die door de provincie of een grotere gemeente daartoe is aangewezen. Heeft u als school interesse om deze subsidie – in samenwerking met culturele partners – in te zetten voor het verder versterken van de cultuureducatie, informeer dan bij uw provincie of gemeente wie in uw regio aanspreekpunt hiervoor is en de subsidie kan aanvragen. Meer informatie is te vinden op de website van het Fonds voor Cultuurparticipatie.

 

Bron: www.vo-raad.nl

Let op: verantwoording reserves verandert

De Inspectie van het Onderwijs heeft een formule ontwikkeld om te berekenen wat een bestuur gemiddeld genomen aan eigen vermogen nodig heeft. De waarde uit deze formule is de ‘signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatige eigen vermogen’. Zodra het eigen vermogen van een bestuur boven de signaleringswaarde uitkomt, betekent dit dat dit bestuur mogelijk teveel eigen vermogen ongebruikt laat. Om te bepalen of dit geld (alsnog) goed kan worden ingezet voor het onderwijs, moeten schoolbesturen zich vanaf verslagjaar 2020 beter verantwoorden over hun reserves.

 

De ministers Van Engelshoven en Slob hebben de Tweede Kamer vlak voor de zomer geïnformeerd over de ‘signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen’. In de Kamerbrief staat meer informatie over de signaleringswaarde.

 

Vooral in het primair en voortgezet onderwijs ziet de inspectie dat schoolbesturen veel eigen vermogen ongebruikt laten. Het is belangrijk dat schoolbesturen een goed beeld geven van de cijfers in de sector, vooral omdat deze niet het verhaal achter de kale cijfers vertellen. Niet alleen naar de overheid, maar juist ook naar toezichthouders, medezeggenschapsraden, leerlingen en ouders. Zodat iedereen weet dat het bestuur het geld op de juiste manier inzet voor het onderwijs en dat het niet onnodig ongebruikt blijft.

 

Hoe ziet de komende periode eruit?

In de komende periode zal de inspectie samen met schoolbesturen werken aan het verbeteren van de verantwoording over de reserves van schoolbesturen. Dat gebeurt op de volgende manieren:

  • De inspectie zal ieder najaar een brief sturen aan schoolbesturen die met hun reserve boven de signaleringswaarde uitkomen. In de brief zal de inspectie het bestuur verzoeken in samenspraak met de interne toezichthouder en medezeggenschapsraad na te gaan welk deel van het eigen vermogen op welke wijze aangewend kan worden voor het onderwijs.
  • Vanaf verslagjaar 2020 is het voor schoolbesturen verplicht om de hoogte van hun reserves te verantwoorden in het jaarverslag. Dit gebeurt aan de hand van de signaleringswaarde. Vanaf verslagjaar 2021 is de signaleringswaarde opgenomen in het portaal XBRL.
  • De bekostigingssystematiek van scholen en de communicatie daarover is soms complex. Het ministerie van OCW vereenvoudigt daarom ‘de bekostiging’ in het primair en voortgezet onderwijs en verbetert de communicatie. Daardoor worden de inkomsten voorspelbaarder, waardoor het minder noodzakelijk is om reserves aan te houden en gemakkelijker wordt om gericht geld te investeren.
  • De PO-Raad en VO-raad ontwikkelen een benchmark voor besturen in het primair en voortgezet onderwijs, waarmee gegevens -waaronder de omvang van de reserve- tussen verschillende scholen vergeleken worden. Het doel hiervan is om binnen de sector meer van elkaar te leren.
  • Het is zonde als het geld dat de overheid in scholen investeert ongebruikt blijft. In de komende jaren doet het ministerie van OCW daarom onderzoek naar de mogelijkheden om te handhaven als een schoolbestuur de reserves niet kan verantwoorden of deze niet met een duidelijk doel afbouwt.

 

Als uw schoolbestuur volgens de nieuwe signaleringswaarde mogelijk te veel eigen vermogen heeft, ontvangt uw bestuur dit najaar hierover een brief van de inspectie. In de brief staat wat de inspectie van u verwacht.

 

Meer weten?

Lees hier het inspectierapport en de beleidsreactie via de Kamerbrief.

 

Bron: www.rijksoverheid.nl

Wetsvoorstel voor meer keuzes bij pensioen ingediend

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wetsvoorstel Bedrag ineens, RVU en verlofsparen ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel komt voort uit de afspraken in het pensioenakkoord.

Het voorstel sluit aan op de ontwikkeling dat mensen meer flexibiliteit willen bij het opnemen van hun pensioen en het besteden hiervan. Daarnaast zijn er door de stijging van de AOW-leeftijd maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat werknemers gezond werkend hun pensioen halen. In het wetsvoorstel zijn regels uitgewerkt waarmee werknemers vanaf 3 jaar vóór de AOW-leeftijd eerder kunnen stoppen met werken. Het gaat om een versoepeling van de RVU-heffing en meer fiscale ruimte om verlof op te sparen.

Deel van het pensioen afkopen

In het wetsvoorstel wordt geregeld dat iemand een deel van zijn pensioen ineens mag opnemen op de pensioeningangsdatum. Dit moet mensen meer vrijheid geven bij het besteden van hun pensioen. Iemand mag maximaal 10% van de waarde van zijn ouderdomspensioen afkopen. Hij mag het bedrag naar eigen inzicht besteden, bijvoorbeeld aan het aflossen van een hypotheek of een reis. De opname van het ‘bedrag ineens’ moet vanaf 1 januari 2022 mogelijk zijn.

100 weken bovenwettelijk verlof opsparen

Momenteel kunnen werknemers maximaal 50 weken fiscaal gefaciliteerd extra bovenwettelijk vakantieverlof en compensatieverlof opsparen. Het kabinet en de sociale partners hebben afgesproken om de fiscale grens te verhogen van 50 naar 100 weken. Het idee is dat werknemers zelf hun duurzame inzetbaarheid vergroten door het opgespaarde verlof op verschillende momenten tijdens hun loopbaan (gedeeltelijk) op te nemen. Zij kunnen het verlof bijvoorbeeld inzetten om een aantal jaar voor de pensioenleeftijd minder te gaan werken of een sabbatical te nemen. Het streven is dit deel van het wetsvoorstel op 1 januari 2021 in werking te laten treden.

RVU-heffing versoepelen

Het kabinet wil de RVU-heffing van 52% tijdelijk versoepelen door een vrijstelling van deze heffing tot een bepaald bedrag in te voeren. Werkgevers kunnen maximaal 3 jaar vóór de AOW-leeftijd aan hun werknemers een bedrag meegeven dat, na aftrek van de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, gelijk is aan een netto AOW-uitkering. De werkgever hoeft over dit bedrag geen RVU-heffing te betalen. De vrijstelling bedraagt bij de start van de regeling € 1.767 per maand of € 63.612 in 3 jaar. De (gedeeltelijke) vrijstelling van de RVU-heffing is een overgangsmaatregel en loopt van 2021 tot en met 2025, met een uitloopperiode tot en met 2028.

Bron: www.rendement.nl

OCW publiceert tweede regeling bekostiging schooljaar 2020-2021

Het ministerie van OCW heeft de tweede regeling bekostiging personeel gepubliceerd voor het schooljaar 2020-2021. Uit deze regeling blijkt dat de personele bekostiging in het primair onderwijs (incl. budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid) met 1,638% is  toegenomen ten opzichte van de definitieve regeling bekostiging personeel 2019-2020.

De belangrijkste wijziging in deze tweede regeling personele bekostiging 2020-2021 is dat hierin, net als in de definitieve regeling personele bekostiging 2019-2020, de indexering van de personele bekostiging voor het kalenderjaar 2020 is verwerkt. In dit kader is het van belang om te vermelden dat in de voorjaarsnota 2020 al bleek  dat de definitieve indexering van de personele bekostiging hoger zou liggen dan waar de cao van was uitgegaan, namelijk 0,65% hoger. Omdat met dit percentage nog nadere cao-afspraken worden gemaakt met sociale partners, moeten schoolbesturen er rekening mee houden dat hierdoor de personele kosten nog met 0,65% van de loonkosten zullen stijgen, gerekend vanaf 1 januari 2020.

Op mijn.poraad.nl lees je meer over wijzigingen in de tweede regeling bekostiging voor het schooljaar 2020-2021 (alleen voor leden met een account voor mijn.poraad.nl).

Bron: www.poraad.nl

VO-raad publiceert cijfers over het voortgezet onderwijs

De VO-raad heeft belangrijke cijfers over het voortgezet onderwijs gebundeld en in beeld gebracht op de pagina ‘VO in cijfers’. Eerder waren al veel cijfers te vinden op de website van de VO-raad maar het is voor het eerst dat de informatie overzichtelijk op één plek is verzameld, weergegeven in grafieken. De cijfersite bevat informatie over bijna 30 onderwerpen en wordt nog verder ontwikkeld en uitgebreid.

Bekijk ‘Voortgezet onderwijs in cijfers’

De site bevat kerncijfers van de sector, maar ook cijfers rondom belangrijke ontwikkelingen of actuele onderwerpen binnen het voortgezet onderwijs. Zo is er informatie te vinden over het aantal leerlingen per onderwijssoort, leerlingprognoses, de personeelssamenstelling en de financiën binnen het vo, maar ook informatie over het lerarentekort, internationale vergelijkingen op het gebied van bijvoorbeeld onderwijstijd, en ontwikkelingen in het aantal leerlingen dat vakken volgt op een hoger niveau. De VO-raad beoogt met de site een betrouwbaar, actueel en relevant beeld van de sector neer te zetten en wil belanghebbenden op die manier informeren over ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs.

De data is afkomstig van bronnen als Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De grafieken bieden de mogelijkheid filters in te stellen, zodat geïnteresseerden zelf de informatie kunnen zoeken die voor hen interessant is. Zo zijn er cijfers per onderwijsniveau, per jaar, per gemeente en kan bij sommige grafieken geselecteerd worden op absolute of procentuele ontwikkelingen.

Bron: www.vo-raad.nl

Zoeken

Laatste Nieuws

CABO Ondersteunt