Nationaal Programma Onderwijs

De huidige generatie leerlingen en studenten verdient alle kansen op volwaardig onderwijs en een goede toekomst. De coronacrisis mag dit niet in de weg staan. Daarom heeft het kabinet het Nationaal Programma Onderwijs gepresenteerd. In totaal wordt er 8,5 miljard euro geïnvesteerd om vertraging in te halen en om leerlingen en studenten die het moeilijk hebben te ondersteunen.

 

Het programma is gericht op de volle breedte van het onderwijs, van voorschoolse educatie tot en met het wetenschappelijk onderwijs. Middelbare scholen ontvangen hiervoor komend schooljaar gemiddeld ruim 1,3 miljoen euro per school. Scholen met veel leerlingen met minder kansen krijgen verhoudingsgewijs meer geld.

 

Het Nationaal Programma Onderwijs richt zich op de brede ontwikkeling van leerlingen en studenten. Hun cognitieve en beroepsgerichte ontwikkeling, hun sociale en persoonlijke ontwikkeling en hun mentaal welbevinden. Het programma biedt ook ondersteuning voor leraren en andere medewerkers in het onderwijs. Zij hebben in het afgelopen jaar enorme flexibiliteit, inzet en creativiteit getoond door onder de steeds wisselende omstandigheden het onderwijs door te laten gaan. Meer informatie over de maatregelen van het Nationaal Programma Onderwijs is te vinden op de website van de Rijksoverheid.

 

Bron: www.rijksoverheid.nl

 

VO: iedere leerling minimaal één keer per week naar school

Leerlingen moeten vanaf 1 maart minimaal één keer per week naar school kunnen. Het is onverantwoord dat de meeste leerlingen nog langer enkel onderwijs op afstand krijgen. Dit leidt tot het verder oplopen van de onderwijsvertraging en tot sociaal-emotionele problemen bij leerlingen. Dit stelt de VO-raad aan de vooravond van het OMT-advies en het kabinetsbesluit over hoe het voortgezet onderwijs na 1 maart les kan geven.

 

Voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller: ‘De meeste leerlingen zitten vanaf half december thuis, dat zijn twee grote vakanties. Zij krijgen uiteraard online onderwijs maar zij kunnen niet naar school om de leraren en elkaar te ontmoeten. Dat leidt tot veel zorgen over het mentale welbevinden van leerlingen. Het kabinet kijkt nu steeds naar wat er nog kan op school. Wij vinden dat er een andere vraag gesteld moet worden: wat is er voor nodig om de scholen te openen?’

Sinds half januari geldt de richtlijn dat ook leerlingen anderhalve meer afstand tot elkaar moeten houden. Dit leidt tot ruimteproblemen bij de scholen. Een oplossing hiervoor kan zijn dat scholen buiten hun eigen gebouw ruimte zoeken, in theaters, hotels en andere leegstaande gebouwen. Gemeenten kunnen hierbij behulpzaam zijn; het kabinet moet hier geld voor vrijmaken, eventueel uit het Nationaal Programma Onderwijs. Voorbeelden van scholen die hiertoe al initiatief hebben genomen zijn het Teylingen College Leeuwenhorst in Noordwijkerhout en het Picasso Lyceum in Zoetermeer.

 

Scholen bepalen wat er mogelijk is

De oproep om leerlingen minimaal één keer per week naar school te laten komen, betekent niet dat leerlingen dan een volledig rooster moeten draaien. Het is aan de scholen zelf om te bepalen wat er mogelijk is. Het belangrijkste is dat leerlingen en leraren elkaar weer ontmoeten, bijvoorbeeld door tijdens mentorlessen in gesprek te gaan.

 

Sneltesten inzetten

Het inzetten van sneltesten is een goed middel om meer fysiek onderwijs op de scholen mogelijk te maken. Op dit moment doen 35 scholen mee aan een proef met sneltesten. De idee is dat deze testen worden ingezet als er een besmetting op school plaatsvindt. Door de mensen die in contact geweest zijn met de besmette persoon snel te testen kan een potentiële brandhaard direct worden gedoofd. Door leerlingen en personeel zichzelf te laten testen kan er snel en op een betrekkelijk eenvoudige manier worden ingegrepen.

 

Om meer ruimte op school te creëren voor leerlingen is het ook belangrijk dat het onderwijspersoneel met voorrang gevaccineerd wordt, en dan met name de oudere en kwetsbare leraren. Al begin januari riep de VO-raad, samen met andere onderwijsorganisaties op om onderwijspersoneel op te nemen in het vaccinatieplan.

 

Bron: www.vo-raad.nl

Wie ontvangt het arbeidsongeschiktheidspensioen?

Wordt uw werknemer voor 35% of meer arbeidsongeschikt? Dan kan hij bij UWV een WIA-uitkering aanvragen. En bij ABP een arbeidsongeschiktheidspensioen. Maar wie ontvangt dit arbeidsongeschiktheidspensioen als uw werknemer nog in dienst is: uw werknemer of u? Het is belangrijk dat u hierover met uw werknemer in gesprek gaat.

 

Uw werknemer heeft recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen als hij een WIA-uitkering ontvangt. ABP keert het arbeidsongeschiktheidspensioen uit aan uw werknemer. Zolang hij nog bij u in dienst is, kan hij ervoor kiezen dat ABP het arbeidsongeschiktheidspensioen aan u, als werkgever, uitkeert.

 

In gesprek met uw werknemer

Wij raden u aan hierover met uw werknemer in gesprek te gaan en met hem af te spreken wie het arbeidsongeschiktheidspensioen van ABP ontvangt. Hiermee voorkomt u dat er achteraf correcties moeten plaatsvinden.

 

Arbeidsongeschiktheidspensioen aanvragen

UWV informeert ons automatisch als uw werknemer een WIA-uitkering krijgt. Het duurt gemiddeld 1 tot 3 maanden voordat wij die informatie van UWV hebben gekregen en hebben verwerkt. Daarna sturen we uw werknemer een brief waarin we hem verwijzen naar MijnABP om het arbeidsongeschiktheidspensioen aan te vragen.

 

Kiest uw werknemer ervoor dat u als werkgever het arbeidsongeschiktheidspensioen ontvangt? Dan kan hij de aanvraag niet via MijnABP indienen, maar vult hij samen met u het aanvraagformulier en de machtigingsformulieren in.

 

Wat gebeurt er zodra uw werknemer uit dienst gaat?

Uw werknemer kan ervoor gekozen hebben het arbeidsongeschiktheidspensioen aan u te laten uitbetalen. Zodra hij uit dienst gaat, zorgt ABP er automatisch voor dat de uitkering naar uw werknemer wordt overgemaakt. Hierover worden u en uw werknemer geïnformeerd.

 

Meer weten?

Wilt u meer weten over arbeidsongeschiktheid? Op deze pagina leest u wat u en uw werknemer moeten weten over:

  • het arbeidsongeschiktheidspensioen
  • premievrije opbouw
  • het aanvragen en uitbetalen
  • voorwaardelijk pensioen veiligstellen
  • vrijwillig pensioenopbouw aanvullen.

 

Bron: www.abp.nl

4 vragen over ABP ExtraPensioen

Wilt uw werknemer sparen voor extra pensioen binnen de fiscale ruimte? Dan kunt u hiervoor vanuit zijn brutosalaris een bedrag storten op de rekening van ABP. Hoe werkt dit ook alweer en wat is, voor u als werkgever, belangrijk om te weten? We geven antwoord op de 4 meestgestelde vragen.

 

Wat is de fiscale ruimte?

Uw werknemer mag wettelijk een bedrag belastingvrij aan pensioen opbouwen. De fiscale ruimte is het verschil tussen dit bedrag en het bedrag dat hij al aan pensioen opbouwt. De inleg in het ABP ExtraPensioen van uw werknemer mag niet hoger zijn dan zijn fiscale ruimte.

 

De hoogte van de fiscale ruimte is voor iedereen verschillend. Voor veel werknemers die bij ABP pensioen opbouwen, is de fiscale ruimte al nagenoeg volledig benut. Daarom kan de fiscale ruimte voor uw werknemers vrij klein zijn.

 

Medio april kan uw werknemer de hoogte van zijn fiscale ruimte zien in MijnABP. Wordt hier geen bedrag getoond, dan kan hij contact opnemen met de klantenservice.

 

Hoe kan ik een bedrag storten in het ABP ExtraPensioen?

U kunt het bedrag overmaken naar de ABN AMRO bank in Heerlen, rekeningnummer NL57ABNA0593495004, t.n.v. Stichting Pensioenfonds ABP.

 

Belangrijk om te weten:

  • Bij de omschrijving vermeldt u een code, die bestaat uit het getal 81 (AEP), direct gevolgd door het klantnummer van de werknemer voor wie de inleg bestemd is.
  • Tussen de code 81 en het klantnummer mag geen spatie, punt, komma of koppelteken staan.
  • Het klantnummer is bij uw werknemer bekend. Hij kan het vinden in MijnABP of op zijn UPO.
  • U kunt alleen een bedrag storten als uw werknemer nog in dienst is én hij fiscale ruimte heeft.

 

Wanneer kan ik weer een bedrag storten?

Dit kan zodra de fiscale ruimte bekend is. Naar verwachting is dit medio april. Bent u vergeten een bedrag te storten in 2020? Dan kunt u dit vanaf medio april weer doen.

Alleen als uw werknemer al vóór medio april met pensioen of uit dienst gaat, kunt u al eerder een bedrag storten. In deze situaties wordt de fiscale ruimte handmatig vastgesteld. Dit kan op twee manieren:

  • U neemt contact op met Relatiebeheer, via relatiebeheer@abp.nlof 045 579 65 56. Zij dienen een verzoek in voor een opgave van de fiscale ruimte en sturen deze opgave daarna naar uw werknemer. Ze kunnen de opgave ook naar u, als werkgever, sturen. Hiervoor heeft u een machtiging van uw werknemer nodig.
  • Uw werknemer kan ook zelf zijn fiscale ruimte opvragen. Hij kan hiervoor contact opnemen met de klantenservice.

 

Zodra de fiscale ruimte is vastgesteld, kunt u een bedrag storten zoals u dat gewend bent.

 

Wat moet ik doen als er een bedrag retour komt?

Soms lukt een betaling niet. Hieronder leest u wat u dan kunt doen.

  • De laatste inleg voor 2020 had op 31 december op de rekening van ABP moeten staan. Heeft u een bedrag gestort na 31-12-2020? Dan komt dit bedrag retour omdat het in 2021 is gestort. De hoogte van de fiscale ruimte voor 2021 moet nog berekend worden. U kunt vanaf medio april weer een nieuw bedrag storten. Dan is de hoogte van de fiscale ruimte bekend.
  • Heeft u een verkeerd AEP-kenmerk gebruikt of komt het bedrag om een andere reden retour? Dan kunt u contact opnemen met Relatiebeheer, via relatiebeheer@abp.nlof 045 579 65 56. Zij zoeken dan uit wat de oorzaak is en hoe dit kan worden opgelost.

 

Wilt uw werknemer meer weten over ABP ExtraPensioen? Wijs hem dan op deze pagina voor meer informatie.

 

Bron: www.abp.nl

Subsidie doorstroomprogramma’s po-vo voor gelijke kansen

Net zoals vorig jaar kunnen scholen aanspraak maken op de subsidie doorstroomprogramma’s po-vo voor gelijke kansen. De aanvraagperiode loopt van 20 februari tot eind april. De regeling heeft als doel de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs te versoepelen. Deelnemers zijn leerlingen die vanuit de thuissituatie of omgevingsfactoren buiten de school minder ondersteuning of hulpbronnen hebben dan hun klasgenoten. Door deelname vergroten zij hun kennis, vaardigheden en motivatie.

 

Subsidie doorstroomprogramma’s po-vo voor gelijke kansen

De subsidieregeling doorstroomprogramma’s po-vo is verlengd, dit betekent dat ook in 2021 en 2022 subsidieaanvragen kunnen worden ingediend. Op 20 februari start de nieuwe subsidieronde. Tot 30 april 2021 kan subsidie worden aangevraagd voor programma’s die erop zijn gericht om de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs te versoepelen. De regeling is onderdeel van het beleid om gelijke kansen in het onderwijs te bevorderen. De regeling is bedoeld voor (toekomstige) vo-leerlingen die op een hoger niveau kunnen instromen of presteren in het vo dan ze tot nu toe laten zien, maar door omgevingsfactoren buiten de school of door de thuissituatie niet of minder vanzelfsprekend dan hun klasgenoten ondersteuning of hulpbronnen tot hun beschikking hebben die nodig zijn om dit niveau te realiseren.

 

Inzetten op kennis en vaardigheden

Het staat scholen vrij om de inhoud van het doorstroomprogramma te bepalen, mits wordt ingezet op kennis en vaardigheden die binnen de (overgang naar de) vo-school van belang zijn, en de randvoorwaarden die nodig zijn om − in het vo − tot leren te komen. Het programma bevat in ieder geval twee van de volgende inhoudelijke lijnen:

  1. cognitieve vaardigheden bijvoorbeeld taal- en leesvaardigheid,
  2. metacognitieve vaardigheden bijvoorbeeld gericht op het versterken van zelfstandig leren
  3. aandacht voor omgevingsfactoren buiten de klas en de thuissituatie, zoals het helpen van ouders om hun kind bij het schoolwerk te ondersteunen.

Scholen mogen zelf kiezen welke leerlijnen in hun programma worden opgenomen.

 

Wijzigingen in de regeling

Op basis van eerste uitkomsten uit het onderzoek naar de implementatie van de regeling zijn ook wijzigingen in de regeling doorgevoerd. De belangrijkste aanpassingen zijn: een aanscherping van de doelgroepomschrijving, een nadere uitleg bij de inhoudelijke lijnen en een nadere omschrijving van de informatie die bij de aanvraag moet worden verstrekt. Met de wijziging wordt het voor vo-scholen mogelijk om aan twee doorstroomprogramma’s deel te nemen. Ook is de lotingsprocedure aangepast. De inzet van de middelen komt hierdoor terecht bij de scholen die ze het hardst nodig hebben.

 

Aanvragen subsidie

Bij het aanvragen van de subsidie moet inhoudelijke informatie worden ingediend. Denk hierbij aan het aantal deelnemers, waarom specifiek deze deelnemers, hoe deze selectie bijdraagt aan het doel van de regeling en hoe de samenwerking is vormgegeven.

 

Meer informatie

Het programma beslaat ten minste 100 klokuren en wordt door ten minste één po-school en ten minste één vo-school gezamenlijk vormgegeven. Meer informatie over de subsidieregeling, de aanvraagprocedure en de meldplicht vindt u op de website van DUS-I.

 

Bron: www.rijksoverheid.nl

Cao-onderhandelingen VO 2021 van start

Deze week is het overleg met de vakbonden begonnen over een nieuwe CAO VO 2021. Mede door de coronacrisis en de beperkte financiële vooruitzichten heeft de VO-raad ingezet op snelle onderhandelingen met een beknopte agenda. Dat geeft zekerheid en ruimte om op andere plekken actuele vraagstukken aan te pakken die nu prioriteit hebben.

 

Tegelijk met deze onderhandelingen zijn cao-partijen een flankerend traject gestart, dat dus naast de cao-onderhandelingen loopt. In dit traject willen partijen op een andere wijze een aantal hardnekkige en langlopende thema’s aanpakken, buiten de druk van de cao-onderhandelingen en met actieve betrokkenheid van de mensen uit het veld. De hierin geagendeerde thema’s zijn moderne arbeidsverhoudingen, taakbeleid, werkdruk en in een later stadium duurzame inzetbaarheid en sociale zekerheid.

 

De huidige cao is door geen van de partijen opgezegd. De consequentie hiervan is dat de cao automatisch met een jaar is verlengd. Daarmee zijn de huidige arbeidsvoorwaarden in de cao gewaarborgd tot 1 januari 2022.

Lees de inzetbrief van de VO-raad

 

Bron: www.vo-raad.nl

Online bijeenkomst over ontslag en werkloosheid in het PO: de financiële gevolgen voor u als werkgever

Welke uitkeringen zijn er eigenlijk? Tot hoelang lopen deze? En hoe hoog bedragen deze uitkeringen? Wat als mijn ex-werknemer weer een baan vindt? En hoe zit het met een eventuele transitievergoeding?

Om financiële gevolgen te kunnen overzien, is het van belang dat u op de hoogte bent van de WW en de WOPO (bovenwettelijke) uitkeringen.

We vertellen u er graag meer over tijdens deze online bijeenkomst die vooral geschikt is voor P&O’ers, schooldirecteuren/bestuurders en controllers in het PO.

 

Agenda

 

Bron: www.vfpf.nl

CBS publiceert achterstandsscores per 1 oktober 2020

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de nieuwe,  geaggregeerde achterstandsscores per basisschoolvestiging (per 1 oktober 2020) gepubliceerd.

 

Het ministerie van OCW heeft het onderwijsachterstandenbeleid voor het primair onderwijs herzien. In het nieuwe beleid, dat in 2019 van kracht is geworden, maakt het ministerie gebruik van de onderwijsachterstandenindicator die het CBS in eerder onderzoek op verzoek van het ministerie heeft ontwikkeld. Dat kan door met de indicator de onderwijsscores per leerling te berekenen en die met een bepaalde formule op te tellen tot achterstandsscores per basisschoolvestiging. Deze scores drukken de verwachte onderwijsachterstand op scholen uit, op basis waarvan OCW het onderwijsachterstandenbudget over scholen verdeelt.

De tabellen geven de achterstandsscores per basisschoolvestiging op 1 oktober 2020, inclusief een uitsplitsing naar onderbouw en bovenbouw.

 

Om de onderwijsachterstandenindicator actueel te houden, wil OCW de indicator periodiek evalueren. Hierdoor kunnen nieuwe ontwikkelingen mee worden genomen in de indicator. Als input voor deze periodieke evaluatie is het wenselijk om jaarlijks de werking van de indicator te monitoren.

 

Peiling AVS

Uit een peiling van de AVS (2 februari) gaf 64 procent van de schoolleiders aan een verschil in de leerprestaties te zien. Gemiddeld schatten schoolleiders dat van alle leerlingen in de school zo’n 62 procent redelijk constant is gebleven in de voortgang. Zo’n 28 procent heeft een achterstand ten opzichte van eerdere jaren (waarvan 18 procent al een achterstand had) en 10 procent lijkt sneller te zijn gegaan.

 

Ruim tweederde van de scholen heeft goed of voldoende zicht op de voortgang van leerlingen. Dat blijkt uit een heel recente peiling van de AVS (11 februari). 10 procent heeft nog geen, matig of onvoldoende zicht op de voortgang. De scholen geven aan dat gemiddeld 12 procent van hun leerlingen tijdens het afstandsonderwijs sneller ging, 62 procent van hun leerlingen constant is gebleven en 26 procent vertraging heeft opgelopen. Van de vertragingen had circa 20 procent al een achterstand. Bij de scholen die zich goed zicht te hebben op de voorrang zijn de cijfers zelf nog iets positiever.

 

Links

 

Bron: www.avs.nl

Motie over dichten loonkloof tussen po en vo aangenomen

Tijdens een debat in de Tweede Kamer is een motie aangenomen die stelt dat de loonkloof tussen personeel in po en v(s)o gedicht moet worden. De motie is ingediend door de SP, GroenLinks, PvdA en de Partij voor de Dieren. Ook coalitiepartners D66 en de ChristenUnie stemden in. Demissionair minister Arie Slob van Onderwijs moet een brief naar de Kamer sturen waarin hij uitlegt hoe de motie tot uitvoer wordt gebracht. De AVS is heel blij met deze ontwikkeling.

 

De AVS pleit al sinds 2018 voor het dichten van de loonkloof tussen po en vo. Dit is ook van groot belang in relatie tot het oplopende schoolleiderstekort in het po. Uit een recente peiling van de AVS (waarvan we de resultaten binnenkort publiceren) blijkt ook dat de komende jaren het schoolleiderstekort nog verder oploopt.

 

In de motie staat dat het “niet te verdedigen is dat er nog altijd een verschil in beloning bestaat tussen primair onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs enerzijds en voortgezet onderwijs anderzijds.”

 

Demissionair minister Slob moet nu, op verzoek van Kamerlid Peter Kwint (SP), een brief naar de Kamer sturen waarin hij aangeeft hoe de motie tot uitvoer moet worden gebracht.

 

Link

 

Bron: www.avs.nl

Plan van gezamenlijke samenwerkingsverbanden door minister goedgekeurd

Minister Arie Slob (Onderwijs) heeft positief gereageerd op het gezamenlijke sectorplan voor afbouw van bovenmatige reserves bij de samenwerkingsverbanden. De vier partijen (Sectorraad SWVVO, Netwerk LPO, PO-Raad en VO-raad) ontvingen vlak voor het weekend de goedkeuring van het ministerie van OCW. Dat betekent dat er voor nu geen generieke korting wordt toegepast op het budget van de samenwerkingsverbanden.

Wel vraagt de minister voor 1 mei een concrete aanscherping van de sectorale monitoring. Er moet duidelijk worden welke informatie op welk moment wordt opgeleverd ten aanzien van de afbouw van de bovenmatige reserve, hoe die informatie wordt verkregen, wanneer de voortgang op het plan onvoldoende is en welke stappen worden ondernomen ter verdere stimulering richting de individuele samenwerkingsverbanden.

Individuele samenwerkingsverbanden aan zet

De komende periode zijn de individuele samenwerkingsverbanden aan zet. Uiterlijk 1 mei dienen zij met een plan te komen, toegesneden op de eigen situatie, waarin wordt beschreven hoe de eventuele bovenmatige reserves worden afgebouwd.  Het plan zal moeten aansluiten bij de ambities van het nu door de minister goedgekeurde gezamenlijke plan.

 

Er zal snel een brief van OCW uitgaan naar de samenwerkingsverbanden met een toelichting hierop en wat er precies van hen wordt verwacht.

 

Bron: www.poraad.nl

Zoeken

Laatste Nieuws

CABO Ondersteunt