In de vorige cao gold voor een leraar in het SO automatisch salarisschaal LB. Hoe zit dit in de CAO PO 2018-2019?

Vraag:

Klopt het dat een medewerker die op een school in het speciaal onderwijs werkt niet meer automatisch in schaal L11 terecht komt. Is schaal L10 ook een optie?

Antwoord:

Voor alle leraren geldt dat per 1 september 2018 de nieuwe functiebeschrijvingen worden vastgesteld en dat op grond van artikel 5.1, lid 4 CAO PO leraren LA in L10, leraren LB in L11 en leraren LC in L12 worden ingeschaald. Deze overschaling vindt automatisch plaats. Er is geen verschil meer tussen leraren in het reguliere basisonderwijs en die in het SBO/SO. Alle leraren moeten minimaal in schaal L10 worden ingeschaald.

Bron: http://www.poraad.nl/

Onderhandelaarsakkoord cao Bestuurders PO

Tijdens een cao-overleg hebben VTOI-NVTK en Bestuurdersvereniging Primair Onderwijs (BvPO) met elkaar gesproken over het afsluiten van en cao bestuurders PO voor de periode 2018-2019 en over het afsluiten van één cao voor bestuurders in het funderend onderwijs in 2020. Beide partijen hebben elkaar bijgepraat over de visie op de toekomst.

Cao vanaf 2020

Beide partijen hebben de afspraak bevestigd, gezamenlijk aan het werk te gaan om tot een toekomstbestendige cao te komen. Deze nieuwe cao zal ingaan vanaf 2020. De cao voor bestuurders zal niet langer gekoppeld zijn aan de reguliere cao po. Er wordt gestreefd naar een gezamenlijke cao voor bestuurders in het funderend onderwijs. Mocht dat niet lukken, dan zullen onderstaande afspraken de uitgangspunten vormen voor de cao bestuurders PO (vanaf 2020):

  • de salarisschalen van de cao bestuurders cao zullen niet langer automatisch stijgen gelijk aan de reguliere cao PO;
  • er wordt een nieuw salarisgebouw ontworpen binnen de WNT-regeling van OCW waarbij het aantal schalen en treden onderwerp van gesprek is;
  • er vindt een versobering van bovenwettelijke werkloosheidsmaatregelen plaats (uiterlijk per 2020);
  • er wordt in de cao expliciet aandacht gegeven aan de professionalisering van de bestuurder, nevenfuncties van de bestuurder en het samenspel bestuurder-toezichthouder.

Cao Bestuurders PO van 1 september 2018 tot 1 januari 2020

Ten aanzien van de invulling van de cao Bestuurders PO tot 1 januari 2020 waren de  voornaamste gesprekspunten loonontwikkeling en bovenwettelijke werkloosheidsmaatregelen. Dit resulteerde in de volgende afspraken:

  • Conform de huidige afspraak (de stijging van het salaris van de bestuurder volgt de trend van de reguliere cao PO) worden de salarisschalen per 1 september 2018 verhoogd met een percentage van 2,5 procent* en er wordt een eenmalige uitkering van 750 euro uitgekeerd (in oktober 2018) naar rato van de betrekkingsomvang.
  • Vanaf 1 januari 2020 geldt de afspraak van de automatische koppeling van salarisstijging in de reguliere cao PO niet langer.
  • Voor de VTOI-NVTK is het belangrijk dat regelingen voor bestuurders (bovenwettelijke werkloosheidsmaatregelen) niet gunstiger zijn dan medewerkers die onder de reguliere cao PO vallen. Daarom is een versobering van de bovenwettelijke werkloosheidsmaatregelen nodig. Dit zal in ieder geval ingaan per 1 januari 2020, maar versnelling is zeer wenselijk. Op dit moment vallen de bestuurders vanwege overgangsrecht nog onder het BBWO. Zodra de Minister van Onderwijs uitsluitsel heeft gegeven over de uitstaande vraag** gaan cao partijen direct het gesprek aan om concrete afspraken te maken over deze versobering.  Onderdeel van die afspraken zal in ieder geval zijn het verkorten van de aanvullende uitkering van 75% van 12 maanden naar 6 maanden, conform WOPO.
  • De basis voor de professionalisering wordt de set van professionaliseringsthema’s voor bestuurders in het funderend onderwijs zoals vastgesteld door de BvPO, de OBV en de VO-academie. De tekst hiervoor wordt gelijkluidend in beide bestuurderscao’s.
  • Er zullen technische aanpassingen worden gedaan wanneer dit noodzakelijk is vanwege  gewijzigde wet- en regelgeving. Overige bepalingen van de huidige cao zullen  inhoudelijk niet ingrijpend gewijzigd worden. Wél zullen er een aantal artikelen anders geformuleerd worden om eenduidigheid in interpretatie en transparantie te bevorderen.

Samenvatting

  • De salarisschalen worden per 1 september 2018 verhoogd met een percentage van 2,5 procent en een eenmalige uitkering van 750 euro (in oktober 2018) naar rato van de betrekkingsomvang.
  • Afspraken over versobering van de bovenwettelijke werkloosheidsmaatregelen worden gemaakt zodra er duidelijkheid is vanuit het Ministerie van OCW, maar zullen in ieder geval ingaan per 1 januari 2020 en houdt o.a. in het verkorten van de aanvullende uitkering van 75% van 12 maanden naar 6 maanden.
  • De basis voor de professionalisering wordt de set van professionaliseringsthema’s.
  • Er zullen technische aanpassingen worden gedaan en een aantal artikelen worden anders geformuleerd om een duidelijke toepassing van de cao-bepalingen te bevorderen.

Tot slot

De onderhandelaars van de BvPO en de VTOI-NVTK zijn blij dat de gesprekken tot dit resultaat hebben geleid. Het onderhandelingsresultaat is inmiddels met een positief advies al aan de leden voorgelegd. Hebt u in de tussentijd al (dringende) vragen? Dan kunt u per mail contact opnemen met de BvPO.

Bestuur BvPO

* Het is onwaarschijnlijk dat wanneer de cao bestuurders PO gevolgd wordt de bezoldiging boven de WNT-regeling van het Ministerie van OCW uitkomt. Desondanks roepen we onze leden op goed naar alle componenten van de bezoldiging te kijken die meetellen voor de WNT- maxima.

** De uitvoeringsregels van  de WNT zijn niet eenduidig over het gegeven dat de bovenwettelijke werkloosheidsmaatregelen binnen de WNT-norm vallen (waarbij wordt uitgegaan van 75.000 euro). Deze vraag ligt ter beantwoording bij de het Ministerie van OCW. 

Bron: www.bestuurdersverenigingpo.nl

Vervangingspool voorzetten of starten per 1 januari 2019

Het reglement van het Vervangingsfonds biedt ook voor het jaar 2019 weer de mogelijkheid om een vervangingspool in te richten.  Hieronder leest u wat u moet doen om een bestaande pool voort te zetten of om een nieuwe pool te starten.

Er bestaat al een vervangingspool

Alle besturen die per 1 oktober 2018 bij het Vervangingsfonds geregistreerd staan met een vervangingspool, vallend onder paragraaf 4.2 van het reglement, ontvangen binnenkort een brief met een handhaafformulier van het Vervangingsfonds. Met dit formulier kunt u aangeven dat u de vervangingspool wenst voort te zetten per 1 januari 2019.

Starten met een nieuwe vervangingspool

Als uw bestuur momenteel geen vervangingspool als bedoeld in ons reglement heeft, kunt u toestemming vragen aan het Vervangingsfonds om te starten met een vervangingspool. Meldt u voor 1 november 2018 schriftelijk aan via het aanvraagformulier en vermeld bij uw aanmelding de omvang van uw totale formatie in fte per 1 november 2018. Wij beoordelen dan uw aanvraag en laten u voor 1 december 2018 weten of u mag starten met de vervangingspool.

Omvang vervangingspool

Ook vanaf 1 januari 2019 is het mogelijk om in plaats van een vervangingspool met een omvang van 4% van de formatie (vereiste inzet is dan 98%), een vervangingspool met een omvang van 6% van de formatie (vereiste inzet is dan 100%) in te stellen. Bij uw aanmelding geeft u aan voor welke maximale omvang u kiest.

Bron: www.vervangingsfonds.nl

Controleer uw gegevens van de 1-oktobertelling

Voor de bekostiging is het belangrijk dat alle leerlingen correct staan ingeschreven in BRON. Controleer daarom van de 1-oktobertelling of alle gegevens zijn uitgewisseld.

Sluitingsdatum 3 december

U hebt tot 3 december 20.00 uur om de gegevens voor de 1-oktobertelling goed in BRON te registreren. De gegevens van 1 oktober die op dat moment in BRON staan, worden meegenomen in de berekening van de bekostiging.

Bron: http://www.duo.nl/

Lerarenfuncties primair onderwijs gelijkwaardig aan voortgezet onderwijs

De lerarenfuncties in het primair onderwijs zijn gelijkwaardig aan de functies in het voortgezet onderwijs. Dat blijkt uit de waardering van actuele functiebeschrijvingen voor het primair onderwijs met een genormeerd functiewaarderingssysteem. Deze uitkomst ondersteunt de claim van de sociale partners in het primair onderwijs dat de beloningen in beide sectoren vergelijkbaar zouden moeten zijn. Dat is nog steeds niet het geval.

In de nieuwe cao voor het primair onderwijs zijn de lerarenfuncties voor het primair onderwijs opnieuw beschreven. Deze nieuwe, geactualiseerde functiebeschrijvingen zijn tot stand gekomen na een intensieve raadpleging waar leraren, schoolleiders en schoolbesturen bij betrokken zijn geweest. De functies zijn vervolgens gewaardeerd met het functiewaarderingsysteem voor primair onderwijs. Dit systeem is net als die voor andere onderwijssectoren gebaseerd op het functiewaarderingssysteem van de Rijksoverheid: Fuwasys.

Uit de waardering voor de functies komen scorepatronen die hetzelfde zijn als in het voortgezet onderwijs: de L10-functie geeft dezelfde somscore als de LB-functie in het voortgezet onderwijs (43343 43333 33 43), de somscore van de L11-functie is hetzelfde als van de LC-functie (44343 44334 43 43). Daarmee is objectief vastgesteld dat de lerarenfuncties in beide sectoren even zwaar zijn.

Functiewaardering

Elke onderwijssector werkt met een eigen functiewaarderingsysteem. Deze systemen zijn vrijwel gelijk omdat ze gebaseerd op het functiewaarderingssysteem van de Rijksoverheid: Fuwasys. Het systeem meet de zwaarte van de functies aan de hand van 14 kenmerken. Elk kenmerk kent een vijftal scores oplopend van 1 tot en met 5. Elk kenmerk wordt gedefinieerd en kent een kenmerktoelichting en elke score kent ook een definitie en een toelichting. Een vrij precies systeem dus.

De geactualiseerde lerarenfuncties zijn gemeten met de bestaande kenmerken en scores van het FUWA-systeem voor primair onderwijs. Daarbij is gebleken dat er een hogere score moest worden toegekend op de zogenaamde analysevaardigheden van de functie (het analyseren van onderwijsresultaten van leerlingen) en op de zwaarte van de contacten (vooral de contacten met ouders zijn zwaarder geworden).

Tegelijkertijd met de actualisatie van de functiebeschrijvingen is het systeem aangepast en zijn de kenmerken, de scores en de toelichtingen daarop gemoderniseerd. Dat heeft geen effect gehad op de inhoudelijke toepassing van het systeem.

De sociale partners, waaronder de AVS, hebben onlangs de definitieve aanpassingen van de functiebeschrijvingen vastgesteld. Deze zijn te vinden op de verschillende websites.

Downloads en links

Functiereeks Leraren primair onderwijs (pdf)
Kenmerken met scoretoelichtingen FUWA-PO (pdf)
Toelichting op de lerarenfuncties in het primair onderwijs (pdf)

Bron: http://www.avs.nl/

Commissie-Dijkgraaf adviseert over krimp in voortgezet onderwijs

Middelbare scholen staan de komende jaren voor een grote uitdaging, omdat het aantal leerlingen fors terugloopt. Scholen moeten daardoor vaak anders gaan werken en meer regionaal samenwerken. Gezien de urgentie van dit probleem heeft minister Slob een adviescommissie ingesteld, onder leiding van Elbert Dijkgraaf. Die gaat in kaart brengen hoe scholen goed kunnen reageren op de krimp en zoekt uit of er knelpunten zijn voor regionale samenwerking.

Naast Elbert Dijkgraaf, voormalig Tweede Kamerlid voor de SGP en professor aan de Erasmus Universiteit, buigen Kete Kervezee, voormalig voorzitter van de PO-Raad en Inspecteur-Generaal van het onderwijs en lid van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen, en Frits Hoekstra, VO-bestuurder in de Randstad en voorheen in Friesland, zich over de krimpproblematiek in het voortgezet onderwijs.

Ondersteunen

Slob: ‘Voor scholen is krimp een groot probleem: gebouwen worden te groot, de inkomsten dalen en het kan moeilijk zijn om leerlingen onderwijs in de buurt aan te bieden. Vooral vmbo komt bijvoorbeeld vaak in de knel. Daarom is het goed dat deze commissie zich over dit vraagstuk gaat buigen. Hoe kan het beter? Waar kunnen we ondersteunen? En: hoe kunnen we scholen stimuleren om samen te werken?’

Volgens Slob hebben veel scholen de aanstaande krimp al op de radar, maar leidt het nog niet overal meteen tot effectieve samenwerking. ‘Terwijl we in het basisonderwijs hebben gezien dat samenwerking dé oplossing is.’

Hart voor onderwijs

De minister is blij dat Dijkgraaf, Kervezee en Hoekstra aan de slag gaan. ‘De commissieleden hebben allen hart voor het onderwijs en veel kennis en ervaring. Ik hoop dat hun werk kan gaan bijdragen aan goed voortgezet onderwijs in het hele land.’

De commissie levert het rapport naar verwachting begin volgend jaar op.

Bron: http://www.rijksoverheid.nl/

Registratie leerlinggewichten vervalt vanaf 1 augustus 2019

Vanaf 1 augustus 2019 hoeven scholen geen gewicht van nieuwe leerlingen meer te registreren. Dit komt omdat vanaf schooljaar 2019-2020 de middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid verdeeld worden op grond van de nieuwe CBS-indicator. In het huidige schooljaar is het nog wel nodig om de gewichten vast te stellen en te registreren.

De nieuwe CBS-indicator maakt gebruik van centrale registerdata, waardoor de gewichten niet meer op schoolniveau geregistreerd hoeven te worden. Het leerlinggewicht is ook van belang voor het vaststellen van de bijzondere bekostiging voor onderwijs aan asielzoekers gedurende het tweede jaar in Nederland en voor de groeitelling in de materiële bekostiging.

In het lopende schooljaar 2018-2019 is het dus nog altijd nodig om de gewichten vast te stellen en te registreren. Vanaf 1 augustus 2019 hoeven scholen geen gewicht van nieuwe leerlingen meer te registreren.

Downloads en links

Kamerbrief nieuwe verdeling middelen onderwijskansenbeleid scholen en gemeenten
Gewicht leerling bepalen (duo.nl)

Bron: http://www.avs.nl/

Transitievergoeding, ook bij gedeeltelijk ontslag

Heeft de werknemer recht op een (gedeeltelijke) transitievergoeding als de arbeidsduur wordt verminderd? Op 14 september 2018 deed de Hoge Raad hierover een uitspraak.

In de voorliggende casus was een werkneemster in het voortgezet onderwijs 104 weken arbeidsongeschikt en had zij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,83%. De werkgever beëindigde de arbeidsovereenkomst en benoemde haar wederom als leraar LC voor een lagere werktijdfactor, van 0,55. De werkneemster ontving hiervoor een akte van ontslag en een akte van benoeming.

Volgens de Hoge Raad moet de mogelijkheid van gedeeltelijk ontslag met daaraan gekoppeld de aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding in een aantal bijzondere gevallen worden aanvaard. Dit is het geval wanneer – door omstandigheden gedwongen – wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer. Hierbij valt te denken aan het noodzakelijkerwijs gedeeltelijk vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en aan blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Het moet gaan om omstandigheden die niet voor rekening van de werknemer komen. Volgens de Hoge Raad is er geen rechtvaardiging te geven voor het mislopen door de werknemer van een gedeelte van de transitievergoeding.

In de volgende drie gevallen kan de werknemer aanspraak maken op de gedeeltelijke transitievergoeding:

  • een gedeeltelijke beëindiging;
  • een algeheel ontslag gevolgd voor een nieuwe, aangepaste arbeidsovereenkomst dan wel
  • aanpassing van de arbeidsovereenkomst.

Het moet wel gaan om een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd:

  • substantieel: het betreft een vermindering van ten minste twintig procent
  • structureel: de vermindering die naar redelijke verwachting blijvend zal zijn.

Betekenis voor de praktijk

De wijze waarop de vermindering van de arbeidsduur wordt vormgegeven doet er vanaf heden niet meer toe; het is niet van belang of de urenvermindering heeft plaatsgevonden in de vorm van ontslag en nieuwe aanstelling, of van aanpassing van de arbeidsovereenkomst.

In die gevallen waarin de arbeidstijd substantieel en structureel is verminderd, kan de werknemer dus aanspraak maken op een gedeeltelijke transitievergoeding. De werkgever dient hier dan ook rekening mee te houden.

Bron: www.vo-raad.nl

Zoeken

Laatste Nieuws

CABO Ondersteunt