210 miljoen voor extra hulp op school

Het kabinet trekt 210 miljoen euro uit waarmee basisscholen, middelbare scholen en mbo-instellingen extra hulp kunnen inschakelen in deze coronatijd. Met dit geld kunnen scholen extra bevoegd personeel inzetten, ondersteuners laten meehelpen en meer gastlessen mogelijk maken, bijvoorbeeld op het gebied van sport, techniek en cultuur.

,,Het is goed dat de scholen zoveel mogelijk openblijven, dat is belangrijk voor de ontwikkeling van leerlingen. Vanwege corona is de druk op met name leraren en schoolleiders extra groot, bijvoorbeeld als hun collega’s in quarantaine moeten. Met dit geld willen we proberen verlichting te bieden in de klas,’’ zegt minister Arie Slob van Basis- en Voortgezet Onderwijs.

Extra personeel

Minister Van Engelshoven: “We zien dat de werkdruk van het personeel in het mbo de afgelopen maanden hoog is opgelopen. Het onderwijs in het mbo gaat zoveel mogelijk fysiek door, maar de anderhalve meter moet daarbij in acht genomen worden, waardoor er meer lessen gegeven moeten worden om alle studenten goed les te geven. Met deze financiële ondersteuning maken we het voor mbo-scholen mogelijk om extra personeel in te kunnen zetten en verlichten we de werkdruk.”

Lesuitval

Scholen en mbo-instellingen moeten vaker fysiek en afstandsonderwijs combineren, dat kan veel van de organisatie vergen. Ook moeten leraren vaker thuisblijven vanwege klachten of ziekte. Dat kan leiden tot meer lesuitval of zelfs het naar huis sturen van klassen of het sluiten van een instelling. Vooral voor kwetsbare leerlingen en studenten kan dat negatief uitpakken.

Ondersteuning

Met 210 miljoen euro extra krijgen scholen en mbo-instellingen een tegemoetkoming in de kosten die zij moeten maken voor vervanging van bijvoorbeeld docenten. Vervanging is niet altijd makkelijk te vinden, vanwege het personeelstekort. Gebruikmaken van bijvoorbeeld regionale vervangingspools kan een oplossing zijn voor scholen. Ook kan de druk op leraren verlicht worden door meer ondersteunend personeel in de school. Zij kunnen bijvoorbeeld helpen bij het handhaven van de coronaregels op het gebied van schoonmaak of toezicht.

Bijlessen

De middelen komen per januari 2021 beschikbaar, schoolbesturen worden zo snel mogelijk over de spelregels geïnformeerd. Dit is een uitwerking van de zogenoemde coronabanen, die de minister van Sociale Zaken onlangs aankondigde. Eerder trok het kabinet al 282 miljoen euro uit om leerachterstanden in te lopen, bijvoorbeeld door extra bijlessen en zomerscholen. Van die regeling is goed gebruikgemaakt door scholen.

Documenten

Kamerbrief over extra hulp voor de klas en verbeterde naleving maatregelen COVId-19

Minister Slob en minister Van Engelshoven informeren de Tweede Kamer over aanvullende maatregelen voor basisonderwijs, voortgezet …

Kamerstuk: Kamerbrief | 16-11-2020

Bron: www.rijksoverheid.nl

Peiling: CAO levert nog niet overal gewenste effect op

Op 1 november moest het functiegebouw geactualiseerd zijn. Direct na die datum is schoolleiders via de AVS middels een vragenlijst gevraagd naar de uitvoering van de CAO-PO 2019-2020 aangaande de nieuwe functiebeschrijving en – waarderingen. Hieruit blijkt dat het op veel plekken goed gaat, vooral DB-directeuren zijn er op vooruitgegaan. Er zijn ook punten waarop teleurstelling is, zowel op proces als resultaat.

In december 2019 sloot de AVS samen met de andere bonden, na meer dan een jaar onderhandelen, met de PO-raad het CAO-akkoord dat heeft geleid tot de CAO-PO 2019-2020. Het resultaat is voorgelegd aan de leden waarna bijna 90 procent van de respondenten heeft ingestemd met de uitkomsten. De AVS staat nog steeds achter dit akkoord, maar ziet tot teleurstelling ook dat dit op verschillende plaatsen voor schoolleiders minder positief uitpakt dan werd beoogd. Schoolleiders zijn van cruciaal belang voor de kwaliteit van het onderwijs en de school en daar hoort een passend salaris bij.

Wat was er afgesproken?

Op 1 januari is eerst de 4,5% loonruimte toegepast. Vervolgens zou aanvankelijk uiterlijk per 1 augustus de nieuwe functiebeschrijving en – waardering klaar moeten zijn, waarop dan de nieuwe salarisschalen van toepassing zouden zijn, waar mogelijk met terugwerkende kracht tot 1-1-2020. Uiteraard dan gevolgd door een tredeverhoging per 1 augustus als u nog niet op de maximumtrede zou zitten.

1 november 2020 was de, wegens corona doorgeschoven, einddatum waarop het proces om het functiegebouw te actualiseren uiterlijk afgerond had moeten zijn, met terugwerkende kracht naar 1 augustus. In deze variant wordt dan de eventuele extra trede gemist.

Inventarisatie en uitkomst vragenlijst

Het eerste wat opvalt in de resultaten van de uitvraag is dat 45% van de (adjunct-)directeuren (nog) geen gesprek heeft gehad met zijn werkgever over de functieomschrijving en -inschaling. Dit is niet in lijn met de cao-afspraken en is voor de AVS onwenselijk. Het verklaart mogelijk ook waarom 24% van de (adjunct-)directeuren zich niet herkent in de nieuwe functiebeschrijving. Wij roepen (adjunct-)directeuren en bestuurders op dit gesprek zo snel mogelijk te voeren.

Van de (adjunct-)directeuren die wel een gesprek hebben gehad, was dat bij 49% vóór de oorspronkelijke datum van 1 augustus. De overige gesprekken vonden plaats voor 1 november. Veel (adjunct-)directeuren ontvingen een mail in de mededelende sfeer over hun nieuwe functiebeschrijving en -inschaling. Deze groep roepen wij met klem op om alsnog het gesprek aan te gaan. Waar nodig kunt u hierbij hulp van de AVS vragen.

Daar waar de nieuwe inschaling is toegepast blijkt dat 53% in D12 is gekomen, waar 51% voorheen in DB zat. Waar 5,1% de DA-schaal had, is dat nu 6,8% in D11. Waar 33,3% in een DC schaal zat, zien wij slechts 16,8% terug in D13. Wij krijgen daarbij diverse klachten van DC(+) directeuren dat hun functie nu alvast op de D12 beschreven en gewaardeerd wordt, wat voor henzelf vanwege de salarisgarantie geen gevolgen heeft, maar voor hun opvolgers wel. Velen ervaren dit als een onderwaardering ofwel devaluatie van het werk dat zij doen. In veel gevallen wordt hier het begrip regio gebruikt om geen D13 toe te kennen, terwijl hiervoor diverse andere criteria eveneens relevant zijn, zoals de functie-inhoud, complexiteit, zwaarte van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Zie hiervoor de website van de AVS.

Bij adjunct-directeuren is er een verandering van ‘35% AB, 48% AC en 14% AD’ naar ‘4% A10, 46% A11, 42% A12 en 8% A13’. Wij ontvangen signalen van onvrede dat de adjunct-schalen in een aantal gevallen op een gelijk waarderingsniveau als de L-schalen zijn gekomen.

Functiebeschrijvingen

Na de gesprekken heeft 63% de voorbeeldfuncties uit de CAO PO gebruikt en heeft men in 25% van de gevallen eigen functies laten beschrijven. Daarbij herkent 77% zich goed in de functiebeschrijvingen.

Het is belangrijk dat de juiste functiebeschrijvingen, met passende functiewaarderingen in het individuele gesprek tussen schoolleider en bestuurder tot stand komen. Daar gaat het nog niet altijd goed. Wij hebben dit nadrukkelijk als klacht bij de PO-Raad neergelegd. Wij signaleren daarnaast dat nog op veel plekken een schoolleider nog geen deel uitmaakt van de GMR en ook niet betrokken wordt bij de actualisering van het functiegebouw. Dat is geen goede zaak, omdat de PGMR instemmingsrecht heeft over het functiehuis van álle personeelsleden. In een goede personeelsvertegenwoordiging horen alle functies zich vertegenwoordigd te weten. Juist hierdoor worden keuzes gemaakt waar op meerdere plekken schooldirecteuren zich op dit moment niet meer in herkennen.

Het vak van schoolleiders heeft de laatste jaren flink meer verantwoordelijkheden gekregen, maar het salaris loopt daarbij niet altijd in de pas. Schoolleiders spelen een cruciale rol en dat moet op de juiste wijze gewaardeerd en beloond worden. Daarom wordt gewerkt aan de ‘toekomstagenda schoolleiders’ en wordt samen met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven een actieplan overhandigt aan minister Slob voor de aanpak van het schoolleiderstekort. Ook wordt er op dit moment een onderzoek gedaan naar de salarissen in de verschillende onderwijssectoren.

Wat doet de AVS voor u als lid?

Als u zich niet herkent in de functiebeschrijving of niet tevreden bent met de functiewaardering of het salarisbedrag, staat de AVS leden bij vanuit de helpdesk of juridische afdeling. Hierbij mag u verwachten dat de AVS zich samen met u buigt over de te zetten stappen. U kunt de helpdesk op alle werkdagen bereiken van 9.00 tot 17.00 uur (behalve op maandagochtend en vrijdagmiddag) via 030 236 1010 of helpdesk@avs.nl.

Bezwaarprocedures

Op 24 november om 16.00 uur organiseert de AVS een webinar met juristen waarin advies, tips en handreikingen worden gegeven hoe leden een bezwaarprocedure kunnen starten. Hiervoor kunt u zich inschrijven. Dit webinar biedt de AVS gezien de uitkomsten van de raadpleging ook aan voor niet-leden.

Tijdelijke cao

Deze maand werd er een tijdelijk cao-akkoord gesloten tot 31-12-2020 met o.a. een eenmalige toelage van 0,7% over het jaarsalaris. De AVS heeft hierbij gepleit voor het meteen structureel maken van deze loonruimte, maar hiervoor kwamen de handen op korte termijn niet op elkaar. Via een achterbanraadpleging vroeg de AVS de leden om hun stem. Een ruime meerderheid van 92% stemde hiermee in.

Nieuwe cao

De AVS zet zich in om bij de nieuwe cao-onderhandelingen resultaat voor schoolleiders te realiseren. Daar is support van alle schoolleiders hard nodig. De komende maanden gaat de AVS samen met zoveel mogelijk schoolleiders in gesprek de inzet van de komende onderhandelingen. De AVS heeft zich al veelvuldig uitgelaten over hoe cruciaal de schoolleiders zijn voor de kwaliteit van onderwijs.

Het belang van de schoolleider is zeer groot en bij de stevige eindverantwoordelijkheden van (adjunct-)directeuren past een significant salarisverschil met leraren. Aantrekken en behoud van goede schoolleiders maakt een goede arbeidsmarktpositie noodzakelijk. Ook is het belangrijk dat er voldoende ondersteuning is ook voor schoolleiders, om de werkdruk binnen de perken te kunnen houden.

Webinar

De AVS wil zich keihard inzetten voor een goed resultaat voor schoolleiders, maar heeft ook te maken met de uitdaging van een kabinet en een werkgeversorganisatie die de hand soms stevig op de knip houden en andere bonden die met name leraren vertegenwoordigen. Om een goede inzet voor de onderhandelingen in 2021 te bepalen vraagt de AVS op diverse manieren input van leden. De gesprekken met de ledenraad, de commissie arbeidsvoorwaarden, de mailgroep, een ledenpeiling heeft al veel informatie opgeleverd. Om nog meer ideeën te verzamelen organiseert de AVS op woensdag 2 december en maandag 14 december twee digitale ontmoetingen met cao-onderhandelaars om samen na te denken over een nog betere cao voor schoolleiders. U kunt zich hier inschrijven.

Link

Cao-akkoord verlenging CAO PO 2019 – 2020 ondertekend

Bron: www.avs.nl

Mijn Vf tijdens de kerstvakantie niet bereikbaar

Vanwege de verhuizing van het portaal en het inrichten van de nieuwe inlogmethode is Mijn Vf een tijdje uit de lucht. Dit hebben we gepland tijdens de kerstvakantie, zodat u er zo min mogelijk last van heeft. Mijn Vf is niet bereikbaar van zaterdag 19 december tot en met zondag 3 januari.

Bron: www.vfpf.nl

Evaluatie passend onderwijs: minister stelt een stevige verbeteraanpak voor

Hoewel er op veel plekken al het nodige bereikt is en het ondersteuningsaanbod beter is geworden, zijn we op veel plekken nog lang niet waar we willen zijn, schrijft minister Arie Slob (Onderwijs) aan de Tweede Kamer over de evaluatie passend onderwijs. De minister stelt daarom een integraal pakket aan maatregelen voor, de zogenaamde verbeteraanpak, waarmee hij inzet op twee lijnen. Op de korte termijn moeten er verbeteringen komen in de uitvoering van passend onderwijs voor alle kinderen.

Daarnaast schetst hij een stip op de horizon richting inclusiever onderwijs.

De PO-Raad steunt de verbeteraanpak, maar heeft wel zorgen over een aantal maatregelen. De sectororganisatie heeft in aanloop naar de evaluatie samen met haar leden en de VO-raad de balans opgemaakt. Passend onderwijs is een grote stelselwijziging geweest. Het stelsel moet nu niet opnieuw helemaal worden omgevormd. De PO-Raad ziet wel dat er op een aantal punten flinke stappen nodig zijn, zodat ieder kind echt passend onderwijs krijgt aangeboden.

Verbeteraanpak passend onderwijs

De belangrijkste maatregelen uit de door OCW voorgestelde verbeteraanpak voor schoolbesturen en samenwerkingsverbanden zijn;

  • Meer zeggenschap voor onderwijzend personeel
    Om de inspraak van onderwijzend personeel te versterken wordt een ondersteuningsprogramma voor medezeggenschap ingericht. Er loopt een wetstraject voor de toekenning op instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting aan de medezeggenschapsraad (MR). De PO-Raad heeft zorgen over het wetstraject medezeggenschap en heeft deze geuit bij het ministerie van OCW. De PO-Raad vindt dat de nadruk moet liggen op het constructieve gesprek tussen school en MR over het ondersteuningsaanbod op school en de afstemming tussen scholen en besturen over het realiseren van een dekkend netwerk en passend aanbod voor alle kinderen in de regio. Ook krijgt de ondersteuningsplanraad instemmingsrecht op de meerjarenbegroting, die gekoppeld is aan het ondersteuningsplan dat ééns in de vier jaar wordt vastgesteld.
  • Een programma van eisen
    Er komt een programma van eisen voor schoolbesturen en hun samenwerkingsverbanden. Het doel van het programma is om duidelijk te maken welke opdrachten en taken schoolbesturen en samenwerkingsverbanden hebben en een helder onderscheid te maken wie waarvoor verantwoordelijk is. De PO-Raad vindt het niet passen in de decentralisatie-gedachte van passend onderwijs dat de verantwoordelijkheden landelijk worden ingekaderd. De situatie is daarvoor regionaal te verschillend en het blijft juist belangrijk dat maatwerk geboden kan blijven worden passend bij de expertise van scholen en besturen binnen een regio.
  • Zorgplicht
    Om zorgplicht beter te borgen worden ouders op alle mogelijke manieren vroegtijdig geïnformeerd over de zorgplicht van schoolbesturen. Zorgplicht is een belangrijk aspect van passend onderwijs. De PO-Raad en VO-raad vinden het goed dat ouders hierbij op tijd nauw betrokken worden.
  • Landelijke norm voor basisondersteuning
    De minister komt met de landelijke norm voor basisondersteuning tegemoet aan de wens van de Tweede Kamer. De PO-Raad denkt niet dat een landelijke norm voor basisondersteuning ervoor gaat zorgen dat meer kinderen een passender onderwijsaanbod krijgen, afgestemd op hun behoeften. Iedere leerling, klas, leraar, school is tenslotte weer anders. De PO-Raad heeft in gesprekken met het ministerie van OCW steeds aangegeven dat het belangrijk is dat er voldoende ruimte is voor scholen om zelf te bepalen hoe de ondersteuningsstructuur en de basisondersteuning eruit komt te zien. Met de open norm waar de minister nu voor kiest, blijft er wel ruimte voor scholen om afwegingen te maken die passen bij de school en leerlingenpopulatie. Tegelijkertijd denkt de PO-Raad dat de update van de norm niet tot verbeteringen in passend onderwijs gaat leiden. De minister wil in 2021 een ambitieuze norm voor basisondersteuning ontwikkelen. De PO-Raad wijst er op dat een ambitieuze norm ook financiële gevolgen heeft voor het bieden van de basisondersteuning en dat er goed moet worden nagedacht hoe onderwijsmiddelen efficiënt en doelmatig kunnen worden ingezet.
  • Reserves samenwerkingsverbanden
    Samenwerkingsverbanden met een vermogen boven de signaleringswaarde van de Onderwijsinspectie zijn verplicht zich hierover te verantwoorden, vanaf verslagjaar 2020. Als het bovenmatig eigen vermogen niet goed onderbouwd is, moet dit worden afgebouwd. De minister gaat dit actief handhaven. De PO-Raad onderschrijft dat samenwerkingsverbanden kritisch moeten kijken naar hun eigen vermogenspositie op basis van de signaleringswaarde. Afbouw van het bovenmatig vermogen moet onderwerp van gesprek zijn en actief worden opgepakt binnen het samenwerkingsverband. De PO-Raad vraagt echter ook aandacht voor het zorgvuldig en beleidsrijk afbouwen van de reserves. Leerlingen zijn er niet bij gebaat als er onder hoge druk en zonder een duidelijk beleidsrijk plan geld van het samenwerkingsverband naar scholen wordt overgemaakt. Dit heeft de PO-Raad ook eerder onder de aandacht gebracht van de samenwerkingsverbanden middels een brief.
  • Scherper toezicht van de Onderwijsinspectie
    De Inspectie gaat nadrukkelijker toezicht houden op passende ondersteuning in met name het regulier onderwijs, maar ook op de samenwerkingsverbanden. De PO-Raad gaat met de Onderwijsinspectie in gesprek over het nieuwe onderzoekskader. In de uitwerking is het van belang dat het toezicht bijdraagt aan de gewenste ontwikkeling voor meer verantwoordelijkheid voor schoolbesturen. Het toezicht moet gericht zijn op de dialoog en niet op afvinklijstjes.

Samenwerking onderwijs en Jeugdzorg

Om de ontwikkelkansen voor kinderen en jongeren echt te verbeteren, moet er meer ruimte komen voor een integrale visie en aanpak voor de jeugd. Dat bepleiten de PO-Raad en het programma Mét Andere Ogen. Deze moet gericht zijn op brede ontwikkeling en gefaciliteerd worden vanuit verschillende domeinen en departementen. De samenwerking tussen onderwijs en gemeenten is cruciaal bij passend onderwijs, maar zij ervaren teveel last van schotten die de samenwerking bemoeilijken. De ministeries van OCW en VWS benaderen deze sectoren teveel los van elkaar, terwijl integraal beleid geboden is.

Op weg naar inclusiever onderwijs

Minister Slob schrijft in de beleidsreactie dat de komende vijftien jaar gewerkt wordt aan meer inclusie in het onderwijs. De PO-Raad vindt het goed dat er een stip op de horizon wordt gezet richting inclusiever onderwijs. Er zijn scholen en samenwerkingsverbanden die eraan toe zijn om de volgende stap naar inclusie te maken. De 11 inspiratieregio’s van het programma Mét Andere Ogen zijn hier een voorbeeld van. Ook inspirerend zijn de 35 samenwerkingsinitiatieven die zijn ontstaan tussen regulier en speciaal onderwijs.  Met de ruimte die de minister biedt om te experimenteren met inclusie, kunnen deze initiatieven een volgende stap maken.

Op 16 november gaat de Tweede Kamer in debat over passend onderwijs. De PO-Raad en VO-raad hebben een brief naar de Tweede Kamer gestuurd om een aantal belangrijke punten met betrekking tot passend onderwijs onder de aandacht te brengen van de Kamerleden.

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Intensieve samenwerking en integratie regulier en speciaal onderwijs – 10 praktijkvoorbeelden

Bron: www.poraad.nl

Nieuwe aow-leeftijd door de Kamer

Deze week werd het wetsvoorstel dat regelt dat de aow-leeftijd groeit met 8 maanden voor elk jaar dat een Nederlander langer leeft aangenomen. De komende jaren groeit de aow-leeftijd naar 67 jaar in 2025. Pas daarna wordt jaarlijks gekeken of en hoeveel de aow-leeftijd moet ophogen.

Eind oktober hadden de betrokken ministers de Kamer al gevraagd om het wetsvoorstel zo snel mogelijk te behandelen. Toen werd al toegezegd dat het wetsvoorstel nog voor het kerstreces op de agenda zou komen. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel zijn geen aanpassingen aan het wetsvoorstel meer aangenomen.

De nieuwe aow-leeftijd

Elk jaar wordt de aow-leeftijd opnieuw vastgesteld voor iedereen die over 5 jaar de aow-leeftijd bereikt. Werknemers hebben dus pas 5 jaar voor de aow-datum zekerheid. Toch valt goed te voorspellen wanneer iemand deze leeftijd bereikt. De formule waarmee de leeftijd wordt berekend is namelijk bekend. De komende 5 jaar loopt de aow-leeftijd langzaam op naar 67 jaar. Vanaf 2025  is de aow-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Voor elk jaar dat een Nederlander gemiddeld langer leeft, gaat hij 8 maanden later met pensioen.

De levensverwachting wordt door het CBS berekend. Op basis van deze 2 gegevens kunt u de aow-leeftijd dus uitrekenen.

  • Werknemers die nu 50 zijn gaan waarschijnlijk rond hun 68e met pensioen
  • Werknemers die nu 40 zijn gaan waarschijnlijk rond 68 en 9 maanden met pensioen
  • Werknemers die nu 30 zijn gaan waarschijnlijk rond 69 en 6 maanden met pensioen

Bron: www.salarisnet.nl

Doe mee met maandelijks onderzoek naar effecten coronavirus (PO en VO)

Onderzoeksbureau Oberon start, in opdracht van het ministerie van onderwijs, een onderzoek naar de gevolgen van COVID-19 voor het primair en voortgezet onderwijs. Doel van het peilingsonderzoek is zicht houden op de continuïteit van het onderwijs, tijdig knelpunten signaleren en maatregelen nemen als dit nodig is. Het onderzoek bestaat uit zes peilingen die in de periode november 2020 t/m april 2021 worden afgenomen. Iedere maand wordt een nieuwe peiling gehouden. Afhankelijk van de ontwikkelingen kan het onderzoek nog verlengd worden.

Een deel van de schoolvestigingen ontvangt maandag 16 november 2020 per e-mail een uitnodiging van Oberon om deel te nemen aan de eerste peiling (november) uit het onderzoek. In het primair onderwijs ontvangt een selecte groep van schoolvestigingen de uitnodiging, in het voortgezet onderwijs alle schoolvestigingen. Ook alle vestigingen uit het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs ontvangen een uitnodiging.

Graag roept de AVS de scholen op om mee te doen aan het onderzoek. Het invullen van de vragenlijst kost gemiddeld 5 tot 10 minuten tijd.

Doel van het onderzoek

Ook in deze tijd van corona blijft het onverminderd van belang dat kinderen onderwijs krijgen. Scholen werken er hard aan om goed onderwijs te blijven bieden. Tegelijkertijd zorgt deze uitzonderlijke situatie voor uitdagingen. Door actief te monitoren kunnen scholen, besturen, sectororganisaties en het ministerie tijdig knelpunten signaleren en maatregelen nemen als dit nodig is. Zo moet het onderzoek onder andere zicht bieden op de continuïteit van het onderwijs bij lesuitval, de doorgang van toetsen en schoolexamens en leerachterstanden.

Maandelijkse rapportage

Per 15 oktober 2020 is het meldpunt schoolsluiting vanwege corona geopend. Bij dit  meldpunt wordt geregistreerd hoeveel scholen of vestigingen tijdelijk sluiten als gevolg van het coronavirus. Het peilingsonderzoek zorgt voor aanvullende kwalitatieve informatie. Deze  informatie wordt samen met de informatie uit het meldpunt gebruikt voor een maandelijkse rapportage die openbaar beschikbaar komt. De rapportage geeft inzichten in trends en ontwikkelingen op landelijk en regionaal niveau en is niet terug te leiden tot individuele scholen of vestigingen.

Bron: www.avs.nl

Uitspraak samenloop zwangerschaps- en bevallingsverlof met vakantie

De Hoge Raad is van mening dat onderwijspersoneel dat zwangerschaps- en/of bevallingsverlof heeft tijdens de schoolvakanties, hiervoor gecompenseerd moet worden. De hoogste rechterlijke instantie kwam tot deze conclusie naar aanleiding van zogenaamde prejudiciële vragen, die de kantonrechter in Den Haag eerder had gesteld in een bodemprocedure.

Lees de uitspraak van de Hoge Raad

In artikel 14.1 lid 7 CAO VO is opgenomen dat een docent die zwangerschaps- en/of bevallingsverlof heeft gedurende de zomervakantie, dit vakantieverlof op een later moment kan opnemen. Samenloop van andere schoolvakanties met zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt echter niet gecompenseerd.

Een docent was het hiermee niet eens en spande een bodemprocedure aan, waarbij zij een vordering indiende om alsnog ook de andere schoolvakanties gecompenseerd te krijgen. De docent stelde hierbij – kort gezegd – dat door het niet compenseren van de andere schoolvakanties een ongeoorloofd onderscheid op basis van geslacht wordt gemaakt. De kantonrechter stelde hierover vragen aan de Hoge Raad en deze oordeelde dat inderdaad sprake was van strijd met gelijke behandelingswetgeving. Zonder volledige compensatie kunnen mannelijke werknemers meer vakantierechten hebben dan vrouwelijke werknemers.

Formeel moet de kantonrechter in Den Haag nog uitspraak doen in de bodemprocedure. De antwoorden van de Hoge Raad zullen hierbij leidend zijn.

Gevolgen voor de CAO VO

De uitspraak van de Hoge Raad leidt ertoe dat het bepaalde in artikel 14.1 lid 7 CAO VO nietig (ongeldig) is.

Gevolgen voor werkgevers en werknemers

De uitspraak heeft tot gevolg dat samenloop van zwangerschaps- en bevallingsverlof met alle schoolvakanties moet worden gecompenseerd, in tegenstelling tot het bepaalde in de CAO VO. In hoeverre vorderingen uit het verleden toewijsbaar zijn, wordt momenteel onderzocht.

Bron: www.vo-raad.nl

Nieuwe regeling devices voor onderwijs op afstand door corona

Het kabinet stelt opnieuw geld ter beschikking om leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs van een tablet of laptop te voorzien. Leerlingen kunnen zo thuis onderwijs op afstand volgen, waardoor onderwijsachterstanden verder tegen worden gegaan. In de Kamerbrief kondigt minister Slob aan hiervoor 3 miljoen euro vrij te maken.

Lees de Kamerbrief ‘Voorkomen van onderwijsachterstanden door de coronacrisis’

Door de aanhoudende coronacrisis zijn er steeds meer scholen die fysiek en digitaal onderwijs combineren. Maar niet alle kinderen hebben thuis de beschikking tot een device om online lessen te kunnen volgen. Met het extra geld kunnen naar verwachting zo’n 7.500 achterstandsleerlingen worden ondersteund. In het voorjaar stelde de minister in totaal 6,3 miljoen euro beschikbaar, waarmee al duizenden leerlingen zijn geholpen.

VO-raad maakt afspraken over voorwaarden

De VO-raad zal namens zijn leden in gesprek gaan met OCW om afspraken te maken over de subsidievoorwaarden, zodat duidelijk is welke scholen voor deze regeling in aanmerking komen en wat de scholen zelf moeten doen en wat ze zelf bij moeten dragen. Wanneer de voorwaarden zijn vastgesteld zullen wij berichten hoe de aanvraag kan worden ingediend.

Uitvoering door Sivon

Net als eerder dit jaar zal SIVON de tablets en laptops verstrekken. SIVON brengt nu alles in gereedheid en start gesprekken met leveranciers. Scholen met veel achterstandsleerlingen krijgen voorrang.

Onderwijsachterstanden door corona

Slob vindt het van groot belang dat alle leerlingen in de klas én thuis goed onderwijs kunnen blijven volgen, hoe lang de coronacrisis ook duurt. Het gaat hem aan het hart dat ondanks alle inspanningen van scholen en het kabinet onderwijsachterstanden de afgelopen maanden groter zijn geworden en bestaande verschillen tussen leerlingen zijn uitvergroot.

Bron: www.vo-raad.nl

Let op met vermeldingen in gemeentegids!

Dit jaar zijn er weer tal van facturen binnen gekomen die betrekking hebben op vermeldingen van scholen in plaatselijke gemeentegidsen. De werkwijze van de bedrijven die hierachter zitten is als volgt; ze bellen bij voorkeur op momenten waarop je druk bent. Vooral rond de vakantietijd (zomer/kerst/voorjaar).

Wees op je hoede met wat je zegt. Er loopt vaak een geluidsbandje mee. Dit wordt van te voren niet altijd gemeld. Deze geluidsopname kan worden gebruikt als het geven van akkoord voor het plaatsen van een vermelding in de gemeentegids.

Een dringend advies is om na zo’n telefoontje altijd de e-mail in de gaten te houden. Denk daarbij ook aan het spamfilter. Na zo’n gesprek wordt er namelijk een e-mail gestuurd. Ze bevestigen daarin de afgesproken plaatsing en sturen een pdf-voorbeeld mee als bewijs. Belangrijk is dan ook hierop meteen te reageren en de opdracht in te trekken. Ze gokken erop dat deze e-mail wordt gezien als advertentie en je er dus te laat op reageert. Er worden ook andere voorwaarden dan gebruikelijk gehanteerd; 8 in plaats van 14 dagen bedenktijd. Voor je het weet zit je dus voor een jaar vast aan deze plaatsing.

Mocht je onverhoopt toch te laat zijn, zeg het contract dan meteen op. Vaak is er een maand opzeggingstermijn. De plaatsing wordt anders namelijk stilzwijgend verlengd.

Om elk jaar opnieuw zo’n vermelding te verkopen worden andere bedrijfsnamen gebruikt terwijl het in principe hetzelfde bedrijf betreft. Het vestigingsadres is identiek.

Alert zijn is dan ook het devies!

Bron: CABO

Zoeken

Laatste Nieuws

CABO Ondersteunt