CAO VO 2018-2019 beschikbaar

De teksten van de CAO VO 2018-2019 zijn (digitaal) beschikbaar. Het gedrukte CAO-boekje is nog niet beschikbaar. Dit volgt zo spoedig mogelijk.

De teksten zijn de uitwerking van het onderhandelaarsakkoord dat de VO-raad en onderwijsvakbonden op 12 juni sloten. De afspraken uit de CAO VO 2018-2019 gelden met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2018. De cao loopt tot 1 oktober 2019.

Download de CAO VO 2018-2019

Bron: http://www.vo-raad.nl/

CAO PO 2018-2019 nu in boekvorm

Op 2 juli jl. is de cao ondertekend door de sociale partners, waaronder de AVS. Daarna is er hard gewerkt om het onderhandelaarsakkoord om te zetten in een cao-tekst. De teksten zijn inmiddels definitief en als pdf downloadbaar. AVS-leden en andere belangstellenden kunnen de CAO PO 2018-2019 nu ook in boekvorm (paperback) bestellen via de website van de AVS.

Uit de praktijk blijkt dat er veel behoefte is onder leidinggevenden in het primair onderwijs om gebruik te kunnen maken van een papieren versie van de CAO PO. Daarom geeft de AVS de tekst opnieuw in boekvorm uit (voor € 16,95). Er is een aparte uitgave gemaakt van de salaristabellen 2018-2019 (voor € 9,95), die binnenkort ook via de site van de AVS te bestellen is.

Over de CAO PO 2018-2019

De nieuwe CAO PO 2018-2019 is per 1 januari 2018 van kracht en heeft een looptijd tot 1 maart 2019. Deze cao omvat onder andere een aantal aanpassingen in hoofdstuk 3 in het kader van de werking van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) voor het primair onderwijs en de uitzondering op de ketenbepaling bij vervanging wegens ziekte. Ook is in deze nieuwe cao in hoofdstuk 5 de aanpassing van de functiebeschrijvingen voor leraren opgenomen. Daarnaast bevat de publicatie de nieuwe salarisschalen met de loonsverhoging voor 2018.

Regionale netwerkbijeenkomsten

De AVS houdt in september door het hele land netwerkbijeenkomsten, speciaal voor AVS-leden. Centraal staat de uitleg over de nieuwe CAO PO en de inzet van de AVS bij de volgende cao-onderhandelingen. Het AVS-bestuur en de cao-onderhandelaars gaan hierover graag met schoolleiders in gesprek, evenals over andere zaken die hen bezighouden. De bijeenkomsten zijn in Heerlen, Tilburg, Zutphen, Assen, Den Haag, Grootegast, Castricum, Raalte, Goes en Utrecht. Tijdens de bijeenkomsten is de CAO PO 2018-2019 in boekvorm verkrijgbaar tegen een gereduceerde tarief (€ 15).

Downloads en links

Data, locaties en aanmelden netwerkbijeenkomsten
CAO PO 2018-2019 in boekvorm bestellen
Download CAO PO 2018-2019

Bron: http://www.avs.nl/

Effecten nieuwe cao op de personele bekostiging

De indexering van de personele bekostiging op grond van de referentiesystematiek en de extra kabinetsbijdrage van 270 miljoen euro voor onderwijzend personeel heeft een aanzienlijk effect op de personele bekostiging 2017-2018 en 2018-2019. Zo zal de personele bekostiging voor onderwijzend personeel voor het schooljaar 2017-2018 ten opzichte van de definitief vastgestelde personele bekostiging 2016-2017 toenemen met 5,2%.

Op de website van de PO-Raad is meer informatie te vinden over de loonsverhoging voor medewerkers volgens de nieuwe cao (lees: Hoeveel loonsverhoging krijgen medewerkers volgens de nieuwe cao?) en de dekking van de bijkomende kosten (lees: Hoe worden de loonafspraken precies gedekt?; hiervoor moet u inloggen op mijn.poraad.nl).

De bijdrage van het kabinet voor de ontwikkeling van lonen, pensioen en overige sociale werkgeverslasten, is voor 2018 op grond van de referentiesystematiek vastgesteld op 2,6%. Dit heeft voor het schooljaar 2017-2018 een indexering van de GPL (gemiddelde personeelslast) van ca. 1,7% tot gevolg ten opzichten van de definitieve GPL voor 2016-2017. Voor 2018-2019 stijgt de GPL voor onderwijzend personeel (OP)  met ca. 0,9%. De indexering van de GPL OP is tevens ook de indexering voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid (P&A-bekostiging)

Het kabinet heeft daarnaast volgens het regeerakkoord per 1 januari 2018 een bedrag van 270 miljoen euro beschikbaar ter verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor leraren. Dit betekent eveneens dat zowel de personele bekostiging als de P&A-bekostiging toeneemt met ca. 3,9%. Dit percentage heeft voor 2,6% betrekking op het schooljaar 2017-2018 en voor ca. 1,3% betrekking op het schooljaar 2018-2019 (Deze verdeling komt omdat OCW uitgaat van betaalritme van 0,6545 m.b.t. de laatste 7 maanden schooljaar/ eerste 7 maanden kalenderjaar en 0,3455 m.b.t. de eerste 5 maanden schooljaar/ laatste 5 maanden kalenderjaar).

De definitieve cijfers voor het schooljaar 2017-2018 worden in augustus gepubliceerd en in september uitgekeerd. De aangepaste regeling bekostiging 2018-2019 zal in september worden gepubliceerd en in oktober worden aangepast.

In onderstaand wordt een indicatie gegeven met de verwachte aanpassing van de regeling bekostiging 2017-2018 en 2018-2019.

 

Aanpassingen GPL OP 2017-2018 (indicatief)

 
Definitief 2016-2017 (juli 2017) 62.597
Overige 0,9%
2,6% loonontwikkeling 2018 (7 maanden) 1,7%
Regeerakkoord middelen (7 maanden) 2,6%
Totaal 5,2%
OP GPL 2017-2018 65.875
  • De post overige is een verzameling van eerdere gepubliceerde aanpassingen waaronder de referentieruimte 2016, actieplan leerkracht, correctie eenmalige herstelopslag 2016, niet doorgewerkte loon- en salarismaatregelen, etc.).
  • Dit aanpassingspercentage van 5,2% geldt ook voor de indexering P&A budget.
  • De bedragen in geld zijn gebaseerd op de bedragen in het basisonderwijs. De procentuele aanpassingen zijn hetzelfde in het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
  • Omdat actieplan leerkracht en de regeerakkoordmiddelen alleen op leerkrachten van toepassing zijn, is de indexatie van GPL voor (adjunct)directeuren en OOP in 2017-2018 t.o.v. 2016-2017 lager dan voor OP. Deze wordt geschat op 2,4%.
 

Aanpassingen GPL OP 2018-2019 (indicatief)

 
Indicatie 2017-2018 65.875
2,6% loonontwikkeling 2018 (5 maanden) 0,9%
Regeerakkoord middelen (5 maanden) 1,3%
totaal 2,2%
OP GPL 2018-2019 67.323

Bron: http://www.poraad.nl/

Let op: Formulier Arboverklaring gewijzigd!

Als een medewerker langer dan zes weken afwezig is door ziekte, dient het schoolbestuur een verklaring van de arboarts of bedrijfsarts te uploaden via ‘Mijn Vf’ waaruit blijkt dat de betrokken medewerker ziek is. Zowel het formulier Arboverklaring als de voorbeeldbrief waarmee u uw arbodienst kunt informeren over dat formulier, zijn nu gewijzigd. Voortaan kunt u de volgende documenten te gebruiken:

Formulier Arboverklaring
Voorbeeldbrief

Beide documenten zijn aangepast naar aanleiding van vragen en onduidelijkheden over de oorspronkelijke versies.

Het Vervangingsfonds mag alleen de noodzakelijke gegevens ontvangen. Wij raden u  aan bovenstaand formulier Arboverklaring te gebruiken, om vertraging in de verwerking te voorkomen. In dit formulier worden namelijk alleen de gegevens gevraagd die aangeleverd mogen en moeten worden. Daarmee voldoen we aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Een arbodienst mag een eigen of ander formulier gebruiken, mits dat niet meer informatie bevat dan de door ons gevraagde gegevens. Medische gegevens mogen in geen enkel geval aan het Vervangingsfonds verstrekt worden!

Bron: http://www.vervangingsfonds.nl/

Nieuwe normklassen en -vergoedingen per 1 september 2018

De vergoeding van vervanging wordt berekend op basis van normklassen. Een afwezig personeelslid wordt ingedeeld in de normklasse die correspondeert met het bruto salaris dat voor dit personeelslid is vastgesteld in de cao PO. Als gevolg van de nieuwe cao gelden per 1 september 2018 nieuwe  normklassen en -vergoedingen:

                ondergrens bovengrens normvergoeding per uur
Klasse 1 € 2.581,- € 16,05
Klasse 2 € 2581,- € 3.302,- € 21,50
Klasse 3 € 3.302,- € 4.024,- € 28,41
Klasse 4 € 4.024,- € 4.731,- € 32,70
Klasse 5 € 4.731,- € 42,20

Meer informatie over de normklassen en normvergoedingen

Bron: http://www.vervangingsfonds.nl/

 

Premieheffing voor poolmedewerkers Participatiefonds

Tot nu toe droegen schoolbesturen geen premie af aan het Participatiefonds voor poolmedewerkers. Dit gaat veranderen per 1 augustus (ingang van reglementsjaar 2018-2019). Vanaf deze datum zijn schoolmedewerkers die aangesteld zijn in een pool premieplichtig bij het Participatiefonds. Schoolbesturen zien dit voor het eerst terug in de maandverwerking van september 2018. Deze verandering vindt plaats, omdat er op dit moment een onterechte en ongewenste situatie bestaat. Mochten poolmedewerkers namelijk worden ontslagen dan komt de werkloosheidsuitkering volledig ten laste van het collectief, terwijl deze medewerkers geen premie aan het Participatiefonds afdragen. Voor het Vervangingsfonds blijft de situatie van de poolers ongewijzigd. Voor hun wordt dus geen premie Vervangingsfonds berekend.

Bron: http://www.vervangingsfonds.nl/

Participatiefonds: Werkdrukgelden en loonsverhoging geen invloed op ontslagruimte

Met ingang van het nieuwe schooljaar ontvangen schoolbesturen binnen het primair onderwijs werkdrukgelden, die scholen kunnen inzetten om de werkdruk te verminderen. Als een schoolbestuur een vergoedingsverzoek indient voor een beëindiging van een dienstverband op formatieve gronden, dan worden deze werkdrukgelden bij de berekening van de ontslagruimte buiten beschouwing gehouden.

Een schoolbestuur kan bij het vergoedingsverzoek gewoon de rekentool invullen. Het Participatiefonds voert dan daarna een correctie uit op de resultaten van de berekening, zodat de werkdrukgelden niet meetellen bij de ontslagruimte.

Ook de loonsverhoging zal geen invloed hebben op de berekening van de ontslagruimte. Voor ontslagen per 1 augustus 2018 hanteert het Participatiefonds de financiële gegevens waarin deze loonsverhoging nog niet is opgenomen. Het Overzicht financiële beschikkingen (Ofb) van april 2018 wordt vergeleken met het Ofb van april 2017. Bij de berekening van de ontslagruimte voor ontslagen per 1 augustus 2019 wordt het Ofb van april 2019 vergeleken met het Ofb van oktober 2018, waarin de loonsverhoging wel is opgenomen.

Bron: http://www.participatiefonds.nl/

Nieuwe brochure Participatiefonds over uitkeringen bij werkloosheid

In verband met de aanpassingen van de bovenwettelijke uitkeringen in de CAO PO 2018 – 2019 heeft het Participatiefonds een nieuwe versie uitgebracht van de brochure “Afkomstig uit het primair onderwijs? Wat u moet weten over uw werkloosheidsuitkering en re-integratie”.

In de brochure wordt informatie gegeven over de (boven)wettelijke en aanvullende uitkeringen in het primair onderwijs. Onder andere wordt ingegaan op de hoogte van de WW-uitkering en de duur ervan. Ook wordt informatie gegeven op de vraag wat de gevolgen zijn als op korte termijn ander werk wordt gevonden en hoe het zit met de pensioenopbouw. Verder wordt ingegaan op de rechten en plichten van werkloze personeelsleden en wordt een overzicht verstrekt van de betrokken instanties.

Brochure Afkomstig uit het primair onderwijs (juni 2018)

Bron: http://www.avs.nl/

No-riskpolis: looncompensatie bij ziekte arbeidsbeperkte

Bent u bekend met de no-riskpolis? Werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking in dienst hebben gebruiken de no-riskpolis vaak niet. Veel werkgevers weten niet dat het mogelijk is om voor werknemers met een no-riskpolis bij ziekte een beroep te doen op de Ziektewet. Ook werknemers beseffen vaak niet dat zij een no-riskpolis bezitten of kiezen ervoor de werkgever hierover niet te informeren.

Het gebruik van de no-riskpolis door werkgevers voor werknemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering en minder dan 35 procent arbeidsongeschikten is door UWV onderzocht.

Financiële regeling

Om mensen met een arbeidsbeperking te ondersteunen bij het aan het werk komen en te blijven, bestaan er diverse regelingen, instrumenten en voorzieningen. Een van de financiële regelingen om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen is de no-riskpolis. De no-riskpolis zorgt ervoor dat de werkgever financiële compensatie ontvangt als een werknemer met een arbeidsbeperking ziek wordt. Bij ziekte krijgt zo’n werknemer een Ziektewetuitkering van UWV die de werkgever in mindering kan brengen op het loon dat hij moet doorbetalen.

Voor de werkgever is er een advieswijzer op uwv.nl die inzicht geeft welke regelingen van toepassing zijn (waaronder de no-riskpolis) wanneer de werkgever iemand in dienst neemt of heeft die in het doelgroepregister staat.

Zie Advieswijzer doelgroepregister – welke financiële regelingen zijn er?

Bij de beoordeling van het recht op WIA is geregeld dat de werknemer mondeling geïnformeerd wordt door de arbeidsdeskundige over de no-riskpolis, maar is er tot nu toe in de toekenningsbeschikking geen passage opgenomen over de no-riskpolis. In de afwijsbeschikking (minder dan 35 procent arbeidsongeschikt) is wel een passage opgenomen over de no-riskpolis.

Als de uitkomst van de aanvraag beoordeling arbeidsmogelijkheden is dat de klant nog arbeidsmogelijkheden heeft, zal hij vaak een indicatie banenafspraak krijgen (hij valt daarmee onder de no-riskpolis) en draagt UWV hem over aan de gemeenten.

Beroep op no-riskpolis

Om een beroep te kunnen doen op de no-riskpolis moet de werkgever op de hoogte te zijn van het feit dat een werknemer hiervoor in aanmerking komt. Dit kan hij niet zelf bij UWV opvragen. Hij wordt hierover alleen geïnformeerd door UWV indien de WIA-aanvraag van een eigen werknemer tot een afwijzing heeft geleid.

De werknemer moet de werkgever daarom op diens verzoek laten weten dat hij of zij onder de no-riskpolis valt, voor zover de werknemer zelf weet of hij onder de no-riskpolis valt. De werknemer hoeft dit niet te doen in de eerste twee maanden van het dienstverband (proeftijd). Als het iemand betreft uit het doelgroepregister, kan de werkgever wel weten dat er een no-riskpolis is. De werkgever kan het doelgroepregister raadplegen als hij overweegt iemand met deze status in dienst te nemen.

Ziek melden

Als de werknemer ziek wordt, dan moet de werkgever dit binnen zes weken doorgeven aan UWV, bij voorkeur online via Digipoort of de Verzuimmelder. Het is belangrijk dat de ziekmelding op tijd gebeurt, anders volgt een boete van maximaal € 455.

Let op:

als de werkgever de werknemer niet heeft ziek gemeld binnen zes weken en hij is inmiddels beter, dan kan de werkgever de ziekmelding gelijk met de betermelding doen binnen twee dagen nadat de werknemer zich beter heeft gemeld.

Vier groepen werkenden

Voor vier groepen werkenden met een arbeidsbeperking is het gebruik van de no-riskpolis door werkgevers onderzocht. Het gaat om werkenden met een uitkering voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), een uitkering voor de regeling Werkhervatting gedeeltelijke arbeidsgeschikten (WGA), een uitkering voor de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en werkenden die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn beoordeeld voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de WIA 35-minners. In de afgelopen 5 jaar verstrekte UWV jaarlijks tussen de 35.000 en 45.000 Ziektewetuitkeringen no-riskpolis. Hiervan nemen de vier onderzochte groepen 85 tot 90 procent voor hun rekening.

Maximale duur

Om het aantal werkenden met een no-riskpolis te schatten is gebruik gemaakt van informatie uit de polisadministratie. Deze informatie bestaat uit de datum waarop iemand in dienst is gekomen bij een werkgever en de duur van het dienstverband.

De duur is belangrijk voor de werkenden met een WAO- of WGA-uitkering, omdat voor hen de no-riskpolis alleen geldt gedurende de eerste 5 jaar van het dienstverband. Als ze daarna een nieuwe werkgever krijgen, gaat opnieuw een recht van 5 jaar in. Hetzelfde geldt voor de groep werkende WIA 35-minners, met als beperkende voorwaarde dat iemand wel binnen 5 jaar na de afwijzing voor de WIA-uitkering moet zijn gaan werken. Voor werkende Wajongers geldt geen maximale duur van 5 jaar van de no-riskpolis. Zij komen permanent in aanmerking voor de no-riskpolis. De informatie uit de polisbestanden is gekoppeld aan het aantal werkende WAO’ers, WGA’ers en WIA 35-minners aan het einde van het jaar.

Gebruik no-riskpolis

Voor de groep Wajongers geldt dat in 2016 voor ruim 60 procent van de ziekmeldingen een Ziektewet-uitkering is aangevraagd op grond van de no-riskpolis. In vergelijking met 2015 is dit een lichte stijging van het gebruik, die mogelijk kan worden verklaard door de banenafspraak en een grotere bekendheid met de no-riskpolis bij werkgevers en werknemers. Bij de groep WGA’ers ligt het gebruik door werkgevers van de no-riskpolis rond de 50 procent. Voor de WAO’ers en 35-minners ligt het gebruik door werkgevers van de no-riskpolis duidelijk lager dan voor de Wajongers en de WGA’ers. Het gebruik voor WAO’ers bedraagt ongeveer 17 procent, voor WIA 35-minners is dit 14 procent.

Waarom ondergebruik?

Een eerste mogelijke reden voor het ondergebruik is de onbekendheid met de no-riskpolis. Dit kan zowel voor de werkgever als de arbeidsbeperkte werknemer gelden.

Uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat de no-riskpolis bij ongeveer de helft van de werkgevers bekend is.

Het kan ook zo zijn dat werknemers helemaal niet melden dat zij een arbeidsbeperking hebben of dat zij onder de no-riskpolis vallen. Tijdens de proeftijd hoeven zij dat niet te doen en na de proeftijd alleen als ze dat gevraagd wordt

Een tweede mogelijke reden voor het ondergebruik is een onvolledige opgave van zieke werknemers door de werkgever, met name bij kort verzuim. De gedachte hierbij is dat kort verzuim tot weinig kosten leidt en het voor de werkgever niet de moeite loont om dit verzuim aan UWV door te geven. Daarnaast speelt mogelijk ook een rol dat de opgave van zieke werknemers door de werkgever niet direct, maar pas achteraf (op maandbasis) plaatsvindt. Deze opgave achteraf kan ertoe leiden dat met name kort verzuim niet altijd wordt doorgegeven.

De onbekendheid met de no-riskpolis is bij werkgevers en werknemers meer van invloed op het ondergebruik dan het minder vaak doorgeven van kort verzuim.

Geen doel, maar middel

Doel van de no-riskpolis is werkgevers over de streep te trekken een werknemer met een beperking in dienst te nemen of te houden. De betreffende werknemers hebben een dienstverband, dus dit is ook zonder bekendheid met de no-riskpolis gelukt. Waar het uiteindelijk om gaat, is dat meer werkgevers mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Als de bekendheid groter is, zal het instrument vaker worden gebruikt.

Meer over Looncompensatie bij ziekte op UWV.nl
De no-riskpolis in kaart gebracht

Bron: http://www.salarisnet.nl/

WGA-instroomcijfers grote werkgevers 2017 gepubliceerd

UWV heeft per werkgever het instroomcijfer van werknemers die arbeidsongeschikt zijn geworden gepubliceerd. Het betreft cijfers van werkgevers met minimaal 250 werknemers.

Bij de instroom gaat het om werknemers die in 2015 ziek werden en in 2017 een WGA-uitkering kregen. Werkgevers kunnen de WGA-instroom in hun bedrijf vergelijken met de WGA-instroomcijfers per sector en met het landelijk gemiddelde.

Het WGA-instroomcijfer 2017 per sector varieert van 0,11 voor de horeca algemeen tot 0,78 voor het steenhouwersbedrijf. Er zijn 69 sectoren. De cijfers zijn afgerond op 2 cijfers achter de komma. Het WGA-instroomcijfer per sector is gebaseerd op het gemiddelde van alle werkgevers in de sector.

Het landelijke gemiddelde instroomcijfer ligt in 2017 op 0,24. Het landelijk gemiddelde is het gemiddelde van alle werkgevers, niet alleen van de grote werkgevers.

Instroom in WIA

In 2017 zijn in totaal 41.800 arbeidsongeschikten ingestroomd in de WIA. Van deze instroom in de WIA hebben 31.300 personen een WGA-uitkering gekregen, waarvan er 17.400 rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan werkgevers.

Bij de berekening van de WGA-instroomcijfers zijn 13.900 WGA-toekenningen in 2017 niet toegerekend aan werkgevers. Dat zijn de toekenningen aan personen die niet tot vast of flexibel personeel worden gerekend, of die op een andere wijze onder de Ziektewet vallen. Niet toegerekend aan werkgevers zijn onder meer de WGA-uitkeringen van:

  • zieke werklozen;
  • werkneemsters die ziek zijn wegens zwangerschap of bevalling;
  • werknemers die ziek zijn als gevolg van orgaandonatie;
  • werknemers die onder de no-riskpolis vallen.

Verder zijn er naast de 31.300 WGA-uitkeringen in 2017 nog 10.500 nieuwe IVA-uitkeringen toegekend aan personen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.

Zie Brochure WGA-instroom grote cijfers in 2017

Zie uwv.nl/instroomcijfers

Bron: http://www.salarisnet.nl/

Zoeken

Laatste Nieuws

CABO Ondersteunt