Verduurzaming met Hero Balancer

Van overheidswege dient u als school te voldoen aan uw energiebesparingsplicht zoals opgenomen in de erkende maatregelen voor energiebesparing (EML) voor scholen (Staatscourant 8650 dd 5-3-2019).

In dit kader brengen wij de Hero Balancer onder uw aandacht, een zogenaamd energieregistratie- en bewakingssysteem.

Wat is Hero Balancer?
Kort en goed is de Hero Balancer een softwarematige toevoeging die meer rendement uit uw bestaande verwarmingssystemen haalt. Hero Balancer is merkonafhankelijk en optimaliseert 24*7 automatisch uw ‘domme’ (reactieve) verwarmingssystemen tot ‘slimme’ (proactieve) systemen.

Hoe doet Hero Balancer dat?

  1. Uw verwarmingssysteem wordt verbonden aan het Hero Cloud Platform. Hierdoor kunnen de standaard/statische parameters van uw verwarmingssysteem op afstand uitgelezen worden.
  2. Deze parameters verrijkt Hero Balancer iedere 5 minuten in haar Cloud Platform met relevante externe (o.a. weersverwachting, buitentemperatuur, zoninstraling en windsnelheid) én interne parameters (o.a. beschikbare bronnen, gewenste temperatuur/tijdstip, bezetting etc.)
  3. Vervolgens worden deze geoptimaliseerde instellingen ook iedere 5 minuten teruggestuurd; uw systeem wordt proactief en slimmer aangestuurd.

Wat levert het op?

  • minder verwarmingskosten (10 – 40%)
  • minder CO2 uitstoot (10 – 40%)
  • een beter (binnen-) klimaat; bijvoorbeeld niet langer ’s ochtends koud en ’s middags benauwd

Praktisch
Met de Hero App zit u tevens eenvoudig 24*7 ‘zelf aan de knoppen’. U krijgt inzicht in uw verbruik per locatie en/of per ruimte en de besparingen die Hero voor u realiseert. In de praktische app kunt u o.a. uw reguliere verwarmingspatroon én uw vakantieperiode invoeren.

Wij werken nauw samen met uw installateur; wij de softwarematige ‘voorkant’, zij de hardware cq ‘achterkant’. We werken dus complementair en stemmen op voorhand met hen af.

Kosten en baten
De Hero kent een minimale investering en een terugverdientijd van ongeveer 2 jaar. Veel korter dan de 5 jaar die van toepassing is op de verplichte besparingsmaatregelen (EML) voor scholen.

Meer weten?
Benko Menger | Business Development | +31 6 557 559 45 | benko@herobalancer.nl

Bron: www.herobalancer.nl en Condiplan (partner huisvestingszaken CABO)

Nieuwe verzamelspecificatie van uitkeringen van UWV

Werkgevers die zelf een uitkering aan een werknemer betalen, krijgen daarvan elke maand een specificatie van UWV. Die verzamelspecificatie is sinds 1 augustus een stuk korter en overzichtelijker geworden, wat de kans op fouten kleiner maakt.

Betaalt uw organisatie aan een werknemer zijn Ziektewet-, WAZO-, WIA- of Wajong-uitkering, dan krijgt de werkgever elke maand een specificatie van UWV met daarop per werknemer welke bedragen de organisatie voor hem ontvangt in die periode. Dit zijn de bedragen die de werkgever aan de werknemer moet uitbetalen of met zijn loon moet verrekenen. Denk bijvoorbeeld aan een werkneemster die recht heeft op een uitkering van UWV tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof, maar van wie de werkgever het loon doorbetaalt en de uitkering van UWV ontvangt.

Korter en overzichtelijker
Op de verzamelspecificatie die werkgevers vóór 1 augustus kregen, stond per werknemer per week in vijf regels welke bedragen UWV betaalde. Daardoor was de specificatie heel lang en onoverzichtelijk. Daar heeft UWV verandering in gebracht: sinds 1 augustus staat er een betaalbedrag per betaalperiode. Die periode duurt – afhankelijk van het soort uitkering – vier weken of een kalendermaand. Hierdoor is het voor werkgevers makkelijker om te zien hoeveel zij aan de werknemer moeten uitbetalen of moeten verrekenen met zijn loon. De specificatie per week is op de verzamelspecificatie niet meer terug te vinden.

eHerkenning nodig voor specificatie
Om de specificatie in het werkgeversportaal van UWV te kunnen bekijken, hebben werkgevers per 1 november 2019 eHerkenning nodig. Zonder die digitale sleutel kunnen ze niet meer inloggen. Als uw organisatie nog geen eHerkenning heeft, is het tijd om actie te ondernemen!

Bron: www.rendement.nl

 

Ook achterkant paspoort moet in administratie

Werkgevers moeten van het paspoort van nieuwe werknemers niet alleen de voorkant, maar ook de achterkant kopiëren en de kopie ervan bewaren in de salarisadministratie. Dat is noodzakelijk omdat het burgerservicenummer (BSN) tegenwoordig op de achterkant staat.

Dat betekent dat werkgevers die een nieuwe werknemer in dienst nemen, om aan de identificatieplicht te voldoen zowel de voorkant als de achterkant van het paspoort moeten controleren en kopiëren en de kopie ervan moeten bewaren in de salarisadministratie.

Op tijd voldoen aan identificatieplicht
De werkgever moet vóór de werknemer aan het werk gaat, voldoen aan de identificatieplicht. Bij het kopiëren van het identiteitsbewijs moet hij bovendien zorgvuldig te werk gaan. Maakt hij een verkeerde kopie, dan kan hij te maken krijgen met het hoge anoniementarief. Het vergelijken van de handtekeningen op het identiteitsbewijs en op de verklaring gegevens voor de loonheffingen is volgens de Hoge Raad niet nodig. Naast een paspoort is bijvoorbeeld een ID-kaart of een verblijfsvergunning ook een geldig identiteitsbewijs. Een rijbewijs daarentegen geldt niet als zodanig.

Niet altijd kopie maken en bewaren
Let op: van de identiteitsbewijzen van uitzendkrachten en andere ingeleende werknemers mogen werkgevers geen kopie maken en bewaren. Het is wel verstandig om hun identiteit te controleren voordat zij aan de slag gaan. Zo voorkomen werkgevers dat ze bijvoorbeeld met een ingeleende werknemer aan de slag gaan die geen verblijfsvergunning heeft. Van buitenlandse uitzendkrachten mag wel een kopie van het identiteitsbewijs gemaakt worden.

Bron: www.rendement.nl

 

Moet een werknemer teveel vakantiedagen terugbetalen?

Een werknemer heeft ontslag genomen, maar hij heeft de afgelopen twee maanden te veel vakantiedagen opgenomen. Kan de werkgever het teveel opgenomen dagen nu inhouden op zijn laatste salaris?

In de wet is bepaald dat een werknemer bij het einde van zijn dienstverband recht heeft op uitbetaling van niet genoten vakantiedagen. De tegenovergestelde situatie, waarin een werknemer bij opzegging meer vakantiedagen heeft opgenomen dan hij had uitstaan, is niet wettelijk geregeld.

Wat zegt de rechtspraak?
Uit rechtspraak valt op te maken dat de werknemer te veel opgenomen vakantiedagen in beginsel niet hoeft te vergoeden bij opzegging (door werkgever of werknemer). Tenzij de werkgever duidelijk met de werknemer afspreekt dat de waarde moet worden terugbetaald als het vakantietegoed bij beëindiging van het dienstverband nog steeds niet toereikend is.

Vakantiedagen terugbetalen?
In de praktijk komt het geregeld voor dat werknemers vakantiedagen opnemen vooruitlopend op hun vakantietegoed. Een werkgever hoeft werknemers in die situatie geen vrij te geven. Doet de werkgever dat wel, dan komen de teveel opgenomen dagen bij beëindiging van het dienstverband uiteindelijk voor rekening van de werkgever.

Vakantiedagenregistratie
Overigens moet een werkgever bij weigering van een vakantieaanvraag wegens ontoereikend tegoed wel als goed werkgever handelen. Dat kan in sommige situaties met zich meebrengen dat de werkgever een passende oplossing moet zoeken, bijvoorbeeld als de vakantie tegen de jaarwisseling wordt aangevraagd. Het is ook om deze reden dus van belang een zorgvuldige vakantiedagenregistratie bij te houden en hier bij vakantieaanvragen rekening mee te houden. Daarnaast is het raadzaam om in de arbeidsovereenkomst op te nemen dat de werknemer bij beëindiging van het dienstverband geen aanspraak heeft op loon over te veel opgenomen vakantiedagen.

Bron: www.xperthractueel.nl

 

Weinig potentieel in ‘stille reserve’

Hoewel er ruim 11.000 mensen uit het primair onderwijs een werkloosheidsuitkering ontvangen, is er maar een klein deel dat wil terugkeren voor de klas. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Stille reserve in de WW’ van Regioplan, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW.

Van deze 11.000 personen beschikt bijna 90 procent over een onderwijsbevoegdheid: ruim voldoende om de bestaande tekorten mee in te vullen. Maar dit ligt niet zo eenvoudig. Er zijn diverse factoren waarom veel medewerkers niet willen terugkeren. Deze belemmeringen hebben te maken met onder andere de gezondheid, de leeftijd (bijna met pensioen), de verhuisbereidheid of de grote werkdruk.

Regioplan deelt de WW’ers in drie groepen in:

  • laag potentieel (29 procent): geeft aan niet meer te willen werken;
  • gemiddeld potentieel (48 procent): geeft aan wel te willen werken, maar niet als leerkracht in het primair onderwijs;
  • hoog potentieel (23 procent): geeft aan te willen werken als leerkracht in het primair onderwijs.

De onderzoekers verwachten dat het in de groep met hoog potentieel om circa 1.250 personen gaat die mogelijk terug kunnen en willen keren als leerkracht. Daarnaast verwachten ze dat er in de groep met gemiddeld potentieel nog eens hooguit 1.500 personen als reële herintreder kunnen worden geduid.

De WW-populatie is niet evenredig verdeeld over het land. In krimpregio’s met dalende leerlingenaantallen, zoals Noordoost-Nederland, Gelderland en Limburg, zijn relatief veel leerkrachten werkloos.

Voorwaarden voor re-integratie
WW’ers noemen kleinere klassen, minder administratie en het verlagen van de werkdruk als voorwaarde voor re-integratie. Ook noemt men het werken als invalkracht als concrete oplossing om weer te gaan werken, vanwege de lagere werkdruk en administratieve last bij invalwerk. WW’ers denken ook sneller een baan te kunnen vinden als ze hulp krijgen bij het solliciteren.

Downloads en links
Stille reserve in de WW (pdf)

Bron: www.avs.nl

Animo onder leerkrachten om meer te werken is beperkt

Leerkrachten in het primair onderwijs werken over het algemeen om persoonlijke redenen (bijvoorbeeld voor de kinderen zorgen) in deeltijd. Dit lijkt het moeilijk te maken deze leerkrachten te motiveren meer te werken, om zo bij te dragen aan het oplossen van het lerarentekort. In geval van nood zijn leerkrachten wel vaak loyaal aan hun school en leerlingen. Dat blijkt uit een enquête van het Arbeidsmarktplatform PO onder 900 leerkrachten in het po, waarvan de resultaten zijn verwerkt in de factsheet ‘Deeltijdwerk nader bekeken. Verkenning naar motieven voor deeltijdwerk in het primair onderwijs.’

Bijna 61 procent van de 900 deelnemende leerkrachten werkt in deeltijd. De motieven om in deeltijd te werken liggen veelal op persoonlijk vlak. Ruim 65 procent van de respondenten werkt in deeltijd vanwege de zorg voor kinderen. Ook geeft een aanzienlijke groep leerkrachten aan tijd te willen voor huishoudelijke taken (circa 43 procent) of zichzelf, hobby’s en sociale contacten (circa 42 procent). Daarnaast zegt bijna een derde van de leerkrachten, vooral ouderen, het leraarschap te veeleisend te vinden voor een voltijdbaan. Motieven om juist voor een voltijdbaan te kiezen liggen vaker in het feit dat leerkrachten hun baan zo leuk vinden (ruim 54 procent), er geen kinderen in het spel zijn (ruim 37 procent) of de financiële aantrekkelijkheid (circa 36 procent).

Animo niet groot
Bijna 97 procent van de in deeltijd werkend leerkrachten geeft aan veel waarde te hechten aan de mogelijkheid om in deeltijd te werken. Leerkrachten motiveren om meer te gaan werken, lijkt dus geen gemakkelijke opgave. De interesse  om de aanstellingsomvang te verhogen in niet heel groot. Ruim 5 procent van de leerkrachten staat hier positief tegenover en zo’n 10 procent enigszins positief. Ruim 55 procent geeft aan zeker niet meer te willen werken. Ook blijkt dat naarmate leerkrachten ouder worden de animo om meer te werken afneemt. Leerkrachten die meer willen werken, willen vaak maximaal een dag per week extra werken. Ook zie je het omgekeerde, leerkrachten die juist minder willen werken. Zo’n 14 procent van de leerkrachten geeft aan in de toekomst zeker minder te willen werken, terwijl bijna 30 procent dit zeker niet wil.

Daarnaast blijkt dat leerkrachten in het po overwegend tevreden zijn met hun huidige aanstellingsomvang (84 procent is tevreden of zeer tevreden). Ontevreden leerkrachten werken vaak meer dan op papier staat. Zij werken in avonden of weekenden, waarvoor ze niet betaald worden. Ook ervaren zij hierdoor vaak een hoge werkdruk. Dit is het geval bij zowel in deeltijd als niet in deeltijd werkende leerkrachten.

Voorwaarden meer werken
Leerkrachten in deeltijdbanen overhalen om standaard meer uren te werken (als oplossing van het lerarentekort) vraagt om dialoog, tijd en inspanning. Als deeltijdleerkrachten zijn over te halen, dan is dat met een financiële prikkel (circa 36 procent) of bijvoorbeeld interessante taken (19 procent) erbij. Bijna 19 procent geeft aan het belangrijk te vinden hun werkuren beter af te kunnen stemmen op hun privésituatie.

Cijfers
In het primair onderwijs werken ruim 127.950 leraren. Circa 45 procent werkt in 2018 meer dan 0,8 fte. De anderen werken in deeltijd: 40 procent in een grote deeltijdbaan (0,5 – 0,8 fte) en bijna 15 procent in een kleine deeltijdbaan (0 – 0,5 fte). In vergelijking met vijf jaar geleden zijn leraren iets vaker in een grote deeltijdbaan gaan werken. Ook beginnende leraren zijn volgens de Loopbaanmonitor onderwijs (2018) de afgelopen jaren vaker in een voltijdbaan gaan werken. Dat hangt waarschijnlijk samen met de verbeterde arbeidsmarktperspectieven van de laatste jaren.

Downloads en links
Arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2019 (PDF)
Zie ook: Aantal vacatures schoolleiders gestegen

‘Deeltijdwerk nader bekeken. Verkenning naar motieven voor deeltijdwerk in het primair onderwijs’

Bron: www.avs.nl

4,5 miljoen extra voor regionale aanpak lerarentekort

Steeds meer besturen, schoolleiders, lerarenopleidingen en andere partijen werken regionaal samen aan de aanpak van het lerarentekort. Het aantal aanvragen overstijgt het subsidieplafond voor zowel po als vo-mbo, waardoor er aanvragen tijdelijk blijven liggen. Omdat het van belang is dat de regio’s voortvarend aan de slag kunnen met de aanpak van het lerarentekort, wordt nu 4,5 miljoen extra beschikbaar gesteld. Dat schrijven de onderwijsministers Slob en Van Engelshoven in een verzamelbrief aan de Tweede Kamer.

Half juni waren er al 45 subsidieaanvragen ingediend voor de regionale aanpak. Met het extra geld kunnen alle huidige aanvragen, mits ze aan de voorwaarden voldoen, worden gehonoreerd. In totaal wordt daarmee 17,5 miljoen euro in de regionale aanpak geïnvesteerd.

De ministers melden ook dat ze een onafhankelijk aanjager (Merel van Vroonhoven, voormalig bestuurder van de Autoriteit Financiële Markten) inzetten om de aanpak van de tekorten te versnellen en intensiveren. Deze kan bijvoorbeeld helpen bij het vertalen van schriftelijke plannen naar (gezamenlijke) uitvoering in de praktijk. De aanjager kan ervoor zorgen dat belemmeringen, oplossingen en goede voorbeelden sneller in beeld komen.

Zij-instroom
De subsidieaanvragen voor zij-instroom is vorig jaar en dit jaar flink gestegen. Vorig jaar is voor bijna 100 zij-instromers subsidie verstrekt. Dit jaar zijn er al 1.115 aanvragen ingediend. De ministers verwachten na de zomer nog meer aanvragen voor alle sectoren, onder andere vanwege de acties van de regionale aanpak. Daarvoor is het huidige budget niet toereikend. Daarom onderzoeken zij of er binnen de onderwijsbegroting geld kan worden gevonden om meer subsidie beschikbaar te stellen voor mensen van buiten het onderwijs die voor de klas willen gaan staan. De ministers streven ernaar dat dit jaar alle aanvragen, die aan de voorwaarden voldoen, worden toegekend.

De brief gaat ook in op andere aspecten van het lerarentekort, zoals re-integratie van de stille reserve (uit de WW), fiscale mogelijkheden bij meer werken, invallen of na pensionering, een verkort pabotraject en een educatieve masteropleiding voor een bevoegdheid in het basisonderwijs.

Downloads en links
Verzamelbrief inzake uitvoering van diverse aangenomen moties en toezeggingen voor het primair en voortgezet onderwijs
Zie ook: aantal vacatures schoolleiders gestegen

Bron: www.avs.nl

Maximaal 48 miljoen voor vo-scholen die kampen met krimp

Middelbare scholen krijgen de komende vijf jaar maximaal 48 miljoen euro per jaar om in hun regio met de daling van het aantal leerlingen om te gaan. Dat maakt minister Slob van Onderwijs op 15 juli bekend. Scholen kunnen een aanvraag indienen en moeten daarbij de gemeente, basisscholen en het vervolgonderwijs betrekken.

Minister Slob: “De daling van het aantal leerlingen is een probleem in grote delen van het land. Door deze investering helpen we scholen om toekomstbestendig te worden. Hoe dat kan verschilt per regio. In sommige regio’s kan dat door betere samenwerking, maar in andere regio’s zullen scholen moeten fuseren of kunnen er vestigingen verdwijnen. En soms moet een vestiging juist open blijven omdat anders leerlingen te ver moeten fietsen.”

Maximaal 48 miljoen
In 2020 wordt er 10 miljoen euro en in 2021 wordt er 15 miljoen euro vrij gemaakt. Als blijkt dat in de komende vijf jaren de daling van het aantal leerlingen groter is dan nu verwacht wordt, dan kan het geld dat daardoor overblijft gebruikt worden om scholen met krimp toekomstbestendig te maken. Het totale bedrag kan oplopen tot maximaal 48 miljoen euro per jaar.

Downloads en links
Extra geld voor krimpscholen lijkt sigaar uit eigen doos – Trouw

Bron: www.avs.nl

Nieuwe aanvraagronde Teambeurs PO van start

De subsidieregeling Teambeurs PO heeft als doel kennis en competenties van masteropgeleide leraren meer en duurzamer in te zetten voor school- en teamontwikkeling. Van 15 juli tot en met 15 oktober 2019 kunnen schoolbesturen de beurs aanvragen. Schoolleiders die aansluiten bij het team van leraren dat een masteropleiding volgt, kunnen gebruikmaken van de Schoolleiderstegemoetkoming.

Met een Teambeurs kan een bevoegd gezag subsidie aanvragen voor twee of meer leraren die dezelfde master gaan volgen. De subsidie is bedoeld voor de vergoeding van collegegeld, studie- en reiskosten van leraren en voor het delen en inzetten van kennis op de school (bijvoorbeeld in de vorm van coaching) voor het op gang brengen van een veranderproces. Er is geen subsidie meer voor het ontwikkelen van nieuwe masteropleidingen.

De schoolleider is betrokken bij het opstellen van de ontwikkelvragen en de afspraken rondom kennisinbedding tijdens en na de studie.

Schoolleiders die aansluiten bij het lerarenteam dat een masteropleiding volgt, kunnen gebruikmaken van de Schoolleiderstegemoetkoming. Het doel van deze subsidie is om de competenties van schoolleiders in het primair onderwijs op het gebied van hoger orde denken en onderzoekend leiding geven te versterken. Zo kunnen schoolleiders hun rol in het ontwikkelen en bewaken van een permanente verbetercultuur op scholen beter invullen en zijn ze beter in staat om leiding te geven aan de groeiende groep van masteropgeleide leraren in het primair onderwijs.

Downloads en links
Meer informatie op website DUS-I
Tegemoetkoming vervangingskosten schoolleiders po

Bron: www.avs.nl

Goed voorbereid het nieuwe schooljaar in

Augustus is vaak het startmoment van nieuwe regels, andere veranderingen en subsidies. Voor een ieder die net terug is van vakantie en even snel op de hoogte wil zijn, maakten we een overzicht van diverse interessante en belangrijke wijzigingen en andere zaken om aan te denken.

  • De wettelijke minimumlonen zijn aangepast per 1 juli 2019. Op basis hiervan zijn de salaristabellen aangepast. Kijk hier voor de actuele tabellen.
  • De personele bekostiging wordt geïndexeerd in september en oktober 2019. Schoolbesturen moeten dit geld nog niet uitgeven. Hopelijk gaan sociale partners in het najaar verder praten en kan dit geld worden gebruikt in een nog af te sluiten cao. De PO-Raad hoopt dan ook afspraken met de bonden te kunnen maken over de functies van directeuren en onderwijsondersteuners. De PO-Raad raadt schoolbesturen daarom op dit moment aan om nog even te wachten met het aanpassen van de functiebeschrijvingen van deze medewerkers. Zodra daar meer over te melden is, hoor je dat.
  • Elk schoolbestuur is sinds 1 januari 2019 zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de bovenwettelijke regelingen. Om schoolbesturen hierbij te ondersteunen, heeft de PO-Raad een raamcontract met WWplus afgesloten. Schoolbesturen kunnen de uitvoering van de bovenwettelijke regelingen zelf organiseren. Ze moeten dan zelf contracten afsluiten met UWV en DUO en zelf een uitvoerder zoeken. Dat kan, maar is een hele last voor de organisatie. De PO-Raad adviseert schoolbesturen daarom om gebruik te maken van het raamcontract. Is jouw schoolbestuur al aangemeld voor het raamcontract uitvoering bovenwettelijke uitkeringen? Als je de betreffende informatie niet hebt ontvangen, kun je vanaf 12 augustus weer contact opnemen met de Helpdesk van de PO-Raad.
  • Het Reglement Participatiefonds verandert op 1 augustus 2019. In dit reglement is een uiterste indieningsdatum voor vergoedingsverzoeken opgenomen. Als een dienstverband vóór 1 augustus 2020 is beëindigd, dan moet het Participatiefonds hiervoor uiterlijk 31 december 2020 een vergoedingsverzoek hebben ontvangen. Dit reglement loopt, anders dan normaal, maar tot 31-12-2019. Dit in verband met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) die op 1-1-2020 in werking treedt. Meer info van het Participatiefonds volgt in het najaar.
  • Ook dit jaar moet elke medewerker op 1 oktober een nieuwe verlofkaart hebben. Sinds 2014 hebben medewerkers niet meer standaard op grond van de afwezigheid van leerlingen de schoolvakanties vrij. In de cao voor het primair onderwijs is net als in andere sectoren afgesproken dat medewerkers verlof opbouwen. Een fulltime medewerker heeft 428 uur verlof per jaar (deeltijder naar rato). Het verlof wordt opgenomen in schoolvakanties van de leerlingen. De verlofkaart loopt tussen 1 oktober en 1 oktober. Alle schoolvakanties en wettelijke vrije dagen in een schooljaar vallen daar binnen. Nog niet alle schoolbesturen maken gebruik van een verlofkaart. Het gebruik ervan is met name van belang als een medewerker uit dienst gaat. Op basis van de uitdienstdatum moet berekend worden hoeveel verlofuren nog met de medewerker verrekend moeten worden. Het is daarbij ook belangrijk om een duidelijk beleid hierover te hebben, afgestemd met de P(G)MR (zie ook deze veelgestelde vraag).
  • Leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs kunnen komend schooljaar weer gebruikmaken van de Cultuurkaart . Met deze pas kunnen zij gratis of goedkoper deelnemen aan diverse culturele activiteiten. Scholen voor vso ontvangen in september van CJP een uitnodiging om deel te nemen aan de Cultuurkaart.
  • Scholen en hun besturen kunnen tot 15 oktober weer subsidie aanvragen voor het opleiden van leraren in teamverband. Deze teambeurs is bedoeld voor de vergoeding van collegegeld, studie- en reiskosten van leraren en voor het delen en inzetten van kennis op de school voor het op gang brengen van een veranderproces.
  • Per 1 augustus 2019 treedt in Nederland de Wet Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding in werking. Ook onderwijsinstellingen krijgen hiermee te maken. Deze wet stelt dat er een verbod is op het dragen van kleding die het gezicht geheel bedekt of zodanig bedekt dat alleen de ogen onbedekt zijn, of onherkenbaar maakt. Het verbod geldt voor alle vormen van gezichtsbedekking zoals bivakmutsen, boerka’s, niqabs en integraalhelmen. Een hoofddoek, een geschminkt gezicht, een sluier die het gezicht niet bedekt of een hoofddeksel valt niet onder het verbod. Incidentele gezichtsbedekking, zoals een masker met een Halloweenfeest of carnaval, is wél toegestaan. Stichting School & Veiligheid biedt scholen aanvullende informatie over hoe zij om kunnen gaan met het verbod.
  • Elke openbare school en samenwerkingsschool is vanaf komend schooljaar verplicht om in de schoolgids te vermelden dat er gekozen kan worden voor vormingsonderwijs (WPO artikel 50). Door een wetswijziging kunnen ouders de school namelijk vragen om levensbeschouwelijk- of godsdienstig vormingsonderwijs. De overheid financiert deze lessen en bij voldoende interesse kan de school de lessen aanvragen via het Centrum voor Vormingsonderwijs.
    Gebruiken jullie de schoolgids van Vensters? Er zijn twee plaatsen in Vensters voor deze informatie over vormingsonderwijs:
    1. Onderwijstijd: gebruik het tekstvak onder de tabel over de invulling van de onderwijstijd. Biedt de school nu al vormingsonderwijs aan? Neem dan deze uren op in de tabel.
    2. Organisatie van het onderwijs: Vakleerkracht in dienst? Dan vink je hier aan dat er een vakleerkracht humanistische of godsdienstige vorming aanwezig is. In de toelichting bij de indicator vertel je expliciet hoe de school hier invulling aan geeft.
  • De gegevensuitwisseling tussen scholen en DUO/BRON wordt vernieuwd. Om de uitwisseling te continueren, is een aanmelding voor het Onderwijs serviceregister (OSR) nodig. Half juni heeft DUO (helpdesk BRON) een mail verstuurd naar de schoolbesturen met een link om je aan te melden voor het OSR. Als je deze mail niet hebt, kun je de link ook terugvinden in Mijn BRON.
  • Om te beoordelen of het onderwijs op scholen van voldoende niveau is, kijkt de Inspectie van het Onderwijs onder meer naar de resultaten die scholen met hun leerlingen behalen op de basisvaardigheden taal en rekenen. Nu speelt de eindtoets speelt hierbij nog een belangrijke rol. Vanaf schooljaar 2020/2021 gaat de inspectie werken met een nieuw onderwijsresultatenmodel en gaat de inspectie haar oordeel over de basisvaardigheden baseren op de referentieniveaus voor taal en rekenen. Besturen en scholen kunnen er hier komend schooljaar al mee te maken krijgen omdat de inspectie haar model test op alle scholen waar zij de resultaten beoordelen. In september zijn ook de zogenoemde signaleringswaarden gereed. Dat zijn unieke waarden die aangeven welke referentieniveaus een school, gezien haar leerlingpopulatie, minimaal zou moeten halen.
  • Ook in het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs zijn leerlingen in het nieuwe schooljaar verplicht om een eindtoets af te nemen. Uitzondering op deze verplichting zijn: zeer moeilijk lerende leerlingen; meervoudig gehandicapte leerlingen die moeilijk leren; leerlingen met een uitstroomprofiel vso-arbeidsmarkt of vso-dagbesteding, vastgelegd en onderbouwd in het ontwikkelingsperspectief (OPP) van de betreffende leerling; Leerlingen met een IQ lager dan 75; Leerlingen die minder dan vier jaar in Nederland zijn en het Nederlands nog niet voldoende beheersen.
  • Vanaf komend schooljaar wordt er niet meer gewerkt met individuele gewichtengelden per leerling. Hierdoor verandert de bekostiging voor asielzoekers/statushouders die langer dan 1 jaar en korter dan 2 jaar in Nederland zijn en staan ingeschreven op het brinnummer van de school. Deze bekostiging bedraagt € 375,- per leerling, per telmoment. Er gelden geen gewichtenverklaringen meer. Deze hoeven dus met ingang van het nieuwe schooljaar niet meer te worden ingevuld. Download de rekentool 2019-2020 op lowan.nl om te zien op hoeveel bekostiging je kunt rekenen. Zodra het aanvraagformulier voor het nieuwe schooljaar beschikbaar is, is deze ook te vinden op lowan.nl.

Bron: www.poraad.nl

Zoeken

Agenda

Algemene vergadering Coöperatie CABO U.A.


  • Maandag 20 januari 2020, van 15.30 uur tot 17.00 uur. Locatie: kantoor CABO
  • Maandag 22 juni 2020, van 15.30 uur tot 17.00 uur. Locatie: kantoor CABO 

Regionale besturen bijeenkomst CABO-PON

     
  • Donderdag 10 oktober 2019
  • Woensdag 29 januari 2020
  • Donderdag 23 april 2020
  • Dinsdag 16 juni 2020

Laatste Nieuws

CABO Ondersteunt