Eerste algemene vergadering voor leden van Coöperatie CABO U.A.

Op maandag 25 juni 2018 vindt van 16.00 uur tot 17.00 uur de eerste algemene vergadering
van Coöperatie CABO U.A. plaats. Noteer deze datum s.v.p. alvast in uw agenda.

Leden worden in een algemene vergadering vertegenwoordigd door een natuurlijk persoon
die bevoegd is het lid rechtsgeldig te vertegenwoordigen.

De agenda wordt uiterlijk een week voor de algemene vergadering bekend gemaakt.
Leden ontvangen de agenda per mail, met de mogelijkheid om de agendastukken digitaal in
te zien. Tevens worden leden in de gelegenheid gesteld om vooraf digitaal hun stem uit te
brengen over agendapunten die stemming behoeven.

De locatie wordt nog bekend gemaakt, dit is mede afhankelijk van de verwachte opkomst.

Wij hopen u te zien op 25 juni.

Alleen kleine wijzigingen na evaluatie werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) gaat niet op de schop. Dat blijkt uit een reactie die staatssecretaris Snel van Financiën naar de Tweede Kamer stuurde naar aanleiding van de evaluatie van de WKR. Wel zijn er concrete plannen voor een aantal kleine wijzigingen.

Onlangs zijn de uitkomsten bekendgemaakt van de Evaluatie werking Werkkostenregeling (pdf) die onderzoeksbureau Panteia vorig jaar in opdracht van het kabinet heeft uitgevoerd. In het Belastingplan 2015 was bepaald dat in elk geval het noodzakelijkheidscriterium geëvalueerd moest worden, maar sindsdien was al besloten dat de evaluatie breder zou worden aangepakt.

Drie conclusies uit de evaluatie

Het rapport bevat drie conclusies:

  1. De werkkostenregeling heeft niet de gewenste administratieve of praktische voordelen met zich meegebracht, maar is over het algemeen ook niet complexer dan de oude regels voor vergoedingen en verstrekkingen.
  2. Veruit de meeste werkgevers blijven binnen de vrije ruimte en hoeven dus geen 80% eindheffing te betalen.  De vrije ruimte is toereikend. Wordt de vrije ruimte een keer wel overschreden, dan komt dat meestal door een personeelsfeest of bedrijfsjubileum.
  3. Het noodzakelijkheidscriterium werkt goed voor de apparatuur en gereedschappen die er nu onder vallen. Dit is zeker een vereenvoudiging ten opzichte van de oude regelingen, maar op administratief vlak heeft het niet tot een lastenverlichting geleid. Er is bij de meeste werkgevers geen wens of noodzaak om het aantal middelen dat onder het criterium valt, uit te breiden.

Kleine vereenvoudigingen in de werkkostenregeling

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft via een brief aan de Tweede Kamer op de evaluatie gereageerd. Het kabinet sluit aan bij de conclusie van het onderzoek dat dit niet het moment is om de werkkostenregeling compleet binnenstebuiten te keren. Werkgevers zijn gebaat bij rust rond de WKR. Het kabinet stelt wel een paar kleine vereenvoudigingen voor. Zo wil de staatssecretaris onderzoeken of er draagvlak is voor de volgende aanpassingen:

  • Vergoedingen en verstrekkingen waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, hoeven niet langer te worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel.
  • De werkgever mag het loonvoordeel uit de verstrekking van maaltijden via een steekproef vaststellen. Dat hoeft dus niet meer voor elke individuele maaltijd.
  • Er komt weer een normrente om het voordeel van personeelsleningen te berekenen, in plaats van de marktrente die de werkgever nu moet bijhouden.
  • Het Handboek Loonheffingen gaat meer duidelijkheid geven over de combinatie van een eigen bijdrage van werknemers en het noodzakelijkheidscriterium.

Bron: http://www.rendement.nl/

Geen sollicitatieplicht meer een jaar voor pensioen

Alle werklozen van 65 jaar worden vrijgesteld van sollicitatieplicht. De maatregel gaat in op 1 mei 2018. Dit bevestigt het ministerie van Sociale Zaken.

Het gaat formeel om een vrijstelling van de sollicitatieplicht in het laatste jaar voor pensionering. De AOW-leeftijd is in 2018 nog 66 jaar, dus geldt de maatregel voor alle 65-jarigen.

Als de AOW-leeftijd op 1 januari 2019 66 jaar en 4 maanden wordt, schuift de sollicitatievrije periode in de WW op naar 65 jaar en 4 maanden.

Bron: http://www.salarisnet.nl/

Bestuurlijk vacuüm vereist ‘on hold zetten’ lerarenregister

De VO-raad, PO-Raad en MBO Raad zijn teleurgesteld in het voornemen van de bewindslieden van OCW om de implementatie van het lerarenregister volgens planning voort te zetten. In een brief aan de Tweede Kamer hebben minister Slob en minister Van Engelshoven aangegeven dat ze nog steeds koersen op openstelling van het register in augustus 2018.

Eerder deze week maakte het bestuur van de Onderwijscoöperatie (dat bestaat uit AOb, CNV Onderwijs, FvOv en Platform VVVO) al bekend dat het de ondersteuning van de implementatie van de Wet Beroep Leraar en het Lerarenregister teruggeeft aan de minister.

Eerder hebben de sectorraden al hun zorgen geuit over een bestuurlijk vacuüm. Dat vacuüm wordt door de actuele ontwikkelingen nóg groter. Net als de PO-raad pleit ook de VO-raad daarom voor het ‘on hold’ zetten van de implementatie van het lerarenregister, inclusief de gegevenslevering door schoolbesturen. De VO-raad vindt daarnaast dat een representatieve groep leraren met gezag in zowel onderwijs als beroepsgroep opnieuw moet kijken naar het ontwerp en de inrichting van het register.

De MBO Raad wil de hele implementatie – inclusief gegevenslevering – stopzetten tot de problemen rondom het register zijn opgelost. Ze vinden het gezien alle ontwikkelingen niet langer verantwoord om privacygevoelige gegevens van docenten te gaan leveren.” Onder de huidige omstandigheden zijn de mbo-scholen dan ook niet meer van plan de gegevenslevering op 1 augustus a.s. te gaan doen.

Draagvlak onder leraren

In november 2017 heeft de VO-raad, samen met de PO-Raad en de MBO raad, de bewindslieden van OCW voorgesteld om pas verder te gaan met het lerarenregister op het moment dat er breed draagvlak onder leraren is. De bewindslieden geven geen gehoor aan deze oproep en willen het vrijwillige deel van het register, de portfoliotool, zo snel mogelijk openstellen. Schoolbesturen blijven daarmee verplicht tot het leveren van de gegevens van leraren. De ontwikkeling van de herregistratiecriteria en valideringsregels wordt wel uitgesteld.

Grote zorgen over gegevenslevering

Besturen en scholen moeten in de plannen van het kabinet de eerder gecommuniceerde planning blijven hanteren en uiterlijk 1 augustus 2018 de gegevens voor het lerarenregister aanleveren. Een steeds groter wordende groep schoolbesturen heeft echter fundamentele vragen bij de gegevenslevering, met name waartoe de gegevenslevering nog dient, zeker nu er zoveel onduidelijkheden en onzekerheden zijn. Schoolbesturen moeten van alles, zonder dat het register wordt gedragen door het merendeel van hun leraren. Schoolbesturen bevinden zich daarmee in een lastige positie.

Update: Kamerdebat over lerarenbeleid

Ook in de Tweede Kamer leven zorgen over de gang van zaken rond het lerarenregister. Diverse Kamerfracties willen een pas op de plaats met het lerarenregister, zo bleek tijdens het debat van de Vaste Kamercommissie OCW en minister Slob over het lerarenbeleid op woensdag 14 maart 2018. Regeringspartijen CDA en D66 willen dat het kabinet ingrijpt en ervoor zorgt dat er bij de Onderwijscoöperatie zo snel mogelijk een interim-bestuur komt van leraren. De Tweede Kamer heeft hierover een motie aangenomen. De implicaties van de aangenomen motie zijn op dit moment nog onduidelijk. De sectorraden stellen die vraag de komende twee weken aan de orde in hun overleggen met het ministerie over het lerarenregister

Bron: http://www.vo-raad.nl/

Privacy op school: Algemene verordening persoonsgegevens

Door de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) wordt de verantwoordelijkheid van scholen voor het beschermen van de persoonsgegevens van leerlingen aangescherpt. Voor een deel gelden onder de AVG dezelfde regels als onder de huidige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), maar scholen moeten zich straks ook aan nieuwe regels houden. De website van de Autoriteit Persoonsgegevens bevat uitgebreide informatie over waar scholen straks aan moeten voldoen. In het dossier ‘Scholen en de AVG‘ wordt ingegaan op vragen die specifiek in het onderwijs spelen.

Aanpak IBP

Op Kennisnet is ook veel informatie te vinden over het onderwerp Informatiebeveiliging en privacy (IBP). De beveiliging van persoonsgegevens is een belangrijk onderdeel van privacy. Om scholen in het primair en voortgezet onderwijs te helpen met het thema IBP, heeft Kennisnet in samenwerking met de sectororganisaties de ‘Aanpak IBP‘ ontwikkeld. Door aan de slag te gaan met deze aanpak, is de privacy van leerlingen, hun ouders en medewerkers beter beschermd en voldoen scholen aan de wet- en regelgeving op het gebied van IBP (waaronder de AVG).

Tijdens het doorlopen van de toegankelijke aanpak wordt antwoord gegeven op veel gestelde vragen, zoals hoe moet worden omgegaan met leerlingengegevens (en foto’s), welke afspraken scholen moeten maken met leveranciers van digitaal leermateriaal, en wat de aanstelling van een Functionaris voor de gegevensbescherming (FG) inhoudt. De aanpak bevat uitleg, voorbeelden en praktische hulpmiddelen, zoals een ‘Handreiking functionaris gegevensbescherming‘ en het ‘Privacyconvenant onderwijs‘.

Bron: http://www.rijksoverheid.nl/

Aanvraagtermijn Teambeurs

Van 1 april tot en met 15 oktober kunnen schoolbesturen de Teambeurs aanvragen. Deze beurs biedt ruimte aan een team van ten minste twee leraren (van een of meer scholen van een schoolbestuur) om samen een masteropleiding te volgen. Een schoolontwikkelvraag dient het uitgangspunt te zijn van deze studie. Tevens is het van belang dat de leraren tijdens en na de masteropleiding hun kennis in praktijk brengen.

Extra tijd ná de opleiding

Anders dan bij de Lerarenbeurs krijgen de leraren, naast studie- en vervangingskosten, hiervoor ook ná de opleiding nog een jaar lang (4 uur per week) de tijd. Ook kan subsidie worden aangevraagd voor kennisdeling, bijvoorbeeld in de vorm van externe coaching. Tevens is subsidie beschikbaar om de studie, in afstemming met het opleidingsinstituut, beter af te stemmen op de behoefte van de school, of om een geheel nieuwe masteropleiding op te zetten die is gericht op teams van leraren en teamontwikkeling.

Meer informatie

Meer informatie en het aanvraagformulier vindt u op de website van DUS-I (Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen). Op de website is ook een inspiratiefilmpje over de Teambeurs te zien.

Bron: http://www.rijksoverheid.nl/

Functiemix: vooral basisonderwijs blijft nog achter

Het aandeel leraren in het basisonderwijs in salarisschaal LB is vorig jaar licht gestegen naar 26,7 procent.  Daarmee is de doelstelling van 40 procent nog steeds niet gehaald, meldt de website functiemix.nl van het ministerie van OCW.

Tot 2009 werden vrijwel alle leraren in het basisonderwijs in schaal LA uitbetaald. Sindsdien is het aandeel leraren in deze salarisschaal afgenomen tot 72,9 procent in oktober 2017. Tegelijkertijd nam het percentage LB toe tot 26,7 procent.

In het speciaal basisonderwijs werden tot 2009 bijna alle leraren in schaal LB uitbetaald. Dat aandeel is afgenomen tot 86,0 procent in oktober 2017. Het aandeel leraren in schaal LC nam toe tot 13,3 procent in oktober 2017.

Voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs is een duidelijk regionaal verschil te zien. In oktober 2017 zat het grootste deel van de leraren in het voortgezet onderwijs in de Randstad in salarisschaal LC, terwijl het grootste deel van de leraren buiten de Randstad in LB zat.

De doelstelling LD voor 2014 voor de Randstad (29 procent) en niet-Randstad (27 procent) is bijna gehaald. Ook de doelstelling LC voor de niet-Randstad (27 procent) gaat in de goede richting, maar de doelstelling LC voor de Randstad (55 procent) is nog niet gehaald.

Lees meer…

‘Massaal onderbetaald’

De Telegraaf meldt op basis van de cijfers dat leraren in het basisonderwijs massaal worden onderbetaald en dat schoolbesturen de afspraken over de functiemix, waarvoor de rijksoverheid extra geld heeft uitgetrokken, niet nakomen.

De PO-Raad meldt in reactie op de berichtgeving in de media dat het achterblijven van lerarensalarissen in het primair onderwijs niet te wijten is aan onwil van schoolbesturen. ‘Al het geld dat de overheid beschikbaar heeft gesteld voor de functiemix is hier ook aan besteed’, aldus de sectororganisatie.

Lees meer…

Waarom functiemix?

VOS/ABB wijst erop dat de functiemix, anders dan in de media wordt gesuggereerd, niet als enige doel heeft om hogere salarissen te realiseren, maar ook om meer carrièreperspectief voor werknemers in het onderwijs mogelijk te maken en doorstroom naar een hogere schaal te vergemakkelijken. Daarbij horen meer taken en verantwoordelijkheden.

‘Dat de doelstellingen van de functiemix niet gehaald zijn, betekent niet dat leraren worden onderbetaald, maar dat personeel onvoldoende gebruik heeft gemaakt van aangeboden carrièreperspectieven of dat schoolbesturen die onvoldoende aanbieden. Een combinatie hiervan is natuurlijk ook mogelijk’, zegt juridisch adviseur Christiaan Rooseboom van de Onderwijsjuristen van VOS/ABB.

Bron: http://www.vosabb.nl/

Kamermeerderheid tegen dichten ‘loonkloof’

Een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer vindt het niet nodig dat het kabinet snel meer geld vrijmaakt om leraren in het primair onderwijs hetzelfde salaris te geven als hun collega’s in het voortgezet onderwijs.

Dat bleek toen de Tweede Kamer stemde over een motie van de PvdA’ers Kirsten van den Hul en Lisa Westerveld, Peter Kwint van de SP, Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren en Tunahan Kuzu van DENK.

Zij riepen hun collega’s in de Tweede Kamer op om er bij het kabinet op aan te dringen bij de Voorjaarsnota meer geld uit te trekken voor het dichten van wat zij de ‘loonkloof’ noemen tussen het primair en voortgezet onderwijs. Zij motiveerden hun oproep met hun constatering dat ‘het werk van leraren in het basis- en voortgezet onderwijs even belangrijk is’.

De regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie verwierpen deze motie, samen met de PVV, de SGP en Forum voor Democratie. In totaal stemden 97 Kamerleden tegen en 46 voor. De resterende 7 Kamerleden deden niet aan de stemming mee

Bron: http://www.vosabb.nl/

Mensen met arbeidsbeperking eenvoudiger aan werk helpen

Meer dan de helft van de mensen met een arbeidsbeperking heeft geen werk, terwijl het overgrote deel van hen wel wíl werken. Denk aan de overbuurman die door autisme niet veel prikkels aan kan, de leerling van het speciaal onderwijs die wat meer tijd nodig heeft om een klus te klaren of het nichtje dat zich af en toe moet afsluiten om het hoofd weer op orde te krijgen. Ook zij willen eigen geld verdienen, erbij horen en zijn waardevol op de werkvloer. Staatssecretaris Tamara van Ark stuurde een notitie naar de Tweede Kamer waarin zij een uitwerking presenteert van haar voorstel voor invoering van loondispensatie in de Participatiewet. Daarmee wil de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eraan bijdragen dat op termijn ruim 200.000 mensen met een beperking aan het werk gaan.

Nu zijn er meerdere regels voor werkgevers als er mensen bij hen komen werken die door een arbeidsbeperking niet het minimumloon kunnen verdienen. Nemen ze iemand met een Wajonguitkering in dienst, dan betalen ze alleen loon voor het deel dat iemand kan produceren (loondispensatie). Gaat iemand nu vanuit de bijstand werken, dan betaalt de werkgever een volledig loon voor de gewerkte uren en krijgt hij subsidie van de gemeente (loonkostensubsidie). Wie in deeltijd werkt, krijgt dan vaak nog een aanvulling vanuit de uitkering.

Dat verschil in regels verdwijnt voor werkgevers. Het kabinet wil het voor ondernemers eenvoudiger maken, zodat meer werkgevers mensen met een beperking in dienst nemen en houden. Door bij nieuwe contracten de werkgevers alleen te laten betalen voor wat iemand kan produceren. Zodat het niet uitmaakt welke achtergrond de werknemer met een arbeidsbeperking heeft (Wajong of Participatiewet): het instrument dat kan worden ingezet is hetzelfde.

Dus als iemand door een beperking minder snel werkt of minder kan dan een ander en daardoor niet het minimumloon kan verdienen, hoeft de werkgever ook voor mensen die vanuit de bijstand gaan werken niet het hele loon te betalen. Hoe hoog dat loon is wordt objectief vastgesteld en aangevuld met een uitkering voor de werknemer tot minimumloon. In totaal houdt de werknemer met een arbeidsbeperking door te werken meer geld over dan als hij alleen een uitkering zou hebben (zie voor de opbouw van de aanvulling pagina 4 in bijgevoegde hoofdlijnennotitie).

De nieuwe regeling heeft naast plussen ook minnen. Immers, aanvullend pensioen en WW worden opgebouwd over loon, niet over de uitkering. Doordat de werknemer een lager loon ontvangt, bouwt hij minder aanvullend pensioen en WW op dan bij de regels die nu gelden. En bijstand is er voor mensen die niet zelf in hun bestaan kunnen voorzien. Heb je geen recht op een uitkering, bijvoorbeeld door een werkende partner of eigen vermogen, dan houdt de werknemer minder over dan mensen met een beperking die onder de huidige regels werken, maar meer dan als hij niet zou werken. Doel is om meer mensen kans op werk te geven.

Deze manier van werken kost de overheid minder dan de regeling die er nu is. Het geld dat overblijft, krijgen gemeenten om mensen met een beperking te helpen bij werk of door banen te creëren voor mensen die veel ondersteuning nodig hebben. De ondersteuning die er nu al is om mensen met een arbeidsbeperking aan werk te helpen, zoals een jobcoach, aanpassingen op de werkvloer en het risico dat de overheid op zich neemt als deze mensen ziek worden, blijven bestaan.

Elke regeling heeft voor- en nadelen. Wat voor het kabinet het zwaarst weegt, is dat meer mensen de kans krijgen om aan het werk te komen. Daar moet de nieuwe regeling aan bijdragen.

Documenten

Kamerbrief hoofdlijnennotitie Loondispensatie Participatiewet

Aanbiedingsbrief hoofdlijnennotitie Loondispensatie Participatiewet van staatssecretaris Van Ark (SZW) aan de Tweede Kamer. De…
Kamerstuk: Kamerbrief | 27-03-2018

Hoofdlijnennotitie Loondispensatie Participatiewet

Kamerstuk | 27-03-2018

Bron: http://www.rijksoverheid.nl/

Tot 1 mei aanvraag indienen experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs

Scholen kunnen tot 1 mei 2018 een aanvraag indienen bij het ministerie van OCW om bij aanvang van het nieuwe schooljaar te starten met het experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs. Onlangs is de beleidsregel gepubliceerd.

Het experiment regelt dat een so-school/vestiging en een school voor (speciaal) basisonderwijs die geïntegreerd onderwijs willen vormgeven, vier jaar als één school kunnen functioneren. Reguliere en (v)so-scholen krijgen experimenteerruimte waarmee ze vier jaar lang leerlingen volledig mogen mengen voordat zij de (v)so-school opheffen.

Dit experiment past in een bredere ontwikkeling om tot meer maatwerk voor leerlingen te komen. Het voorziet in een geïntegreerde voorziening voor een zo thuisnabij mogelijke onderwijsplek. In sommige regio’s spelen ook ontwikkelingen als leerlingendaling en negatieve verevening een rol.

Het experiment wordt mogelijk gemaakt op grond van de Experimenteerwet primair onderwijs. Scholen kunnen tot 1 mei een aanvraag indienen bij het ministerie van OCW om per 1 augustus 2018 te starten met het experiment. Ook kunnen scholen in het schooljaar 2019/2020 deelnemen aan het experiment.

Downloads en links

Beleidsregel experimenten samenwerking regulier en speciaal onderwijs (Staatscourant)
Beleidsregel experimenten samenwerking regulier en speciaal onderwijs (duo.nl)

Bron: http://www.avs.nl/

Zoeken

Laatste Nieuws

CABO Ondersteunt