Aangepaste bedragen en percentages vanaf 1 juli 2017

Vanaf 1 juli 2017 zijn het maximumdagloon, het minimum(jeugd)loon en het sociaal minimum verhoogd met 0,89%.

Waarom worden de bedragen aangepast?
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslist 2 keer per jaar, op 1 januari en 1 juli, of de bedragen en percentages worden aangepast aan de inflatie.

Meer informatie
Kijk op uwv.nl voor de actuele bedragen en percentages die gelden voor werkgevers.

Bron: www.uwv.nl

Verder uitstel compensatieregeling transitievergoeding

De compensatieregeling voor transitievergoeding bij ontslag na twee jaar ziekte wordt verder uitgesteld. Dat schrijft demissionair minister Asscher in zijn vierde voortgangsbrief WWZ. De onzekerheid over de compensatieregeling duurt hiermee voort.

Wordt een werknemer na twee jaar arbeidsongeschiktheid wegens ziekte ontslagen, dan is de werkgever sinds de invoering van de WWZ verplicht een transitievergoeding te betalen. Demissionair minister Asscher zwichtte vorig jaar voor de druk van de Kamer om de Wet op dit punt aan te passen.

Wetsvoorstel controversieel

  • In maart werd bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet aanpassing transitievergoeding ingediend. Hierin is onder andere opgenomen dat werkgevers worden gecompenseerd voor de transitievergoeding die zij wegens ontslag na twee jaar ziekte aan arbeidsongeschikte werknemers betalen.
  • In mei werd dit wetsvoorstel controversieel verklaard. De behandeling ervan vindt plaats door de nieuwe regering.
  • Minister Asscher schrijft op 5 juli 2017 in zijn vierde voortgangsbrief WWZ dat wanneer het wetsvoorstel aangenomen mocht worden, de compensatieregeling – uit te voeren door UWV – niet per 1 januari 2019 in werking kan treden. Dit is gelegen in de voorbereidingstijd die, vooral vanwege aanpassing van de ICT systemen, nodig is.

Toekomst compensatieregeling nog steeds onzeker
De toekomst van de compensatieregeling is dan ook nog steeds onzeker. Het is immers afwachten of de nieuwe regering het wetsvoorstel (al dan niet in gewijzigde vorm) zal aannemen.

Administreer uw transitievergoedingen goed
In verband met het vorenstaande adviseren wij u om de transitievergoedingen die u heeft betaald of in de toekomst nog dient te betalen in het kader van ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, goed bij te houden in uw administratie.

Mocht het wetsvoorstel in de toekomst worden aangenomen, dan is immers van belang dat u aan kunt tonen dat u uw arbeidsongeschikte werknemer een transitievergoeding heeft meegegeven.

Bron: www.verus.nl

Onderwijsaccountantsprotocol 2017 beschikbaar

Het Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ 2017 is beschikbaar op de website van de Inspectie van het Onderwijs. Deze versie van het protocol wordt in september 2017 als bijlage bij de ministeriële regeling Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ 2017 gepubliceerd in de Staatscourant.

Het accountantsprotocol wordt beschikbaar gesteld in de vorm van een PDF-versie. Daarin kunt u de onderliggende wet- en regelgeving en overige relevante documenten raadplegen door het klikken op de links in de tekst en natuurlijk is deze versie geschikt voor het uitprinten van het accountantsprotocol.

Het accountantsprotocol is de schakel tussen enerzijds de wet- en regelgeving en anderzijds de uit te voeren werkzaamheden door instellingsaccountants. Het geeft een toelichting op het te hanteren referentiekader, de controle op de jaarrekening, het onderzoek naar de bekostigingsgegevens en de gewenste accountantsproducten.

Links bij dit nieuwsitem

Bron: www.poraad.nl

Subsidie professionalisering en begeleiding achterstandsleerlingen

Komend schooljaar gaat een pilot van start waarbij leraren een aantal uur worden vrijgeroosterd om deel te nemen aan coachingsactiviteiten en om intensieve begeleiding te bieden aan leerlingen met achterstanden. Binnen de pilot is plaats voor 10 po- en 10 vo-scholen; zij ontvangen subsidie voor het vrijroosteren van de leraren. Scholen die interesse hebben in deelname, kunnen tot en met 3 september a.s. subsidie aanvragen.

Met de subsidie kunnen de leraren de komende twee schooljaren een aantal uur worden vrijgeroosterd. Binnen deze uren gaan zij samen met een coach aan de slag met hun verdere professionalisering, waarbij het versterken van hun pedagogisch-didactisch handelen centraal staat. Deze coach kan een meer ervaren leraar zijn of een expert van buiten.

Daarnaast gaan ze in de vrijgekomen uren aan de slag met de intensieve begeleiding van leerlingen die achterstanden hebben en/of wiens studievaardigheden kunnen worden verbeterd. Ze kunnen deze leerlingen bijvoorbeeld helpen op het gebied van vakinhoud, maar ook bij het versterken van hun werkhouding en zelfstandigheid. Ook kunnen ze hen stimuleren om bijvoorbeeld meer te doen met sport en cultuur, om hun creativiteit, samenwerkingsgerichtheid en zelfvertrouwen te vergroten.

Er kan daarnaast ook subsidie worden aangevraagd voor onderwijsontwikkeling en -innovatie voor achterstandsleerlingen. Hieraan mag dan maximaal 20% van de tijd worden besteed.

Voorwaarden en subsidiebedragen
In totaal kunnen 10 po- en 10 vo-scholen deelnemen aan de pilot. Op de website van DUS-I leest u meer over de procedure en de voorwaarden voor het aanvragen van subsidie. Zo moet uw school ‘veel achterstandsleerlingen’ hebben. Op de website leest u wat hier binnen het kader van de pilot onder wordt verstaan.

In totaal is een budget van 5.816.000 euro beschikbaar voor de schooljaren 2017-2018 en 2018-2019. De subsidie is maximaal 290.800 euro per bevoegd gezag voor twee schooljaren. Deze subsidie kan worden ingezet voor de vervanging van leraren en de eventuele inhuur van een externe coach.

Aanvragen
Het bevoegd gezag kan subsidie aanvragen via het formulier op de website van DUS-I. Dit kan tot en met 3 september 2017.

Bron: www.vo-raad.nl

Wetsvoorstel instemmingsrecht MR heroverwogen

Het demissionaire kabinet gaat het wetsvoorstel om het bestaande adviesrecht van de medezeggenschapsraad (MR) op de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid te vervangen door een instemmingsrecht, heroverwegen. Dit schrijft staatssecretaris Dekker op 11 juli aan de Tweede Kamer. De heroverweging gebeurt op advies van de Raad van State. Het ministerie zal hierover in het najaar in gesprek gaan met alle betrokkenen.

 

Met deze veldraadpleging zal nader onderzoek worden gedaan naar de werking in de praktijk van het voorgestelde instemmingsrecht en de afbakening van de reikwijdte daarvan, alsmede naar de werking van het huidige adviesrecht.

Als uit de consultatie blijkt dat het instemmingsrecht een noodzakelijk en geschikt instrument is om de financiële ‘checks en balances’ in het kader van de lumpsumsystematiek en de vereenvoudiging van de bekostiging te versterken, zal een nieuw wetsvoorstel worden overwogen, zo schrijft Dekker.

Inzet VO-raad
De VO-raad hecht veel waarde aan het borgen van de juiste checks en balances binnen een schoolbestuur; in de Code Goed Onderwijsbestuur VO zijn hier ook diverse afspraken over gemaakt. De raad vindt het van groot belang dat een herziene versie van dit wetsvoorstel bijdraagt aan het versterken van de checks en balances in de sector en zal dit ook inbrengen in de veldraadpleging. In het najaar zullen we u nader informeren over onze inhoudelijke input.

Lees de brief van Dekker aan de Tweede Kamer over het heroverwegen van het ‘Wetsvoorstel instemmingsrecht MR op hoofdlijnen meerjarig financieel beleid’.

Bron: www.vo-raad.nl

Eerste Kamer stemt in met wet vereenvoudiging samenwerkingsschool

De Eerste Kamer heeft op 11 juli 2017 na een uitgebreid debat de ‘Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool’ aangenomen. VVD, PvdA, 50PLUS, SP, D66 en PVV stemden voor. SGP, ChristenUnie, CDA, GroenLinks, PvdD en OSF stemden tegen. Een samenwerkingsschool is een fusieschool waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt aangeboden.

Het wetsvoorstel is bedoeld om – door de vereenvoudiging van de bestuurlijke vormgeving – de mogelijkheden om een samenwerkingsschool tot stand te brengen te verruimen. Zo wordt het continuïteitscriterium versoepeld. Verder wordt de fusietoets voor fusies die leiden tot de vorming van een samenwerkingsschool of -bestuur afgeschaft en zal het openbare karakter en de bijzondere identiteit van de samenwerkingsschool vooral gewaarborgd gaan worden via een identiteitscommissie op schoolniveau. Ten slotte regelt het wetsvoorstel dat een samenwerkingsschool in stand kan worden gehouden door een stichting voor openbaar onderwijs.

Tijdens het debat met staatssecretaris Dekker werd door diverse woordvoerders aangevoerd dat het wetsvoorstel mogelijk in strijd is met artikel 23 Grondwet (vrijheid van onderwijs en de verantwoordelijkheid van de regering voor het onderwijs). Een motie die opriep tot een maatschappelijk debat hierover werd verworpen, omdat het Grondwetartikel ruimte geeft voor verschillende interpretaties. Een brede discussie zou hier niet veel aan toevoegen.

Wel werd een motie aanvaard tot het maken een handreiking door de PO-Raad en VO-raad voor het statutair vastleggen van de identiteit van de (samenwerkings)school. Er moet volgens Dekker altijd een balans worden gevonden tussen de kenmerken en vereisten van openbaar en bijzonder onderwijs. Dat vraagt om een evenwichtig samengestelde identiteitscommissie met verschillende bevoegdheden.

De staatssecretaris benadrukte dat de samenwerkingsschool altijd een uitzondering dient te blijven op de regel. Het is echter wel een ruimere uitzondering dan sinds het wetsvoorstel van 2011 het geval was. Deze verruiming zal naar verwachting tot enkele tientallen nieuwe samenwerkingsscholen leiden. Tot slot zegde Dekker toe te kijken of er maatregelen nodig zijn voor de ondersteuning van kleine scholen.

Bron: www.avs.nl

Lonen PO fors lager dan marktsector

Schoolleiders in het primair onderwijs verdienen 12 procent minder loon dan vergelijkbare werknemers in de marktsector. Het gemiddelde loon van leraren in het primair onderwijs ligt zelfs 14 procent onder dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector Deze verschillen zijn sinds 2006 vrijwel constant.   Dat blijkt uit het rapport ‘Wat een leraar verdient. Vergelijking van het loon van leraren en schoolleiders in het primair onderwijs met de marktsector 2006 – 2015’. De vergelijking is gedaan door SEO Economisch Onderzoek in opdracht van het Arbeidsmarktplatform PO, van en voor werkgevers en werknemers in het primair onderwijs. Aanleiding voor de vergelijking is de vraag of het primair onderwijs kan concurreren met de marktsector om hbo- en wo- opgeleid personeel.

Schoolleiders hebben een beduidend lager gemiddeld bruto uurloon dan de vergelijkbare werknemers in de marktsector. In 2015 was het gemiddeld bruto uurloon van schoolleiders ongeveer 12 procent lager dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector, een verschil van ongeveer 5 euro. Het gemiddelde bruto uurloon van leraren bedraagt in 2015 ongeveer 26 euro. Dat is ongeveer 4 euro lager dan dat van een vergelijkbare werknemer in de marktsector. Het loonverschil voor masteropgeleide leraren is fors: 23 procent (8 euro). Dat percentage is veel hoger dan het loonverschil voor de hbo-opgeleide leraren (11 procent).

Leraren boven de 35 jaar verdienen veel minder dan vergelijkbare werknemers in de marktsector, het verschil loopt op tot 30- 35 procent voor voltijdswerkende leraren, dat is 11 tot 15 euro per uur minder. Het gemiddelde bruto loon voor leraren jonger dan 35 jaar met een voltijds dienstverband is 3 procent lager dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector, ongeveer 1 euro per uur minder.

Ook voor deeltijders ligt het verdiende loon lager dan in de marksector. Een vrouwelijke leerkracht tussen de 35 en 50 jaar met een deeltijdaanstelling verdient gemiddeld ongeveer 12 procent (4 euro bruto) minder dan een vergelijkbare werknemer in de marktsector. Voor vrouwen boven de 50 jaar is dat 7 procent.

Downloads en links
Rapport-loonvergelijking PO.pdf

Bron: www.avs.nl

Ontstaan uitkeringsrecht wegens urenverlies gedurende looptijd bindingscontract of bindingsaanstelling

Per 1 augustus 2016 zijn de nieuwe contractvormen uit de cao PO 2016-2017 verwerkt in het Reglement Participatiefonds. Vanuit het onderwijsveld is een vraag binnengekomen over één van deze artikelen, namelijk artikel 4:64 en dan meer specifiek over de bindingscontracten:

‘Moet op dit artikel worden gemeld indien er gedurende de looptijd van een bindingscontract een uitkeringsrecht ontstaat wegens urenverlies?’

Deze vraag werd met name gesteld in het licht bezien van de voorwaarden die gelden bij artikel 4:64, in het bijzonder de voorwaarde ‘aanbod ondersteuning extern’. Er werd gevreesd dat in dit soort situaties een vergoedingsverzoek moest worden ingediend inclusief bijbehorend aanbod ondersteuning extern. Dat zou betekenen dat een werkgever mogelijk meerdere keren gedurende de looptijd van het bindingscontract kosten zou moeten maken in verband met deze voorwaarde.

Het antwoord op de bovengenoemde vraag luidt ontkennend. Alleen bij de beëindiging van het bindingscontract zelf kan er op grond van artikel 4:64 een vergoedingsverzoek bij het Participatiefonds worden ingediend.

Mocht er sprake zijn van het ontstaan van een uitkering wegens urenverlies gedurende de looptijd van een bindingscontract, dan kan een vergoedingsverzoek worden ingediend op grond van één van de artikelen 4:27 tot en met 4:36 voor het bijzonder onderwijs en artikel 5:29 tot het met 5:38 voor het openbaar onderwijs. Dit is echter niet verplicht. In het geval er een uitkeringsrecht is ontstaan waarvoor nog geen vergoedingsverzoek is ingediend, dan appelleert het Participatiefonds na verloop van tijd de betreffende werkgever en biedt het deze werkgever alsnog de gelegenheid om een vergoedingsverzoek in te dienen.

Bron: www.participatiefonds.nl

 

 

Reglement Participatiefonds voor het schooljaar 2017-2018

Het Reglement Participatiefonds voor het schooljaar 2017-2018 is gepubliceerd in de Staatscourant en treedt per 1 augustus 2017 in werking. In deze versie van het reglement zijn enkele tekstuele onvolkomenheden aangepast. Ook zijn er nog twee inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd, die hieronder kort worden toegelicht.

Beëindiging dienstverband tijdens proeftijd
In het reglement is nu de mogelijkheid opgenomen om een vergoedingsverzoek in te dienen voor een dienstverband dat is beëindigd tijdens de proeftijd als bedoeld in artikel 3.1, derde lid van de cao PO 2016-2017.

Aanpassing artikel 3:10 en 3:15
Het Participatiefonds ontvangt periodiek van het UWV gegevens met betrekking tot uitkeringsgerechtigden,  waarvoor door de betrokken werkgever nog geen vergoedingsverzoek is ingediend. Het Participatiefonds biedt in dergelijke gevallen deze werkgever alsnog de mogelijkheid om hiervoor een vergoedingsverzoek in te dienen. Indien de werkgever niet (tijdig) reageert op dit appel of kenbaar maakt geen vergoedingsverzoek te willen indienen, dan komen de werkloosheidskosten voor rekening van de werkgever. Deze werkloosheidskosten worden verrekend in de jaarlijkse lumpsum die het schoolbestuur krijgt van het ministerie van OCW. Het Participatiefonds stuurt het schoolbestuur voorafgaand een brief waarin dit wordt medegedeeld.

Voorheen stond in het reglement opgenomen, dat deze brief een besluit was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, wat onjuist is. Het reglement is hierop aangepast. Dit heeft tot gevolg dat tegen de verrekenbrief niet langer meer in bezwaar kan worden gegaan.

Bron: www.participatiefonds.nl

Uitstel berekening bonus-malus over 2016

Na overleg met betrokken partijen heeft het bestuur van het Vervangingsfonds besloten om de bekendmaking van de bonus-malus berekening over 2016 uit te stellen naar 15 november 2017.

Complexe verwerking
Aan dit besluit ligt ten grondslag dat de – zeer complexe – verwerking van poolvervangingsgegevens binnen de keten en ‘Mijn Vf’ meer tijd vergt dan voorzien. Ondanks alle inspanningen bij de betrokken partijen kan de kwaliteit en betrouwbaarheid van de inzetverantwoording over 2016 op dit moment niet gegarandeerd worden.

Voor alle schoolbesturen
Aangezien de berekening van de bonus-malus voor alle schoolbesturen (dus ook voor de besturen zonder vervangingspools) op hetzelfde moment plaatsvindt, geldt dit uitstel voor het gehele scholenveld.

Aanpassing artikel 27
De met dit besluit verband houdende aanpassing van het reglement wordt binnenkort in de Staatscourant gepubliceerd.

Heeft u nog vragen?
Lees dan de brief die aan alle besturen en administratiekantoren is verzonden.

Of bel met onze helpdesk via telefoonnummer 045 – 579 81 07. E-mailen kan ook naar helpdesk@vfpf.nl. De helpdesk is op werkdagen bereikbaar van 9.00 tot 17.00 uur.

Bron: www.vervangingsfonds.nl

YOUFORCE


Geef uw mutaties digitaal aan ons door



Meer


PROACTIVE


Wij ontzorgen u middels digitale factuurverwerking



Meer


NIEUWSBRIEF


Meld u aan voor de nieuwsbrief, dan blijft u op de hoogte



Meer


SPREEKUUR


Meld u aan voor het ABP spreekuur



Meer


KWALIFIER


Cabo maakt deel uit van Kwalifier









Meer