Ouderschapsverlof bij min-maxcontract of nulurencontract

Het ouderschapsverlof bedraagt 26 keer het aantal uren dat iemand volgens de arbeidsovereenkomst werkt. Als een werknemer meer uren werkt of er staan geen uren in het contract, dan kunt u berekenen hoeveel uren de werknemer gemiddeld per week heeft gewerkt. Dit gaat over een periode van 3 maanden of langer.

1 Min-maxcontract
Ook met een min-maxcontract heeft een werknemer recht op ouderschapsverlof van 26 keer het aantal werkuren (arbeidsduur) per week.

Als arbeidsduur gelden in ieder geval de garantie-uren. Garantie-uren zijn het minimum aantal uren dat de werknemer volgens het contract per week werkt.

Meer gewerkte uren dan garantie-uren
Als de werknemer structureel meer dan de garantie-uren in het min-maxcontract werkt, bereken dan het ouderschapsverlof  op basis van het gemiddelde aantal gewerkte uren per week in de afgelopen 3 maanden.

Als die periode geen goed beeld geeft, bijvoorbeeld omdat er zich net een piek of een dal in de werkzaamheden voordeed, kunt u de berekening op een langere periode baseren, bijvoorbeeld een jaar.

2 Nulurencontract
Het recht op ouderschapsverlof bedraagt 26 keer het aantal uren dat u per week werkt volgens het arbeidscontract. Maar in een nulurencontract  staat niet hoeveel uren iemand werkt.

Gemiddeld aantal gewerkte uren
Voor de berekening van het verlof moet u weten hoeveel uren een werknemer per week werkt. Ga bij de berekening van het ouderschapsverlof bij een nulurencontract uit van het gemiddelde aantal gewerkte uren per week in de afgelopen 3 maanden.

Als deze periode geen goed beeld geeft, bijvoorbeeld omdat er zich net een piek of een dal in de werkzaamheden voordeed, gebruik dan voor uw berekening een langere periode, zoals een jaar.

Bron: www.rijksoverheid.nl

Aanvraagperiode WW-uitkering verkort

Wie vanaf nu een WW-uitkering aanvraagt, kan dat op zijn vroegst 1 week voor en uiterlijk 1 week na zijn eerste WW-dag doen. U kunt zich wel alvast voorbereiden door het Stappenplan WW en de e-mailservice te gebruiken.

Aanvraag 1 week voor de eerste WW-dag
Een week voor de eerste WW-dag geeft een werkgever de salarisgegevens van de werknemer door aan UWV. Pas daarna kunnen wij een beslissing nemen over de uitkering. Om die reden hebben wij de aanvraagtijd verkort. U kunt de aanvraag nu 1 week van tevoren doen.

Stappenplan WW
De aanvraag moet wel uiterlijk 1 week na de eerste WW-dag bij ons binnen zijn, anders krijgt u misschien eenmalig een lagere uitkering.

U heeft dus 2 weken de tijd heeft om uw aanvraag te doen. Om te zorgen dat u niet te vroeg en niet te laat bent, kunt u het Stappenplan WW volgen. Daarin staat precies wat u wanneer moet doen om een WW-uitkering aan te vragen. Ook kunt u zich aanmelden voor de e-mailservice. U krijgt dan van ons een e-mail die u eraan herinnert om uw aanvraag op tijd te doen.

Voor uw WW-aanvraag heeft u uw DigiD nodig. Als u die nog niet heeft, houd er dan rekening mee dat de aanvraag van een DigiD 5 dagen kan duren.

Meer informatie
Kijk voor meer informatie op Wanneer moet ik een WW-uitkering aanvragen?

Bron: www.uwv.nl

Bekostiging 2016-2017 meer verhoogd dan verwacht

Aan de hand van de toepassing van de referentiesystematiek is de bekostiging van het primair onderwijs in het schooljaar 2016-2017 aangepast en daarmee definitief gemaakt.

Op basis van de ontwikkeling van de loonkosten en werkgeverslasten in de marktsector wordt bepaald of er een kabinetsbijdrage wordt verstrekt en hoe hoog deze zal zijn. Dit wordt toegepast per kalenderjaar in de bekostiging en ziet daarmee op twee (delen van) schooljaren.

Eind maart 2017 werd de regeling bekostiging 2017-2018 gepubliceerd en 5/12e deel van de kabinetsbijdrage was daar al in verwerkt. Voor het 7/12e deel dat in het schooljaar 2016-2017 zou vallen, moest worden gewacht op de definitieve regeling die elk jaar rond het begin van september komt.

Bekostiging omhoog door kabinetsbijdrage
De kabinetsbijdrage is flink te noemen en zelfs wat hoger dan verwacht. De verwachting in het voorjaar was dat de kabinetsbijdrage een stijging van circa 1,7 procent zou bedragen. Wanneer we de bedragen van de gemiddelde personeelslast (GPL) bekijken, dan is er door de kabinetsbijdrage 2,26 procent ophoging wat betreft de GPL voor de leraren.

Doordat de kabinetsbijdrage hoger is dan verwacht, blijkt de cao achteraf dekkend te zijn. De cao-partijen waren overeengekomen bij de totstandkoming van de CAO PO 2016-2017 om de dekking deels te vinden in de nog toe te kennen kabinetsbijdrage over 2017. Deze is nu definitief vastgesteld en ruim boven wat de partijen in hun berekeningen hadden meegenomen.

Daarmee is bijvoorbeeld ook de bonus van april 2017 nu volledig gedekt.

Ga naar de regeling, waarin alle bedragen staan.

Bron: www.vosabb.nl

Kabinet activeert quotum voor banenafspraak

Vrijdag 8 september 2017 heeft het kabinet besloten het quotum voor de banenafspraak te activeren voor de sector overheid. Dit blijkt uit een brief die naar de Eerste en Tweede Kamer is gestuurd.

Aanleiding hiervoor is dat werkgevers bij overheid en onderwijs in 2016 circa 3.600 banen hebben gerealiseerd voor mensen met een arbeidsbeperking, in plaats van de beoogde 6.500. In de brief geeft het kabinet aan zich te realiseren dat de uitvoering van de banenafspraak knelpunten kent die onderzocht en opgelost moeten worden.

In 2013 zijn in het Sociaal Akkoord afspraken gemaakt over het aannemen van werknemers met een arbeidsbeperking. Het is de bedoeling dat het bedrijfsleven 100.000 extra banen voor deze doelgroep creëert en de sector overheid 25.000 extra banen. Deze banen moeten in 2023 gerealiseerd zijn, ten opzichte van het aantal banen op 1 januari 2013. De banenafspraak is wettelijk verankerd in de Participatiewet. De sociale partners in het voortgezet onderwijs hebben zich aan de afspraak verbonden en deze verwerkt in de CAO VO.

De VO-raad heeft in samenwerking met het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) in een brief aan informateur Zalm aangegeven dat de quotumheffing op dit moment niet het geëigende middel is om de banenafspraak tot een succes te maken. In deze brief zijn ook enkele knelpunten aangegeven die werkgevers ervaren bij de uitvoering van de banenafspraak.

De VO-raad vindt het positief dat het kabinet oog heeft voor de door de sectoren genoemde knelpunten. De invoering van de quotumheffing wordt met een jaar uitgesteld. Hiermee hebben de schoolbesturen een jaar langer de tijd om de aantallen te realiseren. Daarnaast wil het kabinet de duur van de beoordeling aanpassen. Dit betekent dat het mogelijk wordt dat de banen van mensen uit de doelgroep banenafspraak die in de loop van de tijd bij hun werkgever meer zijn gaan verdienen dan het wettelijk minimum toch blijven meetellen. Zonder deze aanpassing zou de werknemer uit de doelgroep banenafspraak na twee jaar niet meer tot de doelgroep behoren, met als gevolg dat de werkgever opnieuw een werknemer uit de doelgroep in dienst moet nemen.

Tegelijkertijd laat het kabinet een aantal onderzoeken uitvoeren waarbij speciale aandacht wordt besteed aan de positie van het funderend onderwijs. Er wordt gekeken naar de wettelijke bevoegdheidseisen van onderwijsgevend personeel in combinatie met de verhoudingsgewijze lage overhead op scholen. Ook zal er een relatie worden gelegd tussen het onderzoek en de resultaten en ervaringen van de binnen het onderwijs gebruikelijke personele formatieronde in het voorjaar van 2018.

Quotumheffing
Het aantal extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking (gemeten in verloonde uren) wordt vanaf 2018 per individuele werkgever gemeten. In 2019 krijgt de werkgever het resultaat van deze eerste meting. Daarbij wordt nog geen heffing opgelegd als het vereiste aantal banen niet is gehaald. Een jaar later gebeurt dat wel (2020). Er wordt dan ook gekeken naar de voorgaande jaren, dus het aantal banen dat tot en met 2019 gerealiseerd zou moeten zijn. In oktober wordt per individuele werkgever de quotumheffing vastgesteld en gepubliceerd. De heffing bedraagt € 5.000,- per niet ingevulde arbeidsplaats van 25,5 uur.

Voor het voortgezet onderwijs geldt dat eind 2023 in totaal 2640 extra banen moeten zijn gecreëerd. Jaarlijks moeten scholen 264 extra banen creëren. Tot 2017 realiseerde de VO-sector 364 banen.

De VO-raad benadrukt nogmaals dat onderwijswerkgevers eraan hechten extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Wij vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen kunnen meedoen in de samenleving.

Er zijn meerdere instrumenten beschikbaar zoals premiekortingen, uniforme no-risk polis en loonkostensubsidie die kunnen worden ingezet bij het in dienst nemen van mensen uit de doelgroep banenafspraak. Het overzicht met toelichting staat in deze link.

Bron: www.vo-raad.nl

Geen melding van ziekte? Boete van UWV!

In diverse situaties waarin een werknemer ziek is, moet de werkgever bij UWV een melding maken van de ziekte. Werkgevers die niet of te laat de informatie doorgeven aan UWV, kunnen een boete krijgen.

In de Ziektewet zijn meerdere meldingsplichten opgenomen voor werkgevers. Zo moet de werkgever UWV benaderen als het dienstverband van een zieke werknemer eindigt. Dit doet hij op de laatste werkdag.

Een melding bij UWV is ook nodig als een werknemer 42 weken ziek is. De werkgever moet dan uiterlijk op de eerste dag na die 42e week contact opnemen met het instituut.

Daarnaast bestaat er onder meer een meldingsplicht bij ziekte door zwangerschap of bevalling en bij ziekte van werknemers met fictief dienstverband. De werkgever doet zo’n melding uiterlijk op de vierde ziektedag. En meldt een werknemer met ZW-uitkering dat hij hersteld is, dan geeft de werkgever dit uiterlijk binnen twee dagen door aan UWV.

Onder omstandigheden geen of lagere boete
Voor het niet nakomen van een meldingsplicht uit de Ziektewet legt UWV een boete op. Deze boete volgt ook als de werkgever te laat is met zijn melding, of als in de melding de data van ziekte of herstel niet kloppen. De boete bedraagt maximaal € 455. Is een werkgever niet verwijtbaar, dan kan UWV besluiten geen boete op te leggen of deze te minderen. Nadere regels hierover staan in de Beleidsregel boete werkgevers ZW. De Beleidsregel gaat specifiek in op digitale meldingen via Digipoort of de verzuimmelder. Als een werkgever bijvoorbeeld zijn melding te laat verstuurt door een storing in Digipoort of de verzuimmelder, maar alsnog binnen een dag melding maakt nadat de storing is verholpen, krijgt hij geen boete.

Bron: www.rendement.nl

Stakers salaris doorbetalen: mag niet, toch doen?

Naar aanleiding van mogelijke verwarring over het wel of niet doorbetalen van salaris aan stakers in het primair onderwijs, is een recent gepubliceerde toelichting van de Onderwijsjuristen op dit punt aangepast.

PO Front roept op tot een staking in het primair onderwijs op 5 oktober. De staking is gericht tegen de volgens PO Front te lage lerarensalarissen en te hoge werkdruk. In PO Front werkt de PO-Raad samen met de lerarengroep PO in Actie en de vakbonden.

Stakers hebben geen recht op salaris
De Onderwijsjuristen van VOS/ABB leggen in hun toelichting uit wat er gedaan moet worden als leraren gaan staken. Zij benadrukken onder andere dat bij een staking de hoofdregel geldt ‘geen arbeid, geen loon’. Dit volgt uit artikel 627 van Burgerlijk wetboek 7 en is tevens neergelegd in artikel 11.2 lid 6 van de CAO PO (en artikel 19.2 lid 6 van de CAO VO). Dit betekent dat de werknemer over de stakingsuren geen recht op salaris heeft.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft echter in juli jongstleden in antwoord op Kamervragen gezegd dat een staking een zaak is tussen werkgevers en werknemers en dat schoolbesturen ervoor kunnen kiezen om stakers door te betalen.

Doorbetalen = wet overtreden
De Onderwijsjuristen wijzen erop dat de instanties die toezien op het naleven van de wet, onder verantwoordelijkheid van de minister (in dit geval de staatssecretaris) staan. ‘Als die vindt dat er niet gehandhaafd hoeft te worden op scholen die onrechtmatig geld uitgeven aan salaris voor niet-gewerkte uren, dan is dat diens politieke en beleidsmatige keuze’, zo staat in hun toelichting.

Zij benadrukken echter dat dit niet wegneemt dat als schoolbesturen salaris doorbetalen aan stakers, zij hiermee de wet overtreden.

Bron: www.vosabb.nl

Handleiding bij de staking van 5 oktober

Op donderdag 5 oktober zal door medewerkers in het primair onderwijs in Nederland worden gestaakt. De vakbonden hebben een staking uitgeroepen. De organisaties die verenigd zijn in het PO-Front, ondersteunen deze actie om de gezamenlijke boodschap aan de politiek kracht bij te zetten. Zij willen dat in het regeerakkoord extra geld wordt vrijgemaakt voor eerlijke en rechtvaardige salariëring en minder werkdruk in het primair onderwijs.

In deze 2e versie van de handleiding zijn een paar punten duidelijker verwoord, namelijk:

  • De staking is officieel uitgeroepen door de vakbonden, de organisaties verenigd in het PO-front, zoals de PO-Raad, ondersteunen deze actie (zie gearceerde tekst op pagina 1);
  • De alinea over het doorbetalen van loon aan medewerkers die wel willen werken, maar dat door de staking niet kunnen, is wat duidelijker beschreven (zie gearceerde tekst op pagina 3);
  • Het zijn natuurlijk niet alleen leraren die gaan staken, dus waar in de handleiding eerst ‘leraren’ stond, staat nu werknemers of medewerkers.

De staking op 5 oktober betekent dat op veel plekken in Nederland de scholen dicht blijven. De PO-Raad steunt deze actie als lid van het PO-Front. Uit een peiling onder de leden van de PO-Raad, blijkt dat een grote meerderheid van de schoolbesturen in het primair onderwijs het doel van de actie ondersteunt en begrip heeft voor een staking. Op basis van de uitkomst van de ledenpeiling roept de PO-Raad schoolbesturen op om medewerkers die mee willen doen aan de staking, te ondersteunen. Met extra geld willen we de salarissen in het primair onderwijs verhogen en de werkdruk verlagen. We willen immers ook in de toekomst genoeg goede en gemotiveerde leraren voor de klas hebben staan.

De helpdesk van de PO-Raad krijgt al veel vragen binnen. De belangrijkste vragen hebben we op een rij gezet in deze handleiding om de leden van de PO-Raad optimaal te ondersteunen. In de handleiding vindt u informatie over waar u aan moet denken bij de staking en hoe dit juridisch allemaal werkt. We hebben de informatie verdeeld in actie- en aandachtspunten voor, tijdens en na 5 oktober.

Naar de handleiding >

NB CABO: N.a.v. onze ervaring met de vorige staking gaan wij ervan uit dat het salaris tijdens de staking wordt doorbetaald. Mocht u het salaris willen inhouden dan verzoeken wij u contact met ons op te nemen!

Bron: www.poraad.nl

YOUFORCE


Geef uw mutaties digitaal aan ons door



Meer


PROACTIVE


Wij ontzorgen u middels digitale factuurverwerking



Meer


NIEUWSBRIEF


Meld u aan voor de nieuwsbrief, dan blijft u op de hoogte



Meer


SPREEKUUR


Meld u aan voor het ABP spreekuur



Meer


KWALIFIER


Cabo maakt deel uit van Kwalifier









Meer