
Wijziging Regeling verrekening uitkeringskosten VO voorgelegd aan Eerste en Tweede Kamer

In het voortgezet onderwijs worden de kosten van de wettelijke en bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen gedragen door de werkgevers in de sector, volgens een vereveningsmodel waarbij 25 procent voor rekening komt van de oud-werkgever en 75 procent collectief door alle werkgevers in de sector. Deze wijze van ‘normatief verevenen’ wordt geacht een prikkel te geven aan zowel de individuele werkgever als aan de werkgevers collectief om werkloosheid te voorkomen en re-integratie te bevorderen. Tegelijkertijd bevat de regeling een solidariteitsaspect (idee hierbij is dat kleinere scholen mogelijk minder werk kunnen maken van re-integratie dan grotere schoolbesturen en meer geraakt kunnen worden door werkloosheidskosten).
OCW is voornemens om de percentages in de huidige Regeling verrekening uitkeringskosten VO te wijzigen door de eigen bijdrage van schoolbesturen aan werkloosheidskosten aan te passen van 25% naar 50%. Tegelijk met deze verhoging wordt de collectieve bijdrage verlaagd van 75% naar 50%. Hiermee wordt volgens OCW de financiële prikkel voor werkgevers in het VO met werkloos ex-personeel sterker en gelijkgesteld aan die voor werkgevers in het primair onderwijs. Doel is terugdringen van de werkloosheid in het vo en het stimuleren van de inzet op re-integratie naar werk. Het voornemen tot deze wijziging is recent door OCW voorgelegd aan de Eerste en Tweede Kamer.
Mede aanleiding voor deze wijziging is een onderzoek naar de vereveningssystematiek en welk effect deze heeft op de re-integratie van werklozen, dat eind 2024 op verzoek van OCW heeft plaatsgevonden. Uit dit onderzoek bleek dat het solidariteitsaspect van de verveningssystematiek in de sector breed wordt gedragen, maar dat over het huidige aandeel eigen risico minder overeenstemming is. Meer dan de helft van de werkgevers is voor een grotere individuele bijdrage.
Een voornemen tot wijziging van de vereveningssystematiek moet altijd via een zogenaamde voorhangprocedure worden voorgelegd aan de Eerste en Tweede Kamer. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden aan beide Kamers om zich over de ontwerpregeling uit te spreken, voordat deze definitief wordt vastgesteld.
De beoogde ingangsdatum van de nieuwe regeling is 1 januari 2028.
Bron: www.vo-raad.nl





