Nieuws

Subsidieregeling vrij roosteren leraren

Twintig schoolbesturen in het PO en VO kunnen subsidie aanvragen om op scholen met veel achterstandenproblematiek leraren vrij te roosteren. De aanvraagperiode voor de subsidie loopt van 17 juni tot en met 15 september 2019.

De maatregel maakt deel uit van het Actieplan Gelijke Kansen (2017-2020). De subsidie om leraren vrij te roosteren is bedoeld om scholen met veel achterstandenproblematiek de mogelijkheid te geven leraren te laten deelnemen aan activiteiten op het gebied van coaching en intensieve begeleiding van leerlingen. Dit is de tweede subsidieronde. Een bestuur kan maximaal €290.800 aanvragen voor de periode 2019-2021.

De voorwaarden in de tweede ronde zijn bijna hetzelfde als in de eerste. Wel moeten de deelnemers explicieter dan in de eerste fase aangeven hoe zij de activiteiten binnen hun eigen organisatie zullen borgen en hoe zij de opgedane kennis en expertise zullen delen met het onderwijsveld. Daarmee dragen de scholen bij aan de doorontwikkeling van het beleid op het gebied van professionalisering van leraren en gelijke kansen in het onderwijs. Een onderzoeksbureau zal de maatregel monitoren en evalueren. De schoolbesturen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek (monitoring en evaluatie).

Aanvragen kunnen worden ingediend bij de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), via een digitaal aanvraagformulier. Besturen die in de eerste ronde subsidie hebben ontvangen, komen in de tweede ronde niet voor subsidie in aanmerking.

Downloads en links

Digitaal aanvraagformulier
Beleidsupdate: subsidieregeling vrijroosteren leraren

Bron: www.avs.nl

Lerarencollectief ontvangt tijdelijke financiering van ministerie van OCW

Minister Slob gaat het initiatief voor een beroepsorganisatie voor leraren vanaf 1 augustus 2019 financieel ondersteunen. De initiatiefnemers Thijs Roovers en Jan van de Ven ontvangen elk 0,4 fte vervangingsvergoeding om de start van de werkzaamheden mogelijk te maken. Dat staat in een brief van de minister aan de Tweede Kamer. Het Lerarencollectief ontvangt ook een werkbudget voor de vergoeding van diverse kosten.

Na het uiteenvallen van de Onderwijscoöperatie en het in de ijskast plaatsen van het lerarenregister heeft de minister voor Basis en Voortgezet Onderwijs leraren opgeroepen om onder eigen regie en eigen voorwaarden te werken aan de vorming van een beroepsgroeporganisatie. Jan van de Ven en Thijs Roovers (bekend van PO in Actie) en René Kneyber hebben deze handschoen opgepakt en zijn het Lerarencollectief begonnen. Begin mei had het initiatief 10.000 steunbetuigingen. De initiatiefnemers zijn vervolgens in gesprek gegaan met OCW om over financiële ondersteuning te praten.

Evaluatie beroepsgroeporganisatie

Eind 2019 wordt de doorontwikkeling van het Lerarencollectief als beroepsgroeporganisatie geëvalueerd. Hierbij staat centraal in welke mate het Lerarencollectief zorgt voor eigen inkomsten en of de vervolgplannen realistisch zijn uitgewerkt voor verdere organisatorische, inhoudelijke, en financiële ontwikkelingen. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie worden vervolgafspraken met het Lerarencollectief gemaakt over de verdere ondersteuning door OCW.  De minister roept ook andere leraren op om met beroepsgroepvorming aan de slag te gaan.

Financiering op termijn door beroepsgroep zelf

Het doel van de ondersteuning is om een basis op te bouwen van waaruit een beroepsorganisatie verder uitgebouwd kan worden. Voorwaarde voor financiering zijn een goed plan en draagvlak bij een substantieel deel van de achterban. Het ministerie van OCW baseert zich voor de vergoeding op het bedrag dat zij eerder heeft verleend aan BVMBO en wat op termijn door de beroepsgroep zelf te dragen valt. De minister wil geen structurele afhankelijkheid van overheidssubsidie. De beroepsgroep moet de organisatie op termijn zelf gaan financieren.

De vergoeding is gebaseerd op de sectorale cao’s en bestaat uit een vervangingsvergoeding van 0,4 fte en een werkbudget waarmee overige kosten kunnen worden gedragen. De leraar blijft in dienst van zijn/ haar school. De werkgever ontvangt de vergoeding om een vervanger aan te stellen.

De minister van OCW hanteert de volgende uitgangspunten voor het bieden van ondersteuning aan initiatieven op het vlak van beroepsgroepvorming leraren:

  1. Het initiatief is afkomstig van leraren en er kan aangetoond worden dat het initiatief kan rekenen op substantiële steun van de achterban.
  2. De beroepsgroeporganisatie moet zoveel mogelijk onafhankelijk van OCW worden doorontwikkeld. Het is daarom belangrijk dat er geen structurele afhankelijkheid ontstaat van overheidssubsidie.
  3. De ondersteuning moet ook voor andere initiatiefnemers beschikbaar zijn, zodat er voor allen een gelijk speelveld ontstaat.
  4. Versnippering of concurrentie tussen beroepsgroep organisaties moet worden voorkomen. Een nieuw initiatief dat een verzoek doet tot tijdelijke ondersteuning door OCW, moet zich richten op samenwerking en zich indien mogelijk aansluiten bij eerdere initiatieven.

Bron: www.vo-raad.nl

Vakbonden breken cao-overleg primair onderwijs af

De vakbonden hebben aangegeven op dit moment niet door te willen praten over een onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao. Rinda den Besten: ,,Ik vind dit heel jammer. We wilden in deze cao een eerlijke beloning realiseren voor onderwijsondersteunend personeel en schooldirectie. Daar zitten ze al een jaar op te wachten. Dat kan nu niet doorgaan. Ook waren we bereid een mooie loonsverhoging voor iedereen af te spreken.’’

Den Besten (voorzitter PO-Raad): ,,Vakbonden wilden geen invulling geven aan de afspraak uit het vorige akkoord om te komen tot verrekening van de transitievergoeding met de bovenwettelijke uitkering. Deze afspraak is onderdeel van de voorwaarden die het kabinet stelde bij het toekennen van de extra middelen (270 miljoen) voor de verbetering van de beloning van leraren. Dat heeft ons verrast.’’

De PO-Raad wilde in een nieuwe cao vervolgstappen zetten in de vernieuwing en verbetering van de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Het doel om te komen tot een compacte, begrijpelijke cao zonder complexe en overbodige bepalingen, ligt nu stil.

Om tot een eerlijke beloning voor onderwijsondersteuners en directie te komen, waren sociale partners bezig met het actualiseren van functiebeschrijvingen voor de schooldirecteuren en ondersteuners. Op basis daarvan zou de beloning van deze medewerkers worden aangepakt. Vergelijkbaar met het actualiseren van de functiebeschrijvingen voor leraren van vorig jaar.

De PO-Raad heeft een voorstel op tafel gelegd met de volgende elementen:

  • Salarisverhoging van 4% voor alle medewerkers
  • Harmonisatie loongebouw
  • Actuele functiebeschrijvingen en eerlijke beloning voor schooldirecteuren en onderwijsondersteuners
  • Individueel budget voor professionalisering, gekoppeld aan de gesprekkencyclus
  • Vernieuwing cao met als doel een compacte, begrijpelijke cao zonder complexe en overbodige bepalingen
  • Looptijd tot eind 2020.

Den Besten: ,,Ik nodig de vakbonden graag uit om in het belang van het primair onderwijs nog eens goed na te denken over het prima bod dat wij hebben gedaan. Daarmee doen we al het mogelijke om het werk in onze sector aantrekkelijker te maken. De PO-Raad is met dit voorstel financieel tot het uiterste gegaan. Daarmee wordt niet de loonkloof met het voortgezet onderwijs gedicht, daarvoor zijn extra investeringen van het kabinet nodig. Nu staan de medewerkers echter met lege handen.’’

Zodra er meer te melden is over de nu ontstane situatie, lees je dat op de website van de PO-Raad. Doordat er nu geen nieuw akkoord is, loopt de huidige cao door.

Bon: www.poraad.nl

Reglement Participatiefonds voor primair onderwijs schooljaar 2019-2020

Het bestuur van het Participatiefonds heeft het reglement voor het schooljaar 2019-2020 vastgesteld.

 

Reglement Participatiefonds 2019-2020

Aanpassingen per 1-8-2019

Het bestuur van het Participatiefonds heeft het Reglement Participatiefonds voor het schooljaar 2019-2020 vastgesteld. Dit reglement treedt op 1 augustus 2019 in werking. Er zijn twee wijzigingen ten opzichte van het reglement van het voorgaande schooljaar.

 

Uiterste indieningsdatum voor vergoedingsverzoeken
In dit reglement is een uiterste indieningsdatum voor vergoedingsverzoeken opgenomen. Als een dienstverband vóór 1 augustus 2020 is beëindigd, dan moet het Participatiefonds hiervoor uiterlijk 31 december 2020 een vergoedingsverzoek hebben ontvangen.

Dit heeft te maken met de modernisering van het Participatiefonds en de nieuwe systematiek van het verwerken van vergoedingsverzoeken per 1 augustus 2020. Vanaf die datum is er een nieuw portaal voor het indienen van vergoedingsverzoeken. Na 31 december 2020 sluit het huidige portaal voor vergoedingsverzoeken met een ontslagdatum van voor 1 augustus 2020.

 

Wnra per 1 januari 2020
Op 1 januari 2020 treedt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking. Hierdoor worden de eenzijdige aanstellingen binnen het openbaar onderwijs omgezet in een tweezijdige arbeidsovereenkomst.

Dit heeft ook gevolgen voor het Reglement Participatiefonds 2019-2020. Het reglement dat per 1 augustus 2019 in werking treedt loopt daarom door tot 31 december 2019. Per 1 januari 2020 zal er dan een nieuwe versie van het reglement in werking treden, waarin de wijzigingen als gevolg van de Wnra zijn verwerkt. Het Participatiefonds informeert u in het najaar verder over deze wijzigingen.

 

Bron: www.participatiefonds.nl

 

 

 

Minister kiest voor cultuuronderwijs

In de nieuwe cultuurperiode wordt het programma Cultuureducatie met kwaliteit breder van opzet. Er komt geld bij: de deelnemende gemeenten zullen in de periode 2012-2024 allemaal hetzelfde bedrag per leerling ontvangen. Er is meer ruimte voor lokale wensen en de Cultuurkaart wordt vanaf 2021 ook beschikbaar voor het voortgezet speciaal onderwijs.

 

In de publicatie Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-2024, die Minister Van Engelshoven 11 juni naar de Tweede Kamer stuurde, schrijft zij dat cultuur voor zoveel mogelijk mensen betekenis moet hebben. Cultuuronderwijs, en daarbinnen vooral kansengelijkheid en integraal cultuuronderwijs, is daarom een van de speerpunten voor de komende cultuurbeleidsperiode.

 

Met medebestuurders en de PO-Raad wil de minister een nieuw bestuurlijk akkoord en een vervolg op Cultuureducatie met kwaliteit afspreken. Daarnaast wordt de regeling deskundigheidsbevordering muziek, bestemd voor de pabo, verbreed voor cultuureducatie in brede zin. Ook komt er een vervolg op het programma Cultuureducatie met kwaliteit. Dit programma wordt breder van opzet en speelt in op de komst van het nieuwe curriculum. De maatregelen voor afzonderlijke disciplines en onderwijsniveaus worden in dit programma geïntegreerd. Zo zal de VMBO-regeling voor VMBO en praktijkonderwijs opgaan in dit programma. Penvoerders van samenwerkingsprojecten krijgen meer ruimte om in te spelen op lokale wensen, zoals aandacht voor het voortgezet onderwijs, gelijke kansen en de relatie binnenschools-buitenschools.

 

Het bedrag dat andere gemeenten dan de negen grootste gemeenten (G9) ontvangen, wordt verhoogd. Deze gemeenten ontvangen in de nieuwe periode hetzelfde bedrag als de G9, namelijk € 0,79 per leerling. Via het programma Cultuureducatie met kwaliteit wordt hierin € 3,5 miljoen geïnvesteerd. Ook voor aanvragers in Caribisch Nederland wordt het programma toegankelijk.

 

De Cultuurkaart voor het voortgezet onderwijs blijft en komt vanaf 2021 ook beschikbaar voor het voortgezet speciaal onderwijs.

 

Downloads en links

Cultuurbeleid 2021 – 2024: Cultuur voor iedereen
Aanbieding uitgangspunten cultuurbeleid 2021-2024

Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-2024

 

Bron: www.avs.nl

Subsidie voor aanpak laaggeletterdheid onder ouders

Scholen kunnen tot en met 30 september 2019 subsidie aanvragen voor de aanpak van laaggeletterdheid. Tel mee met Taal stelt middelen beschikbaar voor activiteiten die gericht zijn op laagtaalvaardige ouders.

 

Scholen, bibliotheken, instellingen voor jeugdgezondheidszorg of voorschoolse voorzieningen kunnen subsidie aanvragen voor activiteiten die als doel hebben de taalvaardigheid van laaggeletterde ouders te verbeteren. Het kan daarbij gaan om een taaltraject voor ouders, het verbeteren van hun digitale vaardigheden, maar ook om activiteiten gericht op betere communicatie met een instelling, beter leren (voor)lezen, training om gesprekken met leraren of zorgverleners te voeren, hulp bij het maken van het huiswerk met de kinderen, of activiteiten gericht op het stimuleren van een educatief thuismilieu. Er zijn al meerdere subsidierondes geweest. Nieuw in deze ronde is dat naast activiteiten die zijn gericht op taalvaardigheid, ook activiteiten gericht op het verbeteren van digitale en rekenvaardigheden in aanmerking komen voor subsidie.

 

Downloads en links

Subsidies Tel mee met Taal 2019

 

Bron: www.avs.nl

Onderwijsachterstandenbeleid

In het primair onderwijs wordt aanvullende bekostiging toegekend voor de bestrijding van onderwijsachterstanden. Dit onderwijsachterstandenbeleid is gewijzigd, waardoor vanaf schooljaar 2019-2020 de berekening van deze aanvullende bekostiging verandert.

 

Verplichte ouderverklaring vervalt

Vanaf 1 augustus 2019 is het niet meer nodig om bij de inschrijving van leerlingen te kijken naar het opleidingsniveau van de ouders/verzorgers. De verplichte ouderverklaring en het bepalen van een ‘gewicht’ vervalt hierbij.

Dit betekent dat u niet meer via het SBB een indicatie hoeft aan te vragen voor het gevolgde onderwijs van de ouders/verzorgers in het buitenland.

 

Achterstandsscore

In het nieuwe beleid bepaalt de onderwijsachterstandenindicator van het CBS een achterstandsscore per basisschool. Het bedrag per eenheid achterstandsscore wordt jaarlijks in de Regeling bekostiging personeel PO bekendgemaakt.

Het bedrag voor schooljaar 2019-2020 is per eenheid achterstandsscore € 523,71.

Dit bedrag en het aantal ingeschreven leerlingen op de teldatum 1 oktober zijn van invloed voor de berekening van deze aanvullende bekostiging.

De achterstandsscores zijn op 11 februari 2019 door het CBS gepubliceerd.

 

Overgangsregeling

Schoolbesturen krijgen de tijd om zich voor te bereiden op de verandering in deze aanvullende bekostiging. Daarom is een overgangsregeling met 3 overgangsjaren opgenomen in het Besluit bekostiging WPO.

Teldatum 1 oktober 2018 is het startpunt van de overgangsregeling. Op deze teldatum werden de gewichtenleerlingen nog opgegeven door scholen. Op basis van deze teldatum wordt nu gekeken naar:

  • welk bedrag de school ontvangt volgens de oude regeling (op basis van de gewichtenregeling en de impulsregeling)
  • welk bedrag de school ontvangt volgens de nieuwe regeling.

Lager bedrag
Als een school volgens de nieuwe regeling een lager bedrag ontvangt, dan wordt dit bedrag vermeerderd met een percentage van het verschil tussen beide bedragen.

In het 1e overgangsjaar 2019-2020 is het percentage 75%.
In het 2e overgangsjaar 2020-2021 is het percentage 50%.
In het 3e overgangsjaar 2021-2022 is het percentage 25%.

Schooljaar 2022-2023 is geen overgangsjaar meer en vanaf dan wordt het bedrag volledig gebaseerd op de nieuwe regeling.

 

Hoger bedrag
Als een school volgens de nieuwe regeling een hoger bedrag ontvangt, dan wordt het verschil met een percentage naar beneden bijgesteld. Dit percentage wordt per schooljaar in de Regeling bekostiging personeel PO vastgelegd.

 

Bron: www.duo.nl

Meevaller voor kabinet, maar niets extra’s voor primair onderwijs

Het primair onderwijs profiteert vooral indirect van de 1,5 miljard euro die het kabinet dit jaar overhoudt. Dat blijkt uit de Voorjaarsnota en aangepaste begroting van het ministerie van Onderwijs (OCW). Zo gaan investeringen in jeugdzorg helpen bij het organiseren van passend onderwijs. De meevaller komt verder ten goede aan Defensie, Justitie & Veiligheid en het Klimaatakkoord.

De PO-Raad vindt het goed dat er extra geld, 420 miljoen in 2019, naar jeugdzorg gaat. Om kwetsbare kinderen passend onderwijs te kunnen geven, is het van groot belang dat zij de juiste zorg en ondersteuning krijgen en dat onderwijs en jeugdzorg goed samenwerken. De beloofde investeringen in jeugdzorg dragen hieraan bij.

Gat gedicht

Doordat er meer leerlingen en studenten waren dan voorzien, was een gat op de begroting van OCW ontstaan. Deze hing de verschillende onderwijssectoren nog als bezuiniging boven het hoofd.

Uit de Voorsnota blijkt dat dit gat wordt gedicht door het voortgezet, middelbaar en hoger onderwijs te korten op de indexatie van de zogenoemde loon-en prijsbijstelling, ofwel op de jaarlijkse prijsbijstelling van de bekostiging voor schoolboeken en andere vaste lasten. Voor het primair onderwijs, die een wettelijk verplichte prijsbijstelling kent, geldt dit niet. Schoolbesturen in het primair onderwijs worden dus van deze bezuiniging ontzien. Zo heeft deze bezuiniging geen effect op hun jaarlijkse indexatie van de materiele bekostiging. Wel worden bepaalde subsidies voor het primair onderwijs niet geïndexeerd waardoor de sector voor 19 miljoen euro bijdraagt aan het dichten van het gat op de begroting van OCW. Het gaat dan om subsidies voor bijvoorbeeld Kennisnet en Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland.

Het lerarentekort is als thema de grote afwezige in de Voorjaarsnota. Het kabinet rept hierover met geen woord. De PO-Raad is teleurgesteld en ziet het uitblijven van investeringen hierin als een gemiste kans.

Werkdrukmiddelen

De Voorjaarsnota bekrachtigt verder de plannen van minister Arie Slob (Onderwijs) om geld voor het verminderen van werkdruk, eerder uit te keren. Begin maart leek het om extra geld te gaan, maar al snel werd duidelijk dat het ging om een kasschuif. Dat betekent dat de rest van de werkdrukmiddelen later dan met de PO-Raad en vakbonden was afgesproken, wordt uitgekeerd. Het volledige bedrag uit het werkdrukakkoord komt nu pas in 2023-2024 beschikbaar in plaats van in 2021-2022.

Voor bèta- en techniekonderwijs in het mbo en hbo maakt het kabinet extra geld vrij.

Bron: www.poraad.nl

Evenwichtig pensioenstelsel, AOW-leeftijd stijgt langzamer

Pensioenopbouw moderner en persoonlijker, minder snelle stijging AOW-leeftijd en ruimte om eerder te stoppen.

Het kabinet heeft op 5 juni samen met werkgevers- en werknemersorganisaties en de SER een principeakkoord gepresenteerd over een toekomstbestendig en evenwichtig pensioenstelsel. Na ruim negen jaar discussie over het pensioenstelsel is het minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gelukt om samen met sociale partners tot afspraken te komen over een goede oudedagsvoorziening voor huidige en toekomstige generaties. Ook zijn er nieuwe afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk mensen werkend en gezond hun pensioenleeftijd kunnen bereiken.

Deze afspraken zijn hard nodig. De arbeidsmarkt verandert en de afgelopen tien jaar zijn mensen hun manier van werken en leven steeds flexibeler in gaan delen. Maar het pensioenstelsel is in de kern hetzelfde gebleven. Met dit principeakkoord wordt de Nederlandse oudedagsvoorziening gemoderniseerd en komt er tegelijkertijd, na lange discussies, nu duidelijkheid over de AOW-leeftijd.

Wat gaat er gebeuren?

  • Het pensioen wordt persoonlijker en transparanter doordat de opbouw meer gaat aansluiten bij de premie die mensen inleggen.
  • Het pensioen wordt sneller aangepast aan de economische situatie – sneller verhogen in goede, en sneller verlagen in slechte tijden.
  • De huidige regels om te korten worden tijdelijk aangepast om de kans op kortingen op de korte termijn te verkleinen.
  • Het kabinet investeert 800 miljoen euro om mensen te helpen gezond en werkend hun pensioenleeftijd te behalen.
  • De AOW-leeftijd gaat minder snel stijgen.
  • Er komt ruimte voor werkgevers en werknemers om mensen met zwaar werk eerder te laten stoppen met werken.
  • Zzp’ers moeten zich verplicht tegen arbeidsongeschiktheid gaan verzekeren, zodat alle werkenden verzekerd zijn.

Minister Koolmees

Het kabinet, sociale partners en pensioenuitvoerders gaan de afspraken gezamenlijk uitwerken. Er wordt zo snel mogelijk gestart met het wetgevende proces voor de afspraken over de AOW-leeftijd voor de komende jaren zodat die wijzigingen op 1 januari 2020 ingaan. Het nieuwe pensioenstelsel moet twee jaar later ingaan.

Pensioenstelsel wordt moderner en persoonlijker

De doorsneesystematiek, waarbij iedereen dezelfde premie betaalt voor dezelfde pensioenopbouw, wordt afgeschaft. De premies van jongere werkenden kunnen langer worden belegd en leveren daardoor meer op. Dat kan knellen wanneer mensen vaak van baan en contractvorm wisselen, en dus van pensioenfonds. Soms zijn ze ook tijdelijk geen deelnemer van een pensioenfonds. Bij al die wisselingen kunnen mensen onbewust voor- of juist nadelen ondervinden in de opbouw van hun pensioen. Om dat in de toekomst te voorkomen, zal de pensioenopbouw beter aansluiten bij de ingelegde premies. Daardoor wordt de pensioenopbouw persoonlijker en transparanter. Dat past beter bij de moderne arbeidsmarkt en biedt meer keuzemogelijkheid en maatwerk.

Omdat de afschaffing van de doorsneesystematiek gevolgen heeft voor de huidige deelnemers van pensioenfondsen en –verzekeraars, gaan het kabinet en sociale partners maatregelen uitwerken om hen op een evenwichtige manier te compenseren.

Pensioenen worden sneller aangepast aan de economische situatie. Daardoor kunnen ze sneller worden verhoogd wanneer het economisch goed gaat. Dat betekent ook dat pensioenen sneller kunnen worden verlaagd als het tegenzit. Dat komt doordat er is afgesproken dat pensioenfondsen de pensioenen kunnen verhogen bij een dekkingsgraad van hoger dan 100% en verlagen als zij onder die dekkingsgraad zitten. Nu moeten pensioenen worden gekort als een pensioenfonds een dekkingsgraad van minder dan 90% heeft en is indexering pas aan de orde bij 110%. Vooruitlopend op de overgang naar een nieuwe contract worden de huidige kortingsregels tijdelijk aangepast om de kans op kortingen op de korte termijn te verkleinen.

Gezond en werkend de AOW-leeftijd bereiken

Zoveel mogelijk mensen moeten gezond en fit hun pensioenleeftijd kunnen bereiken. Dat is niet slechts een kwestie van fatsoen. Het is ook nodig om het sociale stelsel betaalbaar te houden en om voldoende werkende mensen te behouden die samen Nederland draaiende houden. Het kabinet investeert daarom 800 miljoen euro tussen 2021 en 2025, en structureel 10 miljoen euro per jaar, in duurzame inzetbaarheid en scholing. Doel is dat mensen hun werk fysiek goed kunnen blijven doen en dat ze de vaardigheden houden om aan het werk te blijven op de arbeidsmarkt.

Niet alle oudere werkenden voelen zich op dit moment in staat om de AOW-leeftijd op gezonde wijze te bereiken. De AOW-leeftijd is de afgelopen jaren snel gestegen en daarbij is niet altijd voldoende aandacht geweest voor duurzame inzetbaarheid. Daarom heeft het kabinet besloten dat de AOW-leeftijd de komende jaren minder snel zal stijgen.

De AOW-leeftijd wordt twee jaar vastgezet op 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd door naar 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting maar in mindere mate.

Toch blijft dit voor sommige mensen met zware beroepen een flinke dobber. Als gezond doorwerken echt niet meer mogelijk is, moeten zij de keuze hebben om eerder te stoppen met werken. Daarom worden de bestaande mogelijkheid om te sparen voor verlof verruimd. Ook komt er tijdelijk meer ruimte om eerder te stoppen met werken.

Werknemers en werkgevers kunnen onderling afspreken dat een werknemer tot drie jaar eerder met pensioen gaat. De werkgever kan dan het inkomen van de werknemer helpen overbruggen tot de AOW-leeftijd is bereikt, terwijl de werknemer deels kan putten uit zijn pensioen. Wel blijft het financieel aantrekkelijker voor zowel werkgevers en werknemers om door te werken.

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering

Er komt een wettelijke verzekeringsplicht tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico voor zelfstandige ondernemers.  Daarmee zijn straks alle werkenden beschermd tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Deze maatregel past in het bredere streven van het kabinet om toe te werken naar een situatie waarin niet instituties en kosten bepalend zijn voor de vorm waarin arbeid wordt aangeboden maar de aard van het werk dat gedaan moet worden. Met een verplichte verzekering wordt ook afwenteling van kosten en risico’s op de samenleving verminderd. Het kabinet heeft sociale partners gevraagd om in overleg met zelfstandigenorganisaties voor de zomer van 2020 met een concreet voorstel te komen voor deze verzekering. Er wordt ook gekeken naar mogelijkheid voor uitzonderingen, bijvoorbeeld als er al beter passende arrangementen bestaan, zoals bijvoorbeeld in de agrarische sector.

Bedrag opnemen bij pensionering

Tot slot wil het kabinet, in lijn met het vandaag gepubliceerde ontwerpadvies van de SER, mensen meer flexibiliteit bieden bij het opnemen van hun pensioen. Daarom krijgt iedereen de mogelijkheid om een deel van het opgebouwde ouderdomspensioen op de pensioeningangsdatum op te nemen. Mensen kunnen straks maximaal 10% van het door hen opgebouwde pensioen opnemen om bijvoorbeeld hun hypotheek af te betalen.

Documenten

Kamerbrief principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel

Minister Koolmees (SZW) bericht de Tweede Kamer dat kabinet, werknemers- en werkgeversorganisaties een principeakkoord hebben …

Kamerstuk: Kamerbrief | 05-06-2019

Bron: www.rijksoverheid.nl

Voorjaarsnota: bekostiging vo verder uitgehold

De Voorjaarsnota van dit jaar bevat een zeer onaangename bezuiniging: de prijsbijstelling wordt niet uitgekeerd. Dit betekent dat de verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9% per 1 januari 2019 in het geheel niet wordt vergoed. Dit is een bezuiniging van naar schatting € 19 miljoen.

Schrappen van de prijsbijstelling is een vaker voorkomende bezuiniging, eerder gebeurde dit in 2003, 2011 en 2012. De materiële bekostiging is al te laag, maar hierdoor wordt deze verder uitgehold. Steeds wordt een structurele laag van dit belangrijke budget afgesneden.

Vestzak-broekzakbezuiniging

Het schrappen van de prijsbijstelling wordt gebruikt om eerdere taakstellingen te dekken. Het is goed dat deze taakstellingen (ook wel doelmatigheidskortingen) van de baan zijn, maar niet dat het op deze manier van vestzak-broekzak gebeurt. Anders gezegd: het ene tekort wordt aangevuld door het creëren van een nieuw tekort.

Investeren, niet bezuinigen

In plaats van steeds extra bezuinigingsrondes, moet er juist in het voortgezet onderwijs geïnvesteerd worden. Er is bijvoorbeeld een structurele investering nodig om de werkdruk voor docenten te verminderen. Het gaat dan om het verminderen van lestijd voor leraren ten behoeve van meer ontwikkeltijd.

En om krimp het hoofd te bieden moet er extra steun komen in de vorm van een ‘laatstescholentoeslag’, voor scholen die als enige en laatste school het onderwijs voor leerlingen in een regio verzorgen.

Stijgende leerlingen- en studentenaantallen

Stijgende leerlingen- en studentenaantallen (vooral in po en ho) leiden tot een nieuwe tegenvaller, maar deze wordt wel gedekt door het kabinet. 

Beta- en techniekopleidingen mbo en ho

In de Voorjaarsnota is er een lichtpuntje voor bèta- en techniekopleidingen in het mbo en ho: hier komt structureel extra geld voor beschikbaar.

Download de gehele Voorjaarsnota 2019

 

Bron: www.vo-raad.nl

Zoeken
Agenda

Algemene vergadering Coöperatie CABO U.A.


  • Maandag 20 januari 2020, van 15.30 uur tot 17.00 uur. Locatie: kantoor CABO
  • Maandag 22 juni 2020, van 15.30 uur tot 17.00 uur. Locatie: kantoor CABO 

Regionale besturen bijeenkomst CABO-PON

     
  • Donderdag 10 oktober 2019
  • Woensdag 29 januari 2020
  • Donderdag 23 april 2020
  • Dinsdag 16 juni 2020
Laatste Nieuws
CABO Ondersteunt