Nieuws

Aanvragen ERD-schap kan tot en met 31 oktober 2018

Wilt uw bestuur met ingang van 1 januari 2019 eigenrisicodrager worden voor de vervangingskosten? Zorg dan dat het aanvraagformulier en de instemmingsverklaring van de P(G)MR uiterlijk op 31 oktober  2018 door het Vervangingsfonds ontvangen zijn.

Ondersteuning

Als u wilt kiezen voor eigenrisicodragerschap, doe dit dan niet alleen op basis van financiële overwegingen. Ook andere aspecten kunnen namelijk van belang zijn voor uw keuze. Onze adviseurs helpen u  als bestuur bij de afweging om eigenrisicodrager te worden.

Financiële varianten

Als eigenrisicodrager kunt u ook kiezen voor een van de financiële varianten. Met een financiële variant kunt u  de kosten voor vervanging gedeeltelijk afdekken.

Lees meer over eigenrisicodrager worden

Lees meer over de financiële varianten

 

Bron: http://www.vervangingsfonds.nl/

PO-Raad, VO-raad en LECSO verkennen één Wet op het Funderend Onderwijs

De belangenorganisaties in het primair-, voortgezet en speciaal onderwijs willen een onderzoek laten doen naar de haalbaarheid en wenselijkheid om te komen tot één Wet op het Funderend Onderwijs. Het is de verwachting dat door het wegnemen van allerlei wettelijke belemmeringen alle leerlingen in het po, vo en (v)so beter onderwijs op maat geboden kan worden. In een op 19 juli jongstleden gehouden bijeenkomst hebben de organisaties hun leden geïnformeerd over deze gezamenlijke ambitie. Hiermee is het traject waarbij de wettelijke positionering van het voortgezet speciaal onderwijs (vso) onderzocht is, afgerond.

Het gesprek rondom deze zogeheten ontvlechting en/of invlechting is een proces met een lange adem geweest. Sinds 2011 is er zowel in de politiek als in de onderwijssectoren gesproken over deze optie, die was ingegeven vanuit de verwachting dat door passend onderwijs het speciaal onderwijs zou gaan krimpen en het gegeven dat het vso voor wat betreft de toelating en in financieel opzicht onder de samenwerkingsverbanden vo zijn gaan vallen. Er zijn verschillende werk- en adviesgroepen met mensen uit het onderwijs actief geweest die zich over het vraagstuk hebben gebogen.

De wijze waarop er één Wet op het Funderend Onderwijs kan komen, zal de komende tijd onderzocht worden. In de tussentijd zullen de PO-Raad, VO-raad en LECSO samenwerken aan het wegnemen van belemmeringen bij de inrichting en organisatie van met name het gedeelte van het vso dat leerlingen opleidt tot het verkrijgen van een regulier vmbo-, havo of vwo-diploma (het diplomagerichte uitstroomprofiel van het vso). Deze belemmeringen zijn fors: leraren en onderwijs binnen het vso worden gefinancierd volgens de bekostiging van het primair onderwijs. Deze bekostiging is (per leerling) fors lager dan die van het voortgezet onderwijs. Met name binnen het diplomagerichte vso leidt dit tot grote uitdagingen voor wat betreft het ‘concurreren’ met het reguliere voortgezet onderwijs op arbeidsvoorwaarden. Het lerarentekort versterkt dit effect. Daarnaast schiet de bekostiging ruimschoots tekort om specialistische vaklokalen in te richten.

De belangenbehartiging voor het speciaal onderwijs blijft door dit besluit primair de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de PO-Raad en LECSO. De VO-raad blijft nauw betrokken omdat het vso volledig binnen de samenwerkingsverbanden vo participeert.

Met name de samenwerking tussen het regulier en speciaal onderwijs verdient de komende tijd aandacht. In juni 2018 vond een bijeenkomst plaats georganiseerd vanuit het gezamenlijke Steunpunt Passend Onderwijs (PO-Raad en VO-raad) om de belangrijkste kansen en risico’s voor samenwerking in kaart te brengen en deze bijeenkomst wordt op 17 september herhaald.

Achtergrondinformatie

Het besluit om de mogelijkheden voor een Wet op het Funderend Onderwijs te verkennen, is genomen naar aanleiding van een onderzoeksrapport van Infinite. Zie de publieksversie van het onderzoeksrapport en het verslag van de bijeenkomst op 19 juni.

Bron: http://www.vo-raad.nl/

Slob lanceert wetsvoorstel voor vereenvoudigde lumpsum vo-scholen

Minister Slob gaat voor schoolbesturen in het voortgezet onderwijs inzichtelijker maken hoeveel geld zij van de rijksoverheid krijgen. In de toekomst krijgen scholen een vast bedrag per vestiging en per leerling en wordt hun budget makkelijker te berekenen, schrijft de minister op 16 augustus in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob vindt het hard nodig om de rekenmethode van de basisbekostiging te versimpelen. “De bekostiging was voor middelbare scholen veel te onoverzichtelijk geworden. Door een simpeler model te kiezen, weten scholen en schoolbesturen voortaan beter waar ze financieel aan toe zijn. Ze kunnen bij wijze van spreken zelf uitrekenen hoeveel geld ze van het Rijk moeten krijgen. Met vier parameters is dat simpeler dan met ongeveer veertig.” Daardoor kan een school of medezeggenschapsraad ook beter het gesprek aan met het bestuur over de verdeling van het geld.

De vereenvoudiging geldt alleen voor de lumpsum. Het geld dat vo-scholen via samenwerkingsverbanden krijgen voor ondersteuning van leerlingen en de aparte subsidieregelingen blijven de besturen op dezelfde manier ontvangen als nu.

Door van rekenmethode te wisselen, zijn er scholen die meer geld krijgen en scholen die minder geld krijgen. Daarom heeft de minister beloofd een overgangsregeling in te voeren. De schoolbesturen die de meest negatieve effecten voelen, krijgen daarnaast nog een extra tegemoetkoming.

De VO-raad steunt het voorstel van de minister om de bekostiging te vereenvoudigen. Ook de Onderwijsraad pleitte onlangs voor een versimpeling. Minister Slob hoopt dat de basisbekostiging vanaf 2021 op basis van de nieuwe rekenmethode kan worden uitgekeerd.

Het wetsvoorstel is gepubliceerd op: www.internetconsultatie.nl/vereenvoudigingbekostigingvo  zodat mensen erop kunnen reageren.

In het primair onderwijs is de bekostiging nog niet vereenvoudigd, maar het ministerie en de PO-Raad werken daar wel aan.

Bron: http://www.avs.nl/

Binnenkort subsidie Schoolleiders innovatie ontwikkelfonds

Het ministerie van OCW stelt persoonsgebonden beurzen van maximaal 10.000 euro beschikbaar voor schoolleiders die hun innovatieplannen op school ten uitvoer willen brengen. Precieze datum van aanvragen is nog niet bekend, maar dit zal in oktober of november zijn.

Het Schoolleiders innovatie ontwikkelfonds (SIOF) is een aanjaagsubsidie, bedoeld om schoolleiders in positie te brengen om daadkrachtig en duurzaam innovaties op hun school op te zetten. In oktober komt een call online op de website van het NRO, waarin wordt beschreven aan welke eisen een aanvraag dient te voldoen. Het is een experiment waaraan ook een evaluatie is gekoppeld.

Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. Houd de website van het NRO in de gaten.

Downloads en links

Aankondiging subsidie Schoolleiders innovatie ontwikkelfonds

Bron: http://www.avs.nl/

Gezamenlijke uitleg beleidsregels ‘De zieke werknemer’

Werkgevers mogen volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) slechts beperkt gegevens vragen en verwerken van een werknemer in het kader van een ziekmelding of re-integratieproces. In de beleidsregels ‘De zieke werknemer’ heeft de Autoriteit Persoonsgegevens beschreven welke gegevens dat zijn. In de gezamenlijke uitleg van de beleidsregels ‘De zieke werknemer’ is een toelichting gegeven op deze beleidsregels.

Download ‘Gezamenlijke uitleg beleidsregels ‘De zieke werknemer”

Bron: www.arboportaal.nl

Definitieve bedragen personele bekostiging PO 2017 – 2018 vastgesteld

Minister Slob van Onderwijs heeft op 30 augustus 2018 de Definitieve Regeling bekostiging personeel PO 2017–2018 en aanpassing bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2017–2018 gepubliceerd.

De personele bekostiging van scholen in het primair onderwijs wordt per schooljaar toegekend. In deze regeling over het schooljaar 2017–2018 worden de al eerder vastgestelde en aangepaste prijzen en bedragen, die daarvoor noodzakelijk zijn, definitief vastgesteld. De minister heeft er voor gekozen om de eerdere regeling voor 2017–2018 in te trekken en de regeling, nu met de definitieve prijzen en bedragen, opnieuw te publiceren. Dit verdient volgens hem de voorkeur boven een wijzigingsregeling, omdat die, vanwege de wijziging van veel prijzen en bedragen, moeilijk leesbaar zou zijn.

De opgenomen prijsaanpassingen betreffen, ten opzichte van de eerder vastgestelde prijzen voor schooljaar 2017–2018, de verwerking van de kabinetsbijdrage voor de loonbijstelling voor 2018 en de middelen die in het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ zijn gereserveerd voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden van het onderwijzend personeel en de verhoging van de kleine scholentoeslag. De loonbijstelling over 2018 bedraagt 2,6 procent. Deze wordt over het gehele budget toegepast.

Voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden van leerkrachten is in 2018 270 miljoen euro beschikbaar, waarover ook loonbijstelling wordt uitgekeerd. Circa 180 miljoen euro daarvan wordt verwerkt in de budgetten voor schooljaar 2017–2018. Het resterende bedrag wordt verwerkt in de budgetten voor schooljaar 2018–2019.

Voor de verhoging van de kleine scholentoeslag is in 2018 10 miljoen euro beschikbaar. Circa 8,3 miljoen euro daarvan is reeds in het budget voor het schooljaar 2018–2019 verwerkt. De resterende 1,7 miljoen euro is verwerkt in het budget Personeels- en Arbeidsmarktbeleid (PAB-gelden) voor schooljaar 2017–2018.

Ten opzichte van de definitief vastgestelde bedragen voor het schooljaar 2016–2017, komt de aanpassing voor de leerkrachten op 5,238 procent en voor het onderwijsondersteunend personeel en voor de schoolleiding op 2,398 procent. De aanpassing van alle bedragen personeels- en arbeidsmarktbeleid bedraagt 5,238 procent.

De opslag voor het Vervangingsfonds is per 1 augustus 2017 ongewijzigd vastgesteld op 4,026 procent van de loonkosten en ook de opslag voor het Participatiefonds is ongewijzigd vastgesteld op 1,00 procent van de loonkosten. De opslagen en percentages in de bekostiging worden normatief vastgesteld en komen daarom niet altijd overeen met de exacte kosten die individuele schoolbesturen op onderdelen moeten maken. Hiermee dient rekening gehouden te worden in de bedrijfsvoering.

De Definitieve Regeling bekostiging personeel PO 2017–2018 en aanpassing bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2017–2018 is hieronder te downloaden.

Downloads en links

Definitieve Regeling bekostiging personeel PO 2017–2018 en aanpassing bedragen ondersteuning leerlingen in PO en VO 2017-2018

Bron: http://www.avs.nl/

Leraren met goed initiatief kunnen LOF-aanvraag doen

Leraren uit het po, so en vo met goede initiatieven om het onderwijs te verbeteren, kunnen een aanvraag bij het LerarenOntwikkelFonds (LOF) indienen om in aanmerking te komen voor subsidie en begeleiding. De organisatie en ontwikkeling van het LOF ligt in handen van de Onderwijscoöperatie.

Het moet gaan om vernieuwende ideeën over de eigen professionalisering die de kwaliteit van het onderwijs stimuleren. De financiële bijdrage is minimaal 4.000 euro en maximaal 75.000 euro. Daarnaast is er een jaar lang ondersteuning in de vorm van onder andere leerbijeenkomsten, coaching in kleine groepjes en een netwerk van gelijkgestemde collega’s.

In schooljaar 2018-2019 zijn er drie aanvraagrondes:

  • 13 augustus 2018 tot 17 september 2018
  • 18 september 2018 tot 22 januari 2019
  • 23 januari 2019 tot 16 april 2019

Downloads en links

LerarenOntwikkelFonds
Reglement LOF 2018-2019
LOF-festival 5 oktober

Bron: www.avs.nl

OCW wil meer inzetten op regionale aanpak lerarentekort

De huidige maatregelen tegen het lerarentekort hebben effect, maar er is meer nodig, aldus onderwijsministers Slob en Van Engelshoven in een brief aan de Tweede Kamer. Omdat het lerarentekort per regio verschilt, is een regionale aanpak nodig.

De onderwijsministers willen de door de Onderwijsraad geadviseerde taskforce regionaal inzetten, voor het po, vo en mbo. Hiervoor worden regionale aanjagers aangesteld, die scholen gaan stimuleren meer samen te werken en elkaar niet uit de markt te concurreren, die afspraken tussen lerarenopleidingen en scholen stimuleren en helpen goede voorbeelden uit te wisselen. Op landelijk niveau wordt een stuurgroep ingericht om resultaten en goede voorbeelden te delen tussen regio’s en om knelpunten op te lossen.

Nieuwe maatregelen

Er komen twee aanvullende oplossingen om het lerarentekort op te lossen: deeltijdstudenten pabo die al een hbo-diploma hebben, mogen eerder voor de klas mits zij aan een aantal kwaliteitseisen voldoen. Ook krijgen jaarlijks 50 onderwijsassistenten de kans om de lerarenopleiding te volgen.
Daarnaast zijn er inspanningen om de werkloze leraar weer sneller aan het werk te krijgen en het parttime werken terug te dringen. Het Participatiefonds wil de komende twee jaar 1000 leraren terugleiden naar een baan. Minister van Engelshoven roept de werkgevers op om samen met de leraren te kijken naar de mogelijkheid om meer uren te gaan werken. “Als de huidige gemiddelde werkweek in het po van 28 uur in de komende vier jaar met een half uur zou worden uitgebreid, levert dat 760 extra fte op.” Een andere focuspunt is het terugdringen van het ziekteverzuim.

Het kabinet heeft al een aantal maatregelen genomen om de tekorten terug te dringen, zoals de halvering van het collegegeld voor studenten aan lerarenopleidingen in de eerste twee jaar en het bevorderen van instroom uit andere sectoren (zij-instroom) en herintreden. Ook is 270 miljoen euro geïnvesteerd in salarissen en 430 miljoen euro in het tegengaan van werkdruk voor leerkrachten op de basisschool. Daarnaast zijn er subsidies beschikbaar om besturen te helpen om die leraren goed te begeleiden.

Cijfers

Volgens de laatste ramingen kan het lerarentekort in 2020 oplopen tot 4.000 fte. Blijven de omstandigheden gelijk, dan loopt dat in 2025 op tot 10.000 fte.

Rol schoolleiders

De rol van schoolleiders is onderbelicht in de brief van de onderwijsministers. Petra van Haren: “Er ontbreekt een integrale arbeidsmarktvisie. Voldoende en goede schoolleiders, en ook onderwijsondersteunend personeel, zijn nodig voor goede en professionele scholen. Schoolleiders zijn ook hard nodig om leraren aan te trekken en te behouden. De acties die de AVS vanaf 12 september in gang zet, zullen de schoolleider meer op de kaart zetten. Leden en pers worden daar binnenkort verder over geïnformeerd.”

Downloads en links

Kamerbrief over extra acties tegen het lerarentekort
Advies Onderwijsraad over lerarentekorten

Bron: www.avs.nl

Ondersteuning bij vormgeven aan cao-afspraken ontwikkeltijd leraren

Schoolbestuurders, schoolleiders en medezeggenschapsraden vinden op de website van Voion informatie, instrumenten en goede voorbeelden, die hen kunnen helpen de afspraken in de nieuwe CAO VO over ontwikkeltijd voor leraren te realiseren.

De belangrijkste afspraak in de CAO VO 2018-2019 is dat de werkdruk vermindert en dat leraren meer tijd kunnen besteden aan het verbeteren van de kwaliteit en ontwikkeling van het onderwijs. Vanaf 1 augustus 2019 wordt er in het takenpakket van de leraar 50 uur op jaarbasis vrijgespeeld om in te zetten als ontwikkeltijd. In de praktijk kan dit ertoe leiden dat leraren 1 uur minder les per week zullen geven. Om deze afspraak te realiseren, is het belangrijk dat lerarenteams (MR) en schoolleiding voor uiterlijk 1 maart aanstaande met elkaar een plan maken hoe de lestaak anders te organiseren, zonder dat de onderwijstijd voor leerlingen daalt.

Om schoolleiders, bestuurders, leraren en medezeggenschapsraden te informeren over, te helpen en te inspireren bij de uitvoering van deze cao-afspraak bieden de VO-raad en de onderwijsbonden ondersteuning aan. Dat gebeurt via de website van Voion, het arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs. Het online dossier ‘Meer ontwikkeltijd’ biedt informatie, instrumenten en inspiratie in de vorm van goede voorbeelden. In de loop van het schooljaar zal dit dossier doorlopend aangevuld worden.

Naar het ‘dossier Meer ontwikkeltijd’ op de website van Voion

Week van de ontwikkeltijd
Eind oktober, na de herfstvakantie, zal de ‘Week van de ontwikkeltijd’ plaatsvinden met o.a. workshops en een webinar. Meer informatie hierover volgt.

Bron: http://www.vo-raad.nl/

Nieuwe inventarisatie van lesobservatie-instrumenten: Wijzer over Zien en Kijken

Werkt u al met een lesobservatie-instrument? Met een beproefd lesobservatie-instrument kunnen schoolbesturen en scholen objectief en transparant vaststellen wat de vorderingen van (startende) leraren zijn. De (startende) leraren kunnen zich daardoor verder professionaliseren. De PO-Raad heeft de beschikbare lesobservatie-instrumenten opnieuw op een rij gezet.

Lesobservatie-instrumenten zijn belangrijk hulpmiddelen in de professionalisering en daarmee in de verbetering van onderwijskwaliteit. Het zijn met recht hulpmiddelen, niet meer en niet minder. Schoolbestuurders en schoolleiders kunnen ze gebruiken om kritisch en stapsgewijs naar hun doelen en agenda te kijken. Hoe staat het ervoor met de kwaliteit van het onderwijs binnen het schoolbestuur en krijgt onderwijskwaliteit wel de hoogste prioriteit? Is dit zichtbaar en merkbaar in de klas? Hoe staat het concreet met de competenties van leraren? In gesprek met de teams krijgen deze inzichten pas écht effect. De lesobservatie-instrumenten helpen bij het goede gesprek met alle betrokkenen op de onderwijsvloer en moeten vervolgens verbonden worden met het kwaliteits- en professionaliseringsbeleid en de activiteiten op de scholen.

Om de kwaliteit van de instrumenten en het gebruik ervan te stimuleren, maakt de PO-Raad inzichtelijk welke verschillende lesobservatie-instrumenten er beschikbaar zijn in de sector. De inventarisatie is in april 2018 voor de tweede keer geactualiseerd. U vindt een overzicht van de instrumenten op de website van de PO-Raad, in de toolbox Lesobservatie-instrumenten: een nieuwe Wijzer over Zien en Kijken.

(red. CABO: Ook het lesobservatie-instrument dat toepasbaar is binnen Raet Performance Management is opgenomen in het adviesrapport van de PO-raad.)

Bron: http://www.poraad.nl/

Zoeken
Laatste Nieuws
CABO Ondersteunt