Nieuws

Definitieve regeling bekostiging schooljaar 2019-2020 gepubliceerd

Het ministerie van OCW heeft de definitieve regeling bekostiging gepubliceerd voor het schooljaar 2019/2020. Uit de regeling blijkt dat de bekostiging van onderwijzend personeel in het primair onderwijs met 3,565% is  toegenomen ten opzichte van vorig schooljaar. De bedragen voor het onderwijsondersteunend personeel en schoolleiding zijn ten opzichte van 2018-2019 gestegen met 3,516%.

De belangrijkste wijziging in deze definitieve regeling personele bekostiging 2019-2020 is dat hierin de indexering van de personele bekostiging voor het kalenderjaar 2020 is verwerkt.  In de voorjaarsnota 2020 bleek al dat de definitieve indexering van de personele bekostiging hoger zou liggen dan waar de cao van was uitgegaan, namelijk 0,65%. Omdat met dit percentage nog nadere cao-afspraken worden gemaakt met sociale partners, moeten schoolbesturen er rekening mee houden dat hierdoor de personele kosten met 0,65% van de loonkosten zullen stijgen, gerekend vanaf 1 januari 2020.

De indexatie voor 2020 heeft óók effect op de regeling personele bekostiging 2020-2021. Er vallen immers vijf maanden van dit kalenderjaar binnen dit schooljaar. Dit wordt verwerkt in de tweede regeling bekostiging 2020-2021, die naar verwachting begin september wordt gepubliceerd door het ministerie van OCW.

Bron: www.poraad.nl

Minister neemt wetswijzigingsvoorstellen huisvesting PO-Raad over

Minister Arie Slob (Onderwijs) neemt de voorstellen tot wetswijziging op het gebied van onderwijshuisvesting over van de PO-Raad, VO-raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Hiermee wordt het voor gemeenten verplicht een meerjarig Integraal Huisvestingsplan (IHP) te ontwikkelen. Zij werken hierbij samen met schoolbesturen. In de wet wordt opgenomen dat renovatie een volwaardig alternatief voor nieuwbouw wordt. Ook wordt het investeringsverbod voor besturen in het po genuanceerd.

PO-Raad vice-voorzitter Anko van Hoepen: ,,Als de wetswijziging een feit is, kunnen gemeenten en schoolbesturen de kwaliteits- en duurzaamheidsopgave die er ligt voor hun schoolgebouwen eindelijk integraal aanpakken. Het is duidelijker wie waar verantwoordelijk voor is en geldstromen kunnen gemakkelijker gecombineerd worden. De PO-Raad roept alle schoolbesturen en gemeenten op voortvarend door te pakken met hun integrale huisvestingsplannen. We zien helaas ook dat IHP’s nu tijdelijk stil liggen door de druk op het gemeentefonds. De ambities voor het onderwijs en onderwijshuisvesting worden steeds hoger. We hebben ook een flinke slag te slaan als we kijken naar de verouderde schoolgebouwen. De wetswijziging is een goede eerste stap, maar om alle leerlingen een gezonde leeromgeving te bieden die past bij het onderwijs dat ze volgen, zijn meer middelen nodig.’’

Knelpunten onderwijshuisvesting
Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) deed in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek naar de knelpunten rondom onderwijshuisvesting. Zo blijkt bekostiging vaak een probleem, waarbij er spanning ontstaat tussen de ambities en de beschikbare middelen. Daardoor worden ambities vaak verlaagd, waarbij een gezond en fris binnenklimaat vaak het onderspit delft. Het EIB concludeert ook dat er nog winst te behalen valt als het gaat om efficiëntie: er zijn veel partijen die een rol spelen bij onderwijshuisvesting, waardoor er sprake is van fragmentatie. Samenwerking tussen schoolbesturen op het gebied van huisvesting komt maar beperkt tot stand en eenmalige maatwerkopdrachten zijn nu eenmaal minder aantrekkelijk voor marktpartijen.

Een ander knelpunt is dat de budgetten voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud gescheiden tot stand komen. Al eerder concludeerde de Algemene Rekenkamer dat de huidige wetgeving  strategische keuzes maken op de lange termijn niet stimuleert als het gaat om onderwijshuisvesting. Met het oog op het Klimaatakkoord is het nodig om te investeren in het verduurzamen van schoolgebouwen. De governance rondom onderwijshuisvesting is complex: gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen, maar schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de gebruikskosten.

Oplossingen
Het EIB licht verschillende praktijkvoorbeelden uit, waarbij het op lokaal niveau lukt om knelpunten op te lossen door een programmatische aanpak vanuit gemeentelijke programma’s, door regionale samenwerking of solitaire oplossingen voor specifieke en complexe situaties. Uit het rapport blijkt dat er een aantal succesfactoren zijn;

  • Inzicht hebben in de eigen opgave
  • De afweging tot renovatie of nieuwbouw ligt in één hand
  • Het bijeen brengen van geldstromen leidt tot integrale oplossingen
  • Aanvullende middelen voor kwaliteitsverbetering worden beschikbaar gesteld door de gemeente
  • Implementatie van een vereveningsmachinisme zodat kosten en baten bij dezelfde partij neerslaan
  • Innovatiegericht aanbesteden
  • Krachtenbundeling en kennisdeling

Gezamenlijk afspraken maken
De voorstellen tot wetswijziging komen voort uit de Commissie Samenwerkingsagenda van de PO-Raad, VO-raad en VNG. Leden Loek Oomen, Ewald van Vliet, Henk Mackloet en Arnoud Messelink dachten vanuit de Expertgroep School en Omgeving mee over de voorstellen.

De voorstellen die de minister nu overneemt, pakken een aantal knelpunten uit het rapport aan. De minister kiest voor een integrale aanpak waarbij schoolbesturen en gemeenten in gezamenlijkheid afspraken met elkaar maken op het gebied van onderwijshuisvesting.

Zo wordt het IHP verplicht. Met de komst van het IHP moeten schoolbesturen en gemeenten in overleg afspraken maken over lokaal gerichte prioritering rondom onderwijshuisvesting. Schoolbesturen stellen daartoe ook een meerjarig onderhoudsplan op. Renovatie wordt als voorziening in de nieuwe wet opgenomen. Renovatie wordt hiermee een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, om de levensduur van schoolgebouwen met ten minste 25 jaar te verlengen, en primair de verantwoordelijkheid van de gemeente.

Investeringsverbod
In het primair onderwijs geldt momenteel een investeringsverbod op onderwijshuisvesting. Dit investeringsverbod wordt versoepeld. Zo kunnen schoolbesturen bij renovatie of nieuwbouw mee-investeren in keuzes die de kwaliteit ten goede komen. Daarbij kan aan de voorkant rekening gehouden met de exploitatielasten na oplevering. Zo wordt een levenscyclusbenadering van het gebouw mogelijk.

PO-Raad, VO-raad en VNG werken samen met de minister aan de aanbevelingen uit het onderzoek en verwerken deze in het wetsvoorstel. De verwachting is dat het wetsvoorstel in het najaar van 2021 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.

Bron: www.poraad.nl

Eerste Kamer neemt wetsvoorstel ‘Vrijwillige ouderbijdrage’ aan

Ook als ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet kunnen betalen, mogen leerlingen nooit uitgesloten worden van activiteiten die de school organiseert. De senaat nam vanmiddag de initiatiefwet van GroenLinks en SP aan, die dit regelt. Met de nieuwe wet worden de bestaande afspraken in het primair onderwijs wettelijk verankerd.

In de wet staat dat als ouders de bijdrage niet kunnen betalen, dit niet mag ‘leiden tot uitsluiting van een leerling van een activiteit of het opleggen van een andere activiteit’. Dit geldt ook voor het extracurriculaire deel van het onderwijsprogramma. Een school mag een leerling bijvoorbeeld niet thuislaten bij een schoolreisje als de ouderbijdrage niet betaald is. De Onderwijsinspectie krijgt de mogelijkheid te handhaven op de wet, als scholen deze onvoldoende naleven.

Richtlijn Vrijwillige ouderbijdrage
De PO-Raad vindt het belangrijk dat alle leerlingen mee kunnen doen aan onderwijsactiviteiten. De sectororganisatie werkte daarom samen met Ouders & Onderwijs aan een richtlijn ‘Vrijwillige ouderbijdrage’. Daarin werd vastgelegd dat de ouderbijdrage altijd vrijwillig is en leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van (extra) onderwijsactiviteiten. Het schoolbestuur waarborgt de toegankelijkheid van het onderwijs door zorg te dragen voor een redelijke en billijke ouderbijdrage. Gemiddeld wordt aan ouders met kinderen in het po gevraagd om een eigen bijdrage van 57 euro, bleek uit de Schoolkostenmonitor van vorig jaar. Sinds 2014 is dit bedrag vrijwel gelijk gebleven.

Het afgelopen jaar kreeg de PO-Raad via Ouders & Onderwijs zo’n tien meldingen van gevallen waarin de richtlijn niet werd nageleefd. De PO-Raad heeft de besturen in kwestie hierop aangesproken. In alle gevallen heeft het schoolbestuur vervolgens maatregelen getroffen.

Nu de Senaat deze wet heeft aangenomen zijn de afspraken uit de richtlijn ook wettelijk vastgelegd. Na de zomer wordt bekend wanneer de wet in werking treedt.

Bron: www.poraad.nl

Kabinet maakt afspraken met grote steden over aanpak lerarentekort

Het kabinet trekt de komende vier jaar 116 miljoen euro uit voor de uitvoering van de noodplannen van de grote steden, waar het lerarentekort het grootst is. Met dit geld kunnen de gemeenten en schoolbesturen maatregelen nemen om acute personeelstekorten op te vangen. Daarnaast werken het ministerie van OCW, gemeenten, scholen en lerarenopleidingen hard door aan de aanpak van de tekorten. De inzet is en blijft een bevoegde leraar voor elke groep.

Minister Arie Slob heeft hierover afspraken gemaakt met de schoolbesturen en wethouders van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere, de zogenoemde G5. De tekorten in de G5-steden lopen op en er is een toename van het aantal leraren dat vanuit deze steden les gaat geven op scholen in andere gemeenten. Ter illustratie, voor Amsterdam is het aantal vertrekkende leraren opgelopen van 134 in 2015-2016 naar 254 leraren in 2018-2019.

Goed onderwijs
“We geven steden nu de ruimte voor oplossingen als de nood te hoog is. Ondertussen ga ik door met de structurele aanpak van het lerarentekort, bijvoorbeeld door de werkdruk van leraren te verlagen en de instroom van zij-instromers te versterken. Ondanks de krappe arbeidsmarkt moeten we ervoor zorgen dat alle kinderen goed onderwijs blijven krijgen”, zegt minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs).

Eigen aanpak per stad
Iedere stad kiest voor een eigen aanpak. In Amsterdam krijgen alle leraren in het primair onderwijs een toeslag. Leraren op een school met veel achterstandsproblematiek krijgen een hoger bedrag dan leraren op andere scholen. Rotterdam en Den Haag zetten het geld in voor overkoepelende begeleiding van leraren en inzet van meer onderwijsondersteunend personeel en vakkrachten. In Utrecht ligt de focus op de begeleiding en professionalisering van startende docenten. Almere wil investeren in extra ondersteunend personeel en de begeleiding van startende leerkrachten.

Ruimte
De G5 hebben in hun noodplannen ook gevraagd om ruimte voor een alternatieve dag- en weekindeling. Bij uitzondering kunnen scholen in de G5 andere professionals, zoals muziek- en tekenleraren, voor de klas zetten, als dit vanwege het lerarentekort niet anders kan. Hierbij gelden de voorwaarden dat het maximaal om 22 uur per maand (een dag in de week) mag gaan en andere professionals geen kernvak zoals taal of rekenen mogen geven. Ook moet de medezeggenschapsraad hier mee instemmen. Hiervoor krijgen alleen de schoolbesturen uit de G5 de ruimte, die zich committeren aan afspraken over de noodplannen. Het doel is voorkomen dat kinderen naar huis worden gestuurd en zorgen dat ze vijf dagen per week naar school kunnen.

Landelijke aanpak
De landelijke aanpak van het lerarentekort staat ondertussen niet stil. De lerarenopleidingen spelen een cruciale rol in deze aanpak, hiervoor komt structureel 11 miljoen euro per jaar beschikbaar. Hiermee kunnen lerarenopleidingen beter aansluiten op de wensen van zij-instromers Lerarenopleidingen zetten in op het bieden van meer flexibiliteit en maatwerk, door onder meer beter rekening te houden met eerder verworven competenties van zij-instromers. Daarbij gaan de lerarenopleidingen intensiever samenwerken met scholen, om zij-instromers beter te begeleiden, de opleidingen aantrekkelijker te maken en uitval te voorkomen. Ook wordt de subsidieregeling voor zij-instromers dit jaar verhoogd met 5 miljoen euro, waardoor 250 extra zij-instromers gebruik kunnen maken van subsidie. Daarnaast is er dit jaar 2,8 miljoen extra voor de regionale aanpak van de tekorten. Dit komt bovenop onder meer de structurele 700 miljoen euro die het kabinet investeert in hogere salarissen en lagere werkdruk.

Bron: www.rijksoverheid.nl

Ongeoorloofd verzuim doorgeven

Nu de scholen in het basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs weer volledig zijn gestart en leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs weer zoveel als mogelijk naar school gaan, wil de PO-Raad benadrukken dat het belangrijk is  om ongeoorloofd verzuim weer te melden bij DUO.

Aan alle scholen wordt verzocht om ongeoorloofd verzuim door te geven. Voor het onderwijsprogramma dat op school plaatsvindt (dus ook als scholen maar deels open zijn) geldt de wettelijke verplichting om dit te doen. Dit is extra belangrijk omdat momenteel op scholen nog leerlingen gemist worden in de klas.

Soms is dit verzuim geoorloofd, bijvoorbeeld als leerlingen of familieleden tot de risicogroep voor het coronavirus behoren, maar soms zijn er ook andere – ongeoorloofde – redenen. Het is belangrijk om al deze kinderen die nu niet op school komen in beeld te hebben. Leraren en schoolleiders kunnen dan – eventueel in samenwerking met de leerplichtambtenaar – nader het gesprek aangaan met de ouders om te onderzoeken wat de reden is voor het verzuim. Ook kan gezamenlijk worden gekeken hoe de terugkeer naar school gestimuleerd kan worden.

Specifiek is het belangrijk om hierbij ook aandacht te hebben voor de kinderen die vóór corona al minder aanwezig waren of zelfs helemaal afwezig waren, en om in deze met het samenwerkingsverband te kijken naar de beste aanpak om deze kinderen weer terug op school te krijgen.

16 uur in 4 weken ongeoorloofd afwezig
Scholen dienen een melding door te geven als een leerling meer dan 16 uur in 4 weken ongeoorloofd afwezig is. Hiervoor kan de verzuimsoort ’16 uur in 4 weken’ worden gebruikt.

Eerder melden mag ook
Als er nog geen sprake is van 16 uur afwezigheid, maar er wel zorgen zijn over een leerling, kan een school ook al eerder een melding ‘overig verzuim’ doorgeven. Samen met de leerplichtambtenaar kan vervolgens worden bepaald wat het beste is om het weer naar school gaan te stimuleren. Scholen maken dan alsnog een melding als er 16 uur in 4 weken is verzuimd.

Tips om te stimuleren dat kinderen weer op school komen
Op de nieuwe website weeraanwezigopschool.nl vinden schoolleiders, leraren, intern begeleiders en zorgcoördinatoren informatie en tips die kunnen helpen te stimuleren dat zoveel mogelijk leerlingen weer naar school gaan. Weeraanwezigopschool.nl is een initiatief van de partnerorganisaties van de thuiszitterstafel in samenwerking met Kennisnet en het ministerie van OCW.

Bron: www.poraad.nl

Eerste Kamer stemt tegen afschaffen fusietoets

De fusietoets is een bureaucratisch blok aan het been, schreven de PO-Raad en VO-raad in een brief aan de senaat. De sectororganisaties pleiten al jaren voor het afschaffen van de toets om scholen in het po en vo die te maken hebben met krimp te ondersteunen. Het mocht niet baten: de Eerste Kamer stemde tegen het wetsvoorstel van minister Arie Slob (Onderwijs), waarmee een einde zou komen aan de ondoorzichtige en onvoorspelbare fusietoets.

‘Het is een guillotine op het eind’, stelt PO-Raad vicevoorzitter Anko van Hoepen deze week in het Parool. ‘In mijn vorige baan was ik schoolbestuurder in Zeeland en heb ik zelf gezien dat fuseren soms bittere noodzaak is om scholen die te klein zijn en onder opheffingsnorm zitten open te houden.’

Samenwerking in krimpgebieden
Het stimuleren van samenwerking tussen scholen en schoolbesturen in krimpgebieden is daarom van groot belang. Alleen op deze manier kan een divers en hoogwaardig onderwijsaanbod in de regio mogelijk blijven. De fusietoets bemoeilijkt samenwerking en heeft een afschrikwekkende werking. De PO-Raad en VO-raad vinden dat de Wet Medezeggenschap voldoende mogelijkheden geeft om een fusie te toetsen. De medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht op de plannen voor de fusie tussen scholen, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht als schoolbesturen willen fuseren.

Toekomstige fusies
Sinds 2018 geldt een lichtere procedurele toets. Dat bepaalde minister Slob in aanloop naar de afschaffing van het wetsvoorstel. De PO-Raad gaat in gesprek met het ministerie van OCW over hoe de sector met toekomstige fusies moet omgaan.

Uitzondering voor de Waddeneilanden
De senaatsfractie van GroenLinks diende een motie in waarmee ze minister Slob wilde vragen een uitzondering te maken voor de Waddeneilanden, om ook daar een divers onderwijsaanbod te behouden. Voor het voorstel van GroenLinks was geen meerderheid in de Eerste Kamer. Verschillende fracties gaven aan ‘niet op de stoel van de Tweede Kamer te willen zitten’. Ook zou deze uitzondering voor meer krimpgebieden nuttig zijn, daar zou het wetsvoorstel voor het afschaffen van de fusietoets nu juist in voorzien.

Bron: www.poraad.nl

Ook andere vaste vergoedingen mogen onbelast doorlopen

Na een actualisering van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis keurt staatssecretaris Vijlbrief van Financiën goed dat naast de vaste reiskostenvergoeding, ook andere vaste vergoedingen onbelast mogen blijven doorlopen.

Krijgen werknemers een vaste vergoeding, maar werken zij vanwege corona nu grotendeels of volledig thuis? Dan is het voor de werkgever niet nodig de vaste vergoeding aan te passen. Zolang de coronamaatregelen gelden en als de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had op de vergoeding, mag de werkgever blijven uitgaan van de aangenomen feiten waarop de vergoeding oorspronkelijk is gebaseerd. Denk bijvoorbeeld aan de maandelijkse vergoeding voor kosten onderweg van vertegenwoordigers. Dit heeft staatssecretaris Vijlbrief van Financiën onlangs goedgekeurd.

Goedkeuring geldt niet voor extraterritoriale kosten
Werknemers die tijdelijk naar het buitenland of naar Nederland worden uitgezonden, krijgen vaak een vergoeding voor de extra kosten van dat verblijf buiten het land van herkomst, de zogenoemde extraterritoriale kosten. De goedkeuring van de staatssecretaris geldt niet voor deze extraterritoriale kosten die een werkgever vergoedt met de zogenoemde 30%-regeling.

Reiskostenvergoeding mag nog steeds doorlopen
Een soortgelijke goedkeuring maakte de staatssecretaris al eerder bekend voor het onbelast doorlopen van de vaste reiskostenvergoeding. Deze en andere fiscale tegemoetkomingen naar aanleiding van de coronacrisis staan in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis op een rij. Dit besluit wordt regelmatig geactualiseerd en aangevuld. Er is nog geen concrete einddatum van de goedkeuring bekend: deze geldt zolang het genoemde besluit van kracht is. Dus zolang het besluit (of het specifieke onderdeel van het besluit dat hierover gaat) niet is ingetrokken, mag de werkgever de vaste (reiskosten)vergoeding onbelast blijven betalen binnen de werkkostenregeling.

Bron: www.rendement.nl

Invoerdatum Modernisering Pf verplaatst naar 1 augustus 2021

Op 1 januari 2021 stond de invoering van de Modernisering Participatiefonds (Pf) gepland. Deze is echter afhankelijk van nieuwe wetgeving, die op dit moment ter behandeling in de Tweede Kamer ligt. De coronacrisis veroorzaakt vertraging en onduidelijkheid over de afronding van het wetstraject. Dit laat ons geen andere keuze dan de invoerdatum uit te stellen naar 1 augustus 2021.

Zorgvuldig traject
De afgelopen jaren hebben we continu nauw contact gehad met OCW om een zorgvuldig traject te garanderen. VfPf ligt op schema om dit op de streefdatum van 1 januari 2021 daadwerkelijk in te voeren. Helaas zijn er door de coronacrisis geen garanties dat het wetsvoorstel nog dit jaar in het parlement behandeld wordt. Het bestuur van VfPf en het ministerie van OCW vinden het onverantwoord te wachten op duidelijkheid over de ingangsdatum en de definitieve inhoud van de nieuwe wet.

Dit heeft tot het besluit geleid de streefdatum van invoering van de Modernisering Pf te verplaatsen naar 1 augustus 2021.

Alle schoolbesturen in het PO hebben op 23 juni een brief van ons ontvangen met toelichting.

Zekerheid
Een belangrijke afweging om dit besluit nu te nemen is dat schoolbesturen zich op tijd en op de juiste manier moeten kunnen voorbereiden op de veranderingen in de manier van werken bij het Participatiefonds. Zonder dat er op het laatste moment voorwaarden worden aangepast. Ze moeten kunnen vertrouwen op een vaststaande ingangsdatum van een dan geldend reglement.

Immers, als het nieuwe Reglement Pf per 1 januari 2021 in zou gaan, krijgen de schoolbesturen per 1 september a.s. al te maken met de voorwaarden die gelden voor verlaging van de eigen bijdrage aan de werkloosheidskosten.

We willen voorkomen dat schoolbesturen voorsorteren op een situatie waarvan niet zeker is of die op 1 januari 2021 in gaat. Door dit besluit tot uitstel nu voor de zomervakantie te nemen, bieden wij hen de meeste zekerheid. Dat er een kans bestaat dat het wetstraject uiteindelijk toch net voor de jaarwisseling afgerond is, schetst het dilemma rond dit besluit.

Waarom is 1 augustus 2021 een logische datum?
Voor het aanpassen van het reglement houden we de start van een kalenderjaar of van een schooljaar aan. Daarom ligt uitstel naar 1 augustus 2021 het meest voor de hand. En voor de goede orde, dat betekent dat het wetsvoorstel uiterlijk eind maart de beide Kamers gepasseerd moet zijn.

Wat betekent dit voor schoolbesturen?
Voorlopig verandert er niets aan het proces om werkloosheidskosten door het Participatiefonds vergoed te krijgen:

  • Het Reglement Pf in zijn huidige vorm blijft geldig.
  • Het huidige Werkgeversportaal Pf blijft in gebruik tot de Modernisering doorgevoerd wordt.
  • De manier van inloggen voor het Werkgeversportaal Pf blijft na 1 januari 2021 hetzelfde.

Overmacht
Dit besluit tot uitstel is een direct gevolg van de onzekerheden die de coronacrisis met zich meebrengt. Alle voorbereidingen zijn uiteraard niet voor niets geweest en gaan bij ons ook gewoon door, maar toch is er sprake van teleurstelling. Wij zien uit naar de nieuwe werkwijze die een positieve bijdrage gaat leveren aan kostenvermindering voor de sector en op termijn ook een positieve invloed zal hebben op behoud van personeel.

Voorbereiden op de veranderingen
Alle informatie over de inhoud van de moderniseringsplannen, zoals over de beëindigingsgronden en de inspanningsverplichting, blijft vooralsnog van toepassing.

Bron: www.vfpf.nl

Vernieuwing van het pensioenstelsel in vogelvlucht

De Tweede Kamer heeft gisteren een aantal documenten over de technische uitwerking van het pensioenakkoord van juni ontvangen. Als die plannen doorgang vinden, gaan álle pensioenregelingen op de schop. Wat staat er op stapel?

Het huidige pensioenstelsel – dat stamt uit de jaren 50 van de vorige eeuw – is zelf aan zijn pensioen toe. Door alle veranderingen in de bevolkingsopbouw, economie en arbeidsmarkt worden de pensioenen in de praktijk al jaren niet of nauwelijks meer verhoogd en is er soms zelfs sprake van kortingen, premieverhogingen en opbouwverlagingen.

Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd
In juni 2019 heeft het kabinet met werkgevers- en werknemersorganisaties een pensioenakkoord bereikt over een toekomstbestendig nieuw pensioenstelsel. Een aantal maatregelen rondom de AOW zijn diezelfde maand nog uitgewerkt in de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd en per 1 januari 2020 van kracht geworden. De uitwerking van het nieuwe pensioenstelsel had heel wat meer voeten in de aarde.

Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord
Een vol jaar na het pensioenakkoord zijn de partijen tot een technische uitwerking gekomen, die is vastgelegd in de hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord. De achterban van alle betrokken partijen moet hier nog mee instemmen, pas dan kunnen de afspraken worden uitgewerkt in wetgeving. Het kabinet wil het wetsvoorstel begin 2021 indienen bij de Tweede Kamer, zodat het per 2022 kan ingaan. Als dat lukt, kunnen de nieuwe regels uiterlijk per 1 januari 2026 gaan gelden voor álle pensioenregelingen.

Voorwaarden voor nieuwe pensioenregeling
De plannen uit de hoofdlijnennotitie zijn behoorlijk ingrijpend. Om de overstap in goede banen te leiden, waren in het pensioenakkoord al een aantal voorwaarden geformuleerd waar het nieuwe stelsel aan moet voldoen. Zo moet het ouderdomspensioen levenslang blijven, moeten de premies en uitkeringen zo stabiel mogelijk zijn en mag er geen sprake zijn van een versobering. En pensioenuitvoerders moeten voldoende ruimte houden om beleggingsrendement te boeken.

Nieuw pensioencontract met premie als uitgangspunt
Om aan al deze eisen te voldoen, wordt er een nieuw pensioencontract geïntroduceerd waarin niet de uitkering maar de premie het uitgangspunt is. Daarbij worden de bestaande pensioenaanspraken en -uitkeringen zo veel mogelijk meegenomen. Ook gaat het fiscale kader op de schop en komt er een uitgebreid transitieplan. Deze maatregelen moeten zorgen voor een pensioenstelsel dat minder rentegevoelig is, meer op de persoon is toegesneden en weer een paar decennia meekan.

Download de complete Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord (pdf), zodat u snel de achtergrondinformatie bij de hand heeft.

Bron: www.rendement.nl

Update coronavirus en bekostiging vervanging

Naar aanleiding van vragen uit het onderwijsveld over het coronavirus in relatie tot de bekostiging van vervanging heeft het Vervangingsfonds (Vf) een aantal maatregelen uitgewerkt om de onderwijssector tegemoet te komen in deze moeilijke periode.

Maatregel 1: declaratiemogelijkheid voor vervanging van een werknemer die uit voorzorg thuisblijft

Wanneer een werknemer wordt vervangen die uit voorzorg thuisblijft, vergoedt het Vf deze vervanging.

  • Wijze van indienen:  via de na-declaratietool.
  • Vul als reden van afwezigheid in: ziekte.
  • Voeg in opmerkingenveld toe: medewerker is uit voorzorg thuisgebleven.

Aanvullende informatie voor besturen met een financiële variant:

  • Voor schoolbesturen die gebruikmaken van een financiële variant is de werkwijze anders dan bovenstaand. Deze besturen kunnen de vervanging van iemand die uit voorzorg thuisblijft declareren op de reguliere wijze: via de maandelijkse gegevenslevering vanuit de PSA. Deze opgevoerde kosten tellen dan mee in het eigen risico. De betrokkene moet in de administratie als ‘ziek’ worden geregistreerd.
  • In tegenstelling tot eerdere berichten kunnen besturen met een financiële variant ook een declaratie indienen bij inzet van een onbevoegde op de eerste dag van afwezigheid van een leerkracht. Dit kan met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020. Voor het indienen van deze declaraties maakt u gebruik van de na-declaratietool.

Maatregel 2:  buiten werking stellen van de termijn van 8 weken bij cases

Voor sommige vervangingsdeclaraties vraagt het Vf extra informatie of aanvullende documenten op bij een schoolbestuur (de ‘cases’.) Het Vf controleert normaliter of de termijn van 8 weken voor deze cases is verstreken. Is dat het geval, dan wordt de declaratie afgewezen.

Omdat het in deze periode voor schoolbesturen niet altijd mogelijk is om de gevraagde documenten tijdig te kunnen leveren aan het Vf, wordt de termijn van 8 weken gedurende deze periode opgeschort.

Update: Deze maatregel gold tot 1 juni. Vanaf 1 juni worden, ook voor de reeds lopende cases, weer de reguliere termijnen voor het indienen van declaraties en cases Vf hervat. Lukt het niet de gevraagde documenten tijdig te leveren dan worden de eerste cases afgewezen 8 weken na 1 juni.

Maatregel 3: indieningstermijn vervangingsdeclaraties verlengd naar 6 maanden en 5 dagen

Het Vf hanteert normaal een indieningstermijn van 3 maanden en 5 werkdagen na afloop van de maand waarin de vervanging heeft plaatsgevonden.

In deze periode kan het voor schoolbesturen en administratiekantoren lastig zijn om hun declaraties op tijd in te dienen. Daarom wordt de indieningstermijn gedurende deze periode verlengt naar 6 maanden.

Update: Deze maatregel gold tot 1 juni. Vanaf 1 juni worden weer de reguliere termijnen voor het indienen van declaraties en cases Vf hervat.

Dit betekent dat we voor alle declaraties, ook over eerdere tijdvakken, weer de reguliere termijn hanteren vanaf 3 maanden en 5 werkdagen na 1 juni.

Maatregel 4: inzetpercentage van de vervangingspools

Schoolbesturen hebben aangegeven hun poolers niet of nauwelijks te kunnen inzetten. Dit heeft negatieve gevolgen voor het inzetpercentage van de vervangingspools.

Het inzetpercentage van de vervangingspools wordt door ons op 100% gezet in de periode waarin de corona-maatregelen voor de scholden gelden. Hierdoor ontstaan er voor de vervangingspools geen negatieve financiële gevolgen. U kunt op de gebruikelijke wijze de poolverantwoording blijven invullen. 

Update: Deze maatregel gold tot 1 juni. Vanaf 1 juni wordt weer het werkelijke inzetpercentage gehanteerd.

Bron: www.vfpf.nl

Zoeken
Agenda

Algemene vergadering Coöperatie CABO U.A.


  • Maandag 22 juni 2020, van 15.30 uur tot 17.00 uur. Locatie: kantoor CABO 

Regionale besturen bijeenkomst CABO-PON

     
  • Dinsdag 16 juni 2020
Laatste Nieuws
CABO Ondersteunt