Nieuws

Aanmelding voor traject Excellente School 2019 gestart

Vanaf 13 maart tot en met 22 mei 2019 kunnen scholen zich aanmelden voor het predicaat Excellente School 2020-2022.

Om mee te mogen doen, moet een school de waardering Goed van de inspectie hebben gekregen. De Inspectie van het Onderwijs heeft alle scholen die voor deelname in aanmerking komen aangeschreven.

Alle bekostigde scholen in Nederland kunnen meedoen, waaronder po (inclusief sbo), v(s)o en praktijkonderwijs.

Downloads en links

Meer informatie en aanmelden

Bron: www.avs.nl

Subsidieregeling Regionale aanpak lerarentekort

Het lerarentekort in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is een groeiend probleem. De arbeidsmarkt voor onderwijs wordt sterk regionaal bepaald. In de regio liggen de meeste kansen om te komen tot een oplossing. Deze subsidieregeling heeft als doel om partijen in de regio te ondersteunen om het lerarentekort gezamenlijk aan te pakken.

Schoolbesturen kunnen samen met één of meer lerarenopleidingen een plan van aanpak indienen waarin staat beschreven wat zij in hun regio in 2019 gaan doen om het lerarentekort aan te pakken. Zij kunnen daarbij aansluiten bij al bestaande initiatieven en activiteiten. De subsidie kan ook worden gebruikt voor het tot stand brengen of versterken van de samenwerking in de regio, bijvoorbeeld in de vorm van een kwartiermaker.

Aanvraagcriteria
De samenwerkende partijen bepalen zelf het gebied van de regio. De buitengrenzen moeten daarbij samenvallen met de gemeentegrenzen. Zie ook de bestaande indeling van de arbeidsmarktregio’s.

De aanvraag wordt gedaan voor alleen de sector primair onderwijs (po) of voortgezet onderwijs (vo) of voor beide sectoren samen. Het mbo kan aansluiten bij een aanvraag van het vo. Naast schoolbesturen en lerarenopleidingen in de regio doen bij voorkeur ook andere partijen mee, zoals gemeenten, regionale transfercentra en bedrijven.

Eisen aan de regio
Bij een aanvraag voor alleen po of alleen vo:

  • Ten minste een derde van de besturen met (nevenvestigingen van) scholen in de  regio neemt deel aan de activiteiten.
  • Deze scholen hebben ten minste een derde van de personeelsomvang van alle scholen in de regio met voor het po ten minste 800 fte en voor het vo 1200 fte.
  • Het bestuur van minimaal één lerarenopleiding neemt deel.

Bij een sectoroverschrijdende aanvraag gelden dezelfde eisen per sector. U kunt de regiotool gebruiken om te controleren of uw regio voldoet aan de eisen wat betreft het aantal besturen en fte. Zie ook de handleiding bij de tool.

Besturen van scholen en lerarenopleidingen met scholen/ vestigingen in meerdere regio’s kunnen aan meerdere aanvragen deelnemen. Schoolbesturen kunnen immers scholen hebben in een regio-overstijgend gebied. Ook lerarenopleidingen bedienen vaak een groter gebied. Een bestuur kan maar één keer de aanvrager zijn.

Een aanvraag kan worden ingediend door:

  • Een PO-bestuur
  • Een VO-bestuur
  • Het bestuur van een MBO instelling
  • Een lerarenopleiding.

Schoolbesturen voor po, vo en mbo en lerarenopleidingen in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht (G4) komen niet in aanmerking voor deze subsidie. Met de G4 zijn aparte afspraken gemaakt.

Plan van aanpak
Bij uw aanvraag hoort een plan van aanpak. Maak hierbij gebruik van het format. Het plan van aanpak bestaat in elk geval uit de volgende onderdelen:

  • Beschrijving van de regio
  • De besturen en eventueel andere partijen die deelnemen aan de uitvoering van het plan van aanpak
  • Activiteiten die zich richten op de aanpak van kwalitatieve tekorten
  • Activiteiten die zich richten op de aanpak van kwantitatieve tekorten
  • Activiteiten die gericht zijn op de totstandbrenging of versterking van de samenwerking in de regio voor het wegwerken van het lerarentekort
  • Activiteiten die zich richten op de borging van de opbrengsten
  • Begroting en financiële borging
  • Optioneel: Ondertekening deelnemende besturen en instelling.

Van de activiteiten moeten de doelen, resultaten en producten worden beschreven en de aard, omvang en de duur. En op welke manier ze worden uitgevoerd. In het format zijn deze onderdelen stapsgewijs opgenomen.

Voor invulling van de activiteiten kunt u inspiratie opdoen uit de zes actielijnen van het landelijk plan van aanpak lerarentekort. U kunt ook een beroep doen op ondersteuning door het Arbeidsmarktplatform primair onderwijs (APPO), het Arbeidsmarkt en opleidingsfonds voortgezet onderwijs (VOION) en de Stichting Onderwijsarbeidsmarktfonds mbo (SOM).

Hoogte subsidie
In 2019 is € 9 miljoen beschikbaar; € 4,5 miljoen voor het po € 4,5 miljoen voor het vo en mbo. De maximale subsidieaanvraag is € 250.000 per sector, per regio. Als ook één of meer besturen uit het mbo deelnemen is er een extra subsidie beschikbaar van maximaal € 75.000 per regio. Het mbo kan alleen aansluiten bij een aanvraag vanuit het vo.

Bij een sectoroverstijgende aanvraag (po en vo) bedraagt de subsidie maximaal € 500.000. Bij deelname van een mbo is ook hier een extra subsidie van maximaal € 75.000 per regio beschikbaar. Voor personele kosten wordt maximaal € 100 per uur (excl. btw) vergoed. De subsidie mag niet worden ingezet voor de verbetering van primaire arbeidsvoorwaarden of het inhuren van onderwijspersoneel op scholen.

Cofinanciering
De regeling subsidieert maximaal twee derde van de kosten van de activiteiten. Minimaal één derde deel moet komen uit cofinanciering. Naast financiële middelen kan het ook gaan om de inzet van personeel of arbeidstijd. Andere partijen, zoals gemeenten, kunnen ook bijdragen.

Voorbeeld: De kosten voor de activiteiten zijn in totaal € 240.000. De cofinanciering moet minimaal € 80.000 zijn, uw subsidieaanvraag is maximaal € 160.000. 

Subsidie aanvragen
U kunt tot en met 31 augustus 2019 online een aanvraag indienen. De aanvraag moet door alle betrokken partijen worden ondertekend. Per regio kan maximaal één aanvraag gedaan worden voor de sector po of voor de sector vo. Als sprake is van een sectoroverstijgende aanvraag (po en vo), mag in die regio geen aparte aanvraag voor po of vo meer ingediend worden.

De aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Niet volledige aanvragen kunnen binnen 10 dagen worden aangevuld. De datum van ontvangst van de volledige aanvraag geldt dan als datum van binnenkomst.  U ontvangt het subsidiebedrag in 2019, maar de activiteiten mogen nog lopen tot 1 augustus 2020.

Meer informatie

Alle informatie staat in de subsidieregeling.

Bron: www.rijksoverheid.nl

Nieuwe tool berekening werkdrukmiddelen

Vanaf het schooljaar 2019/2020 komt er eerder geld beschikbaar uit het werkdrukakkoord om de werkdruk op scholen aan te pakken. In plaats van 237 miljoen euro zal er 333 miljoen euro beschikbaar komen. Hiermee stijgt het bedrag per leerling van 155,55 euro per leerling naar 220,08 euro per leerling. Deze middelen zijn structureel en worden verstrekt via het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid. Het ministerie van OCW heeft hiervoor een tool gemaakt.

Dit budget wordt uitgekeerd als een bedrag per leerling op het niveau van BRIN. De leerlingen van een nevenvestiging worden daardoor toegerekend aan de hoofdlocatie. Hierbij wordt gekeken naar het aantal leerlingen op 1 oktober voorgaand schooljaar. Voor 2019/2020 wordt dus gekeken naar het leerlingaantal per 1 oktober 2018.

Het bedrag voor uw school is te berekenen met de Tool werkdrukmiddelen 2019-2020

Bron: www.avs.nl

Is mijn vervanging declarabel? Check het hier!

Door wie mag ik een afwezige vervangen om in aanmerking te komen voor vergoeding door het Vervangingsfonds? Dat lijkt een eenvoudige vraag, maar in de praktijk is het antwoord niet altijd even snel gevonden. Een vervanger moet namelijk aan een aantal voorwaarden voldoen.

Met de tool ‘Quick View’ (Pdf) kunt u door het beantwoorden van een paar vragen eenvoudig nagaan of uw vervanging declarabel is. Lees na het openen van de Quick View goed de eerste pagina door.  En let op dat u niet scrollt in het document! Gebruik alleen de antwoordknoppen of de knoppen ‘Vorige stap’ en ‘Home’ rechts onderaan.

Bron: www.vervangingsfonds.nl

Rapporteer vóór 1 juli 2019 energiebesparende maatregelen in eLoket

Scholen met een elektriciteitsverbruik vanaf 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas per jaar, moeten uiterlijk 1 juli 2019 rapporteren welke energiebesparende maatregelen zij hebben genomen. Met deze informatieplicht wil de overheid stimuleren dat scholen meer energie besparen. Schoolbesturen moeten hun rapportages indienen bij het nieuwe eLoket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De PO-Raad raadt ook scholen met een energieverbruik onder de grenswaarde aan de vernieuwde Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML) te raadplegen.

Scholen die meer verbruiken dan de grenswaarden van 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas per jaar, moeten in principe alle maatregelen van de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML) nemen. Dit geldt voor ongeveer twintig procent van de scholen in het primair onderwijs. Hierbij gaat het nadrukkelijk om het verbruik. Wat de school zelf al compenseert door bijvoorbeeld het aanbrengen van zonnepanelen, doet voor de informatieplicht niet ter zake. Op de lijst met maatregelen staan bijvoorbeeld het isoleren van spouwmuren, het aanbrengen van ledverlichting en van tijdschakelaars voor het ventilatiesysteem, zodat deze niet onnodig aanstaat buiten schooltijd.

Beredeneerd afwijken
Neemt een schoolbestuur voor een ‘informatieplichtige’ school niet alle maatregelen, dan moet zij hiervoor goede redenen geven. Vanzelfsprekend is het toegestaan om de maatregelen in te plannen op natuurlijke (vervangings)momenten. In de rapportage moet dan worden aangegeven voor wanneer een aanpassing op de planning staat.

Ook scholen onder de grenswaarde moeten aan de slag
Scholen met een energieverbruik van minder dan 50.00 kWh of 25.000 m3 vallen formeel niet onder de Wet Milieubeheer en zijn vanuit deze wet dus niet verplicht de maatregelen te nemen. Toch raadt de PO-Raad schoolbesturen aan ook deze schoolgebouwen langs de nieuwe maatregelenlijst te leggen en te bepalen welke maatregelen goed uitvoerbaar zijn op de scholen. Immers, alle scholen moeten vanuit het klimaatakkoord energie besparen, hoe groot of klein ze ook zijn. De maatregelen uit de lijst verdienen zichzelf binnen vijf jaar terug, dus geld zou geen excuus mogen zijn, vindt de PO-Raad.

Ondersteuning bij energie besparen
Het programma ‘Scholen Besparen Energie’ ondersteunt schoolbesturen bij het nemen van laagdrempelige vormen van energiemaatregelen, om zo op een verantwoorde manier te zorgen voor een lagere energierekening. Dit programma, dat bedoeld is voor álle scholen (ook die niet onder de Wet Milieubeheer vallen), gaat in april van start. Aanmelden is nu al mogelijk via info@scholenbesparenenergie.nl.

Bestuurt u scholen waarvoor de informatieplicht geldt? Neem dan deze stappen:

  1. Ga naar de webpagina met de erkende maatregelen lijst (EML) voor het onderwijs
  2. Breng aan de hand van die lijst de genomen erkende maatregelen voor uw school/scholen in kaart
  3. Rapporteer dit in Het stappenplan bereidt u hier op voor. U kunt het rapporteren ook uitbesteden aan een intermediair. Let op!U heeft een eHerkenningsmiddel niveau 1 nodig voor de rapportage. Dit kunt u aanschaffen op de website van eHerkenning. Houd rekening met een levertijd die kan oplopen tot dertig werkdagen. Vraag de eHerkenning dus zo snel mogelijk aan. Aan eHerkenning zijn kosten verbonden die per leverancier kunnen verschillen. (Red: let op dat u een leverancier kiest die de ketenmachtiging ondersteunt. Dit i.v.m. eHerkenning voor het UWV Werkgeversportaal waarin wij ondersteunende werkzaamheden voor uw organisatie doen! U ontvangt hierover op korte termijn van ons een apart bericht via de mail.)

Gemeenten en omgevingsdiensten zullen toezien op de naleving van de energiebesparingsplicht.

Meer informatie

Bron: www.poraad.nl

Wijziging vergoedingssystematiek Participatiefonds

Onlangs deed het Participatiefonds zijn plannen voor modernisering in 2020 uit de doeken. Die zullen voor onderwijsbestuurders of leidinggevenden in het primair of (voortgezet) speciaal onderwijs wellicht even schrikken zijn. Let goed op, want elk personeelslid dat u vandaag aanneemt, valt straks onder deze nieuwe regels.

De toekomstplannen zijn aangekondigd in een brief van onderwijsminister Slob aan de Tweede Kamer in november 2018. De achtergrond van de verandering is dat het huidige systeem onvoldoende prikkels kent om onnodige instroom in de WW te voorkomen. De instroom (en dus de uitkeringslasten) is hierdoor hoog, hetgeen dus ook een hoge premie voor het Participatiefonds (Pf) tot gevolg heeft.

Enerzijds is het dus de taak van het bestuur van het Pf om de instroom in de WW te beperken, en anderzijds is de doelstelling om het aantal administratieve barrières waarmee onderwijswerkgevers te maken hebben, te beperken. Omdat er voor de volledige opheffing van het Pf bij sociale partners geen meerderheid te vinden is, is geopteerd voor een sterke vereenvoudiging van de vergoedingssystematiek.

Wijzigingen op een rij

Dit zijn de belangrijkste wijzigingen:

  1. Schoolbesturen betalen in beginsel 50% van de uitkeringslasten voortvloeiend uit een ontslag of niet-voortzetting van een arbeidsovereenkomst zelf.
  2. In een beperkt aantal gevallen zijn de eigen kosten voor het schoolbestuur beperkt tot 10%:
    • bedrijfseconomisch ontslag met goedkeuring van UWV of een vervangende toets door het Pf;
    • ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter;
    • beëindiging van een vervangingsbetrekking. Het schoolbestuur dient hierbij ook aan te tonen dat de werknemer voldoende is ondersteund om werk te vinden buiten de eigen organisatie.
  3. Voor alle vaststellingsovereenkomsten, behalve wegens bedrijfseconomisch ontslag, geldt dat het percentage van de uitkeringslasten dat voor rekening van het schoolbestuur komt steeds 50% is. Ook bij iedere beëindiging van een tijdelijk contract, anders dan wegens vervanging, geldt dit. Het maakt dan ook niet uit of er wel of niet een vergoedingsverzoek wordt ingediend. Ook als dat niet gebeurt, geldt nog steeds het percentage van 50%.
  4. De uitkeringslasten die voor rekening van het schoolbestuur zelf komen, worden niet meer door DUO op de lumpsumbekostiging ingehouden, maar worden door het Pf zelf aan de schoolbesturen gefactureerd.
  5. Het Pf gaat werkloze onderwijswerknemers actief begeleiden om weer snel en duurzaam aan een baan te komen. Zo wil het Pf enerzijds werkloosheidskosten (en dus de hoogte van de premie) beperken en anderzijds bijdragen aan het terugdringen van het lerarentekort. Het Pf wil hiermee binnen twee jaar 1.000 werkloze leraren weer aan de slag krijgen.

Ingangsdatum

De ingangsdatum van de wijzigingen is nog onzeker, maar gemeld wordt dat 1 augustus 2020 de vroegst haalbare datum is. Daarmee lijkt het eerder gecommuniceerde plan om de wijzigingen op 1 januari 2020 in te laten gaan, van de baan. De invoeringsdatum is mede afhankelijk van de invoeringsdatum van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, waarmee alle werknemers in het openbaar onderwijs onder het private arbeidsrecht worden gebracht.

Bron: www.vbent.org

Wnra: eerdere aanstellingen vallen onder ketenregeling

Aanstellingen van vóór de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) per 1 januari 2020 zullen onder de ketenregeling van het arbeidsrecht vallen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft een voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd om verschillende wetten aan te passen in verband met de invoering van de Wnra.

Een van de voorgestelde wijzigingen betreft artikel 14 Wnra (overgangsrecht). Voorgesteld wordt om één of meer aanstellingen die voorafgingen aan de aanstelling op grond van artikel 14, eerste lid, Wnra in elk geval mee te tellen bij:

  • de vaststelling van het recht op transitievergoeding en de hoogte daarvan in de zin van artikel 7:673 Burgerlijk Wetboek (BW);
  • de toepassing van de ketenregeling in de zin van artikel 7:668a BW;
  • de berekening van de termijn van opzegging in de zin van 7:672 BW;
  • de toepassing van de regeling van de proeftijd in artikel 7:652 BW.

Aanstelling -> arbeidsovereenkomst
Door de Wnra wijzigt de eenzijdige aanstelling van het personeel in het openbaar onderwijs in een arbeidsovereenkomst. Hierdoor zal het personeel in het openbaar onderwijs net zoals het personeel in het bijzonder onderwijs werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst.

Bron: www.vosabb.nl

Zoeken
Laatste Nieuws
CABO Ondersteunt