Nieuws

Wat zijn de consequenties van de nieuwe cao voor de jaarrekening?

Schoolbesturen moeten de baten voor de in de cao afgesproken eenmalige uitkeringen verantwoorden in 2019 en de lasten in 2020. Hierdoor vallen het resultaat 2019 en daarmee ook de reserves in 2019 fors hoger uit. Een schoolbestuur kan wel een bestemmingsreserve vormen om in de jaarrekening 2019 te benadrukken dat er in 2019 baten zijn opgenomen die gebruikt worden ter financiering van lasten die in 2020 worden verantwoord.

In de werkgroep onderwijs van de Raad voor de Jaarverslaggeving is besproken hoe de eenmalige uitkeringen én de bekostiging waarop deze eenmalige uitkeringen zijn gebaseerd, verwerkt moeten worden in de jaarrekening. Over de uitkomst hiervan heeft OCW onlangs gepubliceerd in de nieuwsbrief Jaarverslaggeving Onderwijs.

Op 10 januari 2020 hebben de PO-Raad en de vakbonden hun handtekening gezet onder het akkoord voor een nieuwe cao voor het primair onderwijs. Hierdoor is deze cao officieel vanaf 1 maart 2019 van kracht gegaan (omdat toen de vorige cao afliep). De meeste maatregelen uit de cao zullen echter in 2020 in werking treden, zoals twee eenmalige uitkeringen die in februari 2020 worden uitbetaald. Maar hiervoor ontvingen schoolbesturen de bekostiging in 2019.

In het kader van de landelijke en lokale gesprekken over de reservepositie van schoolbesturen, heeft de PO-Raad nadrukkelijke de voorkeur geuit om de baten en lasten die gemoeid zijn met de eenmalige uitkeringen zogenoemd te laten ‘matchen’. Hierdoor zou worden voorkomen dat de baten in 2019 verantwoord zouden worden, terwijl de lasten die hier tegenover staan in 2020 geboekt zouden worden. De werkgroep onderwijs geeft echter aan dat dit conform de jaarverslaggevingsvoorschriften niet mogelijk is: de baten die samenhangen met de arbeidsvoorwaardelijke middelen 2019 en de bijzondere en aanvullende bekostiging, moeten volledig als baten worden verantwoord in 2019. En omdat de eenmalige uitkeringen worden uitgekeerd aan medewerkers die in januari 2020 in dienst zijn, moeten deze lasten worden verantwoord in 2020. Hierdoor zal het resultaat 2019, en daarmee de reserve per ultimo 2019, fors toenemen. Voor 2020 is het effect omgekeerd: dan worden wel de lasten van de eenmalige uitkeringen verantwoord, maar dus niet de bekostiging waarop die eenmalige uitkeringen zijn gebaseerd.

Bestemmingsreserve
Het is volgens de werkgroep onderwijs wel mogelijk om een bestemmingsreserve te vormen om in de jaarrekening 2019 te benadrukken dat er in dat jaar baten zijn ontvangen die gebruikt worden ter financiering van lasten die in 2020 worden verantwoord. De hoogte van deze bestemmingsreserve zou een schoolbestuur vast kunnen stellen op basis van de kosten die gemoeid zijn met de betaling van de eenmalige uitkeringen in februari.

De PO-Raad zal in het gesprek met OCW en Inspectie van het Onderwijs benadrukken dat dit een fors positief effect heeft op de jaarcijfers 2019. De PO-Raad pleit er – gezien de politieke gevoeligheid van de reserves – met nadruk voor dat het ministerie en de inspectie duidelijk communiceren over dit effect. Met name op het moment dat de financiële positie 2019 van schoolbesturen in het primair onderwijs wordt geëvalueerd (eind 2020). De minister heeft richting Tweede Kamer al gecommuniceerd dat het bedrag van €150 mln dat in december is uitgekeerd in het kader van het convenant aanpak lerarentekort in de reserves van 2019 vallen. Het is van belang dat hierbij ook de arbeidsvoorwaarderuimte/de indexering van de personele bekostiging voor 2019 (van in totaal circa 180 mln.) wordt opgeteld.

Eenmalige uitkeringen
In de cao voor het primair onderwijs zijn twee eenmalige uitkeringen voor alle medewerkers afgesproken.

  • In februari 2020 krijgen alle medewerkers die in januari 2020 in dienst zijn, een eenmalige uitkering van 33% van het (verhoogde) maandloon van januari 2020. Deze eenmalige uitkering wordt bekostigd uit de arbeidsvoorwaardelijke middelen van 2019. De uitbetaling hiervan heeft plaatsgevonden in oktober en november 2019 via de definitieve regeling bekostiging personeel 2018/2019 en via de tweede regeling bekostiging personeel 2019/2020.
  • In februari 2020 krijgen alle medewerkers die in januari 2020 in dienst zijn, een eenmalige uitkering van 875 euro naar rato van de werktijdfactor en diensttijd in januari. Deze uitkering wordt bekostigd uit de 150 miljoen uit het convenant aanpak lerarentekort, waarin was afgesproken dat de besteding van dit geld in deze cao zou worden ingezet voor arbeidsvoorwaarden. Dit bedrag is eind  december 2019 als bijzondere en aanvullende bekostiging voor het kalenderjaar 2019 uitgekeerd middels een bedrag van €99,25 per leerling.
    Bij het maken van de afspraken rondom het convenant aanpak lerarentekort, bleek het uitvoeringstechnisch op de korte termijn niet realiseerbaar om het budget van éénmalig €150 mln. te verdelen via de GPL/ op basis van het aantal fte. DUO heeft daarom het geld in 2019 uitgekeerd op basis van een bedrag per leerling (€99,25 per leerling). Aangezien er in het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs minder leerlingen zijn ten opzichte van het aantal werknemers, ontvangen zij via deze systematiek relatief een lager bedrag per werknemer. Oftewel: zij ontvangen te weinig budget om de eenmalige uitkering van €875 per FTE mee te dekken. Voor reguliere scholen is het omgekeerde het geval: zij ontvangen een hoger totaalbedrag dan de kosten van deze eenmalige uitkering zijn. Daarom voert DUO in 2020 een eenmalige verrekening uit in 2020. Deze verrekening leidt volgens de werkgroep onderwijs niet tot een vordering of schuld op de balans van schoolbesturen per ultimo 2019.

Red: Schoolbesturen PO: zie ook onze notitie van 12-12-2019 inzake het onderhandelaarsakkoord die wij u per mail toezonden.

Bron: www.poraad.nl

Veelgestelde vragen over de cao tijdens de Kennisgroep P&O

Tijdens de Kennisgroep P&O op dinsdag 11 februari heeft de PO-Raad toegezegd om een aantal vragen via de website te beantwoorden. Leden van de PO-Raad met een inlog vinden op mijn.poraad.nl een document met antwoorden op vragen over de cao-teksten, de inschaling van directeuren en onderwijsondersteunend personeel, het bestuursformatieplan en het arbeidsvoorwaardengesprek.

Meer vragen en antwoorden zijn te vinden op: https://www.poraad.nl/mijn-poraad/prikbord/1994/qa-onderhandelaarsakkoord-cao-po-2019-2020 (alleen voor leden van de PO-Raad).

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Bron: www.poraad.nl

Groot onderhoud mag niet meer via staat van baten en lasten verlopen

Schoolbesturen die voorheen de lasten van groot onderhoud rechtstreeks via de staat van baten en lasten lieten verlopen, mogen dat in het jaarverslag over 2019 niet meer doen. Zij moeten direct kiezen voor ofwel de componentenbenadering (activeren en afschrijven) ofwel voor een onderhoudsvoorziening op de wijze die de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs voorstaat.

In eerdere berichtgeving hadden we al aangekondigd dat schoolbesturen in 2020 de voorziening groot onderhoud op eenzelfde wijze mogen opbouwen zoals zij dat ook in de voorgaande periode hebben gedaan. Dit is onlangs formeel bekrachtigd in de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs. Deze overgangsregeling geldt echter niet voor de schoolbesturen die de lasten rechtstreeks via de staat van baten en lasten lieten verlopen. Voor zover zij dit al niet gedaan hebben, is het van belang dat zij hierover contact opnemen met hun controlerend accountant om te bespreken op welke wijze zij het groot onderhoud gaan verwerken in de jaarcijfers 2019.

Bron: www.poraad.nl

Onderzoek Regioplan: onverantwoord om geld prestatiebox anders te verdelen

Het is onverantwoord om geld uit de zogenoemde Prestatiebox te herverdelen. Bijvoorbeeld door het geld te besteden aan lerarensalarissen. Dat blijkt uit onderzoek van Regioplan in opdracht van ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Een herverdeling leidt volgens het onderzoeksbureau vooral tot het wegbezuinigen van bijscholing en andere professionaliseringsactiviteiten, en van medewerkers met extra functies, zoals coördinatoren en begeleiders. Hierdoor neemt de werkdruk voor leraren mogelijk toe, is er minder extra aandacht voor leerlingen die dat nodig hebben en zullen de klassen groter worden.

Geld naar talentontwikkeling en professionalisering
Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat de meeste besturen het prestatieboxgeld uitgeven aan twee lijnen van het bestuursakkoord: talentontwikkeling en professionele scholen. Bevraagde besturen stellen dat het snijden in de prestatiebox daarom ‘ten koste gaat van de kwaliteit van docenten en daarmee van de kwaliteit van het onderwijs’. Bovendien lopen de meeste activiteiten vanuit de prestatiebox nog door na dit jaar. Met een bezuiniging moeten besturen deze activiteiten verminderen of zelfs helemaal stoppen. Dit doet volgens de onderzoekers in het slechtste geval de behaalde resultaten teniet.

Minister Slob (onderwijs) laat in een brief weten dat er nog wel verbetering nodig is op het op het gebied van verantwoording en inzicht in de bestedingen. De PO-Raad neemt deze kritiek ter harte en stimuleert besturen dan ook om dit te verbeteren. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van bestuurlijke visitaties, de Code Goed Bestuur en Primair Onderwijs in Cijfers en de benchmark voor po en vo die op dit moment ontwikkeld wordt.

Reistijd en beschikbaarheid gymzalen knelpunten bij bewegingsonderwijs
In het bestuursakkoord stond bovendien de ambitie dat alle leerlingen minimaal twee lesuren bewegingsonderwijs krijgen van een vakleerkracht. Niet alle scholen halen deze ambitie. Het vrijdag gepubliceerde onderzoek van Ecorys wijst uit dat niet iedere school een visie op bewegingsonderwijs heeft of hier prioriteit aan geeft. Daarnaast is voor veel scholen de reistijd naar de gymzaal een belemmering. Bewegingsonderwijs vraagt daardoor een tijdsinvestering die verder reikt dan twee uur. In het toch al volle onderwijsprogramma besteden diverse scholen deze tijd liever aan andere vakken, zoals taal en rekenen. Ook de beschikbaarheid van bevoegde leerkrachten is volgens veel scholen een knelpunt. Ecorys stelt verder dat het organiseren van goed bewegingsonderwijs een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van scholen, gemeenten en het Rijk.

Minister: eind 2020 scenario’s voor toekomst prestatiebox
De minister laat ook weten dat hij 2020 gebruikt voor het ontwikkelen van een nieuwe inrichting van de prestatiebox. Een van de mogelijke scenario’s die Slob noemt is de optie ‘om de middelen structureel beschikbaar te stellen aan besturen en scholen, maar dat over de besteding daarvan (net als bij de werkdrukmiddelen) gemeenschappelijke besluitvorming plaatsvindt en er achteraf meer en betere verantwoording zal plaatsvinden’. Daarnaast kijkt Slob naar de mogelijkheid ‘enkele prioritaire thema’s te kiezen en daarvoor een ander instrument (bijvoorbeeld subsidie) te gebruiken’. De PO-Raad denkt graag mee bij de ontwikkeling van deze scenario’s.

Bovendien gaat de minister in gesprek met de PO-Raad, VO-raad en vertegenwoordigers van schoolleiders, leraren en (onderwijs)ondersteuners over de toekomstige inzet van de prestatieboxmiddelen. Dit moet er volgens Slob voor zorgen dat besturen en scholen op 1 januari 2021 duidelijkheid hebben over de prestatiebox.

Bron: www.poraad.nl

Inpassen van leidinggevend en onderwijsondersteunend personeel na actualiseren en herwaarderen functies

Ieder schoolbestuur heroverweegt de komende maanden zijn functiegebouw voor de leidinggevende en onderwijsondersteunende functies. In dit artikel gaan we in op de wijze van inpassing van het betreffende personeel in het loongebouw na actualisatie en herwaardering van de functies.

In de nieuwe cao voor primair onderwijs is afgesproken dat verouderde functiebeschrijvingen van leidinggevend en onderwijsondersteunend personeel de komende maanden worden aangepast. De betreffende medewerkers krijgen het salaris dat past bij haar of zijn taken, rollen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Besluiten over de functies worden genomen met instemming van de PGMR.

Leidinggevende functies
Voor de leidinggevende functies zijn er nieuwe numerieke salaristabellen ingevoerd, namelijk de A-numerieke en D-numerieke schalen. Schoolbesturen moeten voor 1 augustus 2020 verouderde functiebeschrijvingen voor de leidinggevende functies aanpassen en de directeuren en adjuncten inschalen in de bijbehorende (nieuwe) salarisschalen. Dit mag eerder, maar op 1 augustus 2020 vervallen de oude D- en A-schalen.

Een (adjunct)directeur wordt ingepast in de nieuwe salarisschaal die hoort bij de zwaarte van de functie die volgt uit de toepassing van FUWA PO op zijn nieuwe functiebeschrijving. Indien heroverweging niet leidt tot een nieuwe functiebeschrijving, wordt de directeur ingepast in de nieuwe salarisschaal die hoort bij de zwaarte van zijn bestaande functiebeschrijving.

Directietoelage
In de cao is afgesproken dat voor de DA tot en met DC+ schalen de directietoelage verdwijnt. Echter, samen met het salaris vormt dit wel de beloning die moet worden gehanteerd voor het bepalen van de inschaling in de nieuwe schaal. Daarom dient de directietoelage te worden toegevoegd aan het maandsalaris ten behoeve van inpassing in de nieuwe directieschaal.

Er dient echter wel een correctie plaats te vinden op deze directietoeslag. De directietoelage werkt immers niet door in de grondslag voor eindejaarsuitkering, vakantie-uitkering en de uitkering levensloop. Na optelling van de toelage bij het maandsalaris, als uitgangspunt voor inpassing, werkt dit wel door in de grondslag van de genoemde uitkeringen. Het bedrag dat wordt gehanteerd als gecorrigeerde directietoelage is € 294,95.

Referentiemaandsalaris
De optelling van het huidige maandsalaris en de eventuele gecorrigeerde directietoelage noemen we het referentiemaandsalaris. Inpassing in de nieuwe salarisschaal geschiedt in het naasthogere bedrag in de betreffende salarisschaal ten opzichte van het referentiemaandsalaris.

Indien inschaling in de nieuwe schaal leidt tot een lager salaris of een lager uitzicht, behoudt de werknemer zijn oude salaris, inclusief toelagen, het uitzicht op hogere periodieken en toekomstige indexatie, conform zijn oude inschaling. Werkgever en werknemer leggen in dat geval afspraken hierover voor 1 augustus 2020 vast in een addendum bij de arbeidsovereenkomst. Het verschil tussen het nieuwe (lagere) loon en de oude (hogere) beloning kan afhankelijk van de administratieve mogelijkheden verschillend worden uitgekeerd. Het oude salaris kan worden gehanteerd, in dat geval hoeft er geen toelage te worden berekend en uitgekeerd. Een andere mogelijkheid is dat het verschil wordt uitgekeerd  overeenkomstig artikel 6.15 van de CAO PO 2019-2020 (artikel 6.19 in de CAO PO 2018-2019). Deze maandelijkse toelage dient echter wel door te werken in de grondslag voor o.a. eindejaarsuitkering, vakantie-uitkering, uitkering levensloop. 

Voorbeeld
Een directeur is nu ingeschaald in de DB, periodiek 12. Hij verdient op basis van een voltijdsaanstelling €5006 per maand en ontvangt daarnaast een directietoelage van €339,49. Na heroverweging en actualisatie van zijn functiebeschrijving, wordt hij op basis van zijn functiezwaarte ingepast in de nieuwe salarisschaal D12. Het referentiemaandsalaris ten behoeve van inpassing is: €5006 + €294,95 = €5301. Hij wordt ingeschaald in het naast hogere bedrag in schaal D12, periodiek 14. Hij gaat daarna €5345 verdienen. De uiteindelijke inschaling kan ook nog veranderen door een periodieke verhoging (zie hierover verderop meer).

Onderwijs ondersteunend personeel
Iedere werkgever heroverweegt zijn functiegebouw voor de ondersteunende functies. Dit betekent dat een afweging wordt gemaakt of nieuwe functiebeschrijvingen nodig zijn. Indien nieuwe functiebeschrijvingen nodig zijn, worden keuzes gemaakt welke functies worden gehanteerd.

Voor het onderwijsondersteunende personeel is geen nieuwe salaristabel ingevoerd. Uiteraard is wel de generieke loonsverhoging van 4,5% toegepast. Daarnaast is de inkomenstoelage in het schaalbedrag verwerkt. Een onderwijsondersteuner kan verder na actualisatie en herwaardering op basis van de functiezwaarte een andere inschaling krijgen.

De heroverweging van het functiegebouw voor de onderwijsondersteunende functies moet ook voor 1 augustus 2020 afgerond zijn, maar een schoolbestuur kan dat ook eerder afronden. Indien bij een nieuwe functiebeschrijving een hogere salarisschaal hoort, wordt de werknemer uiterlijk 1 augustus 2020 in de nieuwe salarisschaal ingepast. Inpassing geschiedt in het naast hogere bedrag in de betreffende salarisschaal. Indien bij een nieuwe functiebeschrijving een lagere salarisschaal hoort, behoudt de werknemer zijn salaris en het uitzicht op hogere periodieken conform zijn oude inschaling. Dit verschil kan ook worden uitgekeerd overeenkomstig artikel 6.15 van de CAO PO 2019-2020 (zie hiervoor).

Periodieke verhoging
Doorgaans krijgen werknemers jaarlijks een periodieke verhoging van het salaris. Dit gebeurt meestal in augustus van elk jaar (art 6.1.9 en 6.1.10). Door het samenvallen met de inpassing in een andere salarisschaal kan de volgordelijkheid van inpassing en het toekennen van een verhoging van één periodiek uitmaken voor de hoogte van de inschaling. In sommige gevallen is het voordelig voor de werknemer wanneer de periodiek wordt toegekend voorafgaand aan inpassing in de andere schaal. In andere gevallen werkt dit precies andersom en is het voordelig om eerst de inpassing te doen en vervolgens een periodiek toe te kennen. De PO-Raad adviseert om dit onderwerp van gesprek te maken tussen werkgever en werknemer in het geval inpassing in een andere schaal aan de orde is.

Bron: www.poraad.nl

Tweede Kamer kan niet wachten op evaluatie passend onderwijs

Op 5 februari ging de Tweede Kamer in debat met ministers Arie Slob (Onderwijs) en Hugo de Jonge (VWS) over de samenwerking onderwijs-zorg. De PO-Raad en VO-raad stuurden een brief naar de Kamer waarin zij vragen de schotten tussen regulier en speciaal onderwijs weg te halen, op weg naar inclusiever onderwijs.

De Kamerleden drongen tijdens het debat opnieuw aan op snellere maatregelen om onder meer het aantal thuiszitters terug te dringen. Er werd onderstreept dat meer ruimte nodig is in de wet- en regelgeving zodat samenwerking tussen onderwijs en zorg verbetert, en een passend onderwijs- en zorgaanbod binnen de school gerealiseerd kan worden.

Thuiszitters
In het debat werd verwezen naar de recente brief die de minister naar de Tweede Kamer stuurde waaruit blijkt dat het aantal thuiszitters gestegen is. Ook minister Slob gaf aan dit frustrerend te vinden. De minister onderstreepte dat alle betrokken partijen zich blijven inzetten om het tij op dit vlak te keren. Zo komt het ministerie van OCW binnenkort met een wetsvoorstel om doorzettingsmacht te regelen en wordt de leerplichtwet aangepast waardoor een vrijstelling ‘5 onder a’ alleen met een onderwijskundige toevoeging kan worden verleend. Ook werken de partners van het thuiszitterspact – waaronder de PO-Raad – het komende half jaar met een nieuw actieplan en besluiten zij voor de zomer hoe ze verder willen samenwerken nadat de looptijd van het pact is verstreken.

Onderdeel van het actieplan is helderheid over een landelijk te gebruiken definitie van thuiszitters, om ruis in de cijfers te voorkomen. Minister Slob wil dat de cijfers sneller en maandelijks beschikbaar zijn. Onder andere D66 pleitte in het debat voor jaarlijks te bepalen concrete doelen voor de afname van het aantal thuiszitters.

Samenwerking
Om het aantal thuiszitters terug te kunnen brengen, is belangrijk dat reguliere scholen samen met zorgpartijen en/of het (v)so een onderwijs- en zorgaanbod op maat binnen de school organiseren voor leerlingen. Hoewel steeds meer en beter wordt samengewerkt op dit vlak binnen de regio’s, blijft het in de praktijk echter nog ingewikkeld om tot deze samenwerking te komen, zo concludeerden zowel de Kamerleden als de bewindslieden in het debat. De Kamer drong hierbij opnieuw aan op meer ruimte in de wet- en regelgeving om goede samenwerking in passend onderwijs te kunnen realiseren.

De PO-Raad en VO-raad hebben er al eerder voor gepleit om wet- en regelgeving die de samenwerking onderwijs-zorg en vo-(v)so belemmert, te wijzigen. In hun brief in aanloop naar het Kamerdebat pleiten de VO-raad en PO-Raad er ook voor werk te maken van een wet op funderend onderwijs en de schotten tussen regulier en speciaal onderwijs weg te halen. Dat maakt de weg vrij om naar meer inclusievere vormen van onderwijs toe te bewegen.

In dit kader werd in de Kamer ook veel aandacht gevraagd voor de Ernstig Meervoudig Beperkte Leerlingen (EMB). De Kamerleden willen dat er meer helderheid komt over zorg in onderwijstijd voor deze leerlingen: wat mag wel en niet op dit vlak, wie betaalt? Een zorgarrangeur moet gaan helpen om de weg te vinden in de complexe systemen.

Evaluatie passend onderwijs
De Kamerleden kijken uit naar de evaluatie van passend onderwijs, die door minister Slob naar voren getrokken is; in mei wordt de evaluatie opgeleverd en in juni debatteert de Tweede Kamer hierover. Zij gaven hierbij aan aantoonbare voortgang te verwachten op thema’s als basisondersteuning, doorzettingsmacht en leerrecht.

In aanloop naar de evaluatie hebben de PO-Raad en VO-raad uitgebreid gesproken met haar leden over de knelpunten rondom passend onderwijs. De opbrengsten hiervan resulteerden in een aantal speerpunten om passend onderwijs op de korte termijn te verbeteren en een stip op de horizon: één nieuwe wet funderend onderwijs voor kinderopvang, (speciaal) basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. Hierdoor krijgen kinderen altijd de beste vorm van onderwijs en zorg aangeboden krijgen binnen de school, passend bij hun ontwikkeling.

Bron: www.poraad.nl

Meldplicht datalekken 2019 – aantal meldingen blijft stijgen

In 2019 ontving de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) bijna 27.000 datalekmeldingen. Dat is een stijging van 29 procent ten opzichte van 2018. Toen waren het nog geen 21.000 meldingen. Sinds de invoering van de meldplicht datalekken in 2016 blijft het aantal meldingen stijgen.

De AP legt de komende jaren in het toezichtwerk extra nadruk op de digitale overheid en licht om die reden de datalekmeldingen binnen de sector openbaar bestuur uit in haar jaarlijkse rapportage.

In 2019 ontving de AP 4.624 datalekmeldingen uit de sector openbaar bestuur. Dit zijn 27 procent meer meldingen dan in 2018. Het grootste aantal datalekmeldingen binnen de sector openbaar bestuur is afkomstig van gemeenten (33 procent), gevolgd door de Rijksoverheid (25 procent) en verplichte sociale verzekeringen (20 procent). Centrale en lokale overheden beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens, zoals burgerservicenummers en gegevens over zorg en maatschappelijke dienstverlening. De AP heeft daarom ook vijf tips voor het openbaar bestuur om datalekken te voorkomen

Menselijke fouten
Het gaat met name om wettelijke en/of onvrijwillige verwerking van gegevens en burgers kunnen niet terecht bij een alternatieve dienstverlener. Datalekken in deze sector kunnen daarom grote impact hebben op burgers. ‘Gegevens van burgers kunnen bij de verkeerde partij terecht komen’, zegt Monique Verdier, vicevoorzitter van de AP. ‘Door een verkeerd verstuurde e-mail of foutief geadresseerde post. Het kan bijvoorbeeld gaan over de wijziging van een sociale voorziening zoals jeugdzorg, WMO of gemeentelijke schuldhulpverlening. Wanneer deze post wordt ingezien door onbevoegden kan dat grote impact hebben op de betrokken personen.’

Kwart meer meldingen hacking, phishing of malware-incidenten
De AP ontving dit jaar een kwart meer meldingen naar aanleiding van hacking, phishing of malware-incidenten dan in het jaar daarvoor. Vooral grotere organisaties, die persoonsgegevens van veel mensen verwerken, lijken hier doelwit van. Datalekken door hacking, phishing of malware leveren meestal een hoog risico op voor de mensen om wiens gegevens het gaat. Hackers kunnen met de verkregen gegevens bijvoorbeeld identiteitsfraude proberen te plegen of een abonnement op andermans naam afsluiten.

Nederland koploper in melden
Nederland loopt binnen de EU voorop op het gebied van digitalisering en is – samen met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk – koploper waar de meeste datalekken worden gemeld. Door de hoge mate van digitalisering van de Nederlandse maatschappij is het risico op grote en ernstige datalekken in Nederland relatief hoog. Het vereist extra aandacht voor fundamentele vraagstukken als privacybescherming en cybersecurity.

Lees hier het gehele rapport: Meldplicht datalekken: facts & figures

Actie of sanctie AP bij niet melden
Organisaties lijken zich onder meer door de nieuwe privacywet meer bewust te worden van de meldplicht datalekken. Maar de AP ziet door tips en klachten die zij ontvangt dat niet alle meldplichtige datalekken door organisaties worden gemeld. In 2019 zijn 28 onderzoeken gestart bij organisaties die (mogelijk) een datalek hadden moeten melden aan de AP en/of de betrokken personen en dat niet of te laat hebben gedaan. Per geval wordt bekeken of, en zo ja, welke actie of sanctie passend is.

Bron: www.salarisnet.nl

Aanvullend geboorteverlof geldt vanaf 1 juli 2020

Vanaf 1 juli 2020 kan uw werknemer aanvullend geboorteverlof aanvragen. Dit verlof duurt maximaal 5 weken en moet opgenomen worden binnen 6 maanden na de geboorte.

Voorwaarden aanvullend geboorteverlof

Voor het opnemen van het aanvullend geboorteverlof gelden deze voorwaarden:

  • Het kind is geboren op of na 1 juli 2020.
  • Uw werknemer is de partner van de moeder van het kind.
  • Uw werknemer heeft eerst het standaard geboorteverlof opgenomen.

Aanvullend geboorteverlof aanvragen

U kunt zelf het aanvullend geboorteverlof voor uw werknemer aanvragen. Dit doet u via het werkgeversportaal of Digipoort. Dit kan zodra het kind is geboren en maximaal 4 weken voordat het verlof ingaat. Tijdens het verlof ontvangt uw werknemer een uitkering van 70% van het dagloon. Wij betalen deze uitkering in 1 keer aan u uit.

Lees meer over het aanvullend geboorteverlof

Bron: www.uwv.nl

Schoolleiders in actie voor meer handen in de school

Uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder duizend schoolleiders blijkt dat de schoolleiders veel redenen zien om door te gaan met actievoeren voor meer structurele investeringen, maar voorlopig zonder staking. Het komende jaar organiseert de AVS op iedere derde dinsdag van de maand een andere actievorm om de politiek aan te sporen tot actie. Iedere maand staat een andere eis van schoolleiders centraal.

E-mailbombardement
Afgelopen maand stuurden honderden schoolleiders een mail naar de fractievoorzitters van de Tweede Kamer. “Na de massale opkomst op de eerste stakingsdag, heeft de AVS op de tweede dag onder meer een e-mailbombardement georganiseerd. We willen daarmee aan de politiek duidelijk maken wat schoolleiders nodig hebben om goed onderwijs te kunnen bieden. Het doel is ook om de fractievoorzitters inhoudelijke input te geven om mee te nemen in hun verkiezingsprogramma’s. De politieke partijen zijn daar nu mee bezig. Het is ons doel dat het onderwijs hierin prioriteit nummer één wordt. Bovendien willen we dit jaar een beter gevuld koffertje op Prinsjesdag”, aldus van Haren.

Actielijn tot verkiezingen 2021
De AVS kiest voor een rustige opbouw en heeft een actielijn opgezet tot en met de verkiezingen in 2021. We sluiten daarbij een staking niet uit, maar voorlopig gaan we eerst andere acties uitvoeren. Mocht het wel tot een staking komen dan overwegen meer schoolleiders het werk voor langere tijd neer te leggen. “We zien dat de schoolleiders die al wel voor staken zijn, dat ook voor meerdere dagen overwegen, maar we proberen het eerst nu eerst met maandelijkse acties voor elkaar te krijgen. We blijven structureel actievoeren totdat er structureel geld bij komt.”

Downloads en links

Actiebereidheid schoolleiders en leraren groter dan ooit
E-mailbombardement aan alle fractievoorzitters van de Tweede Kamer

Brief van het e-mailbombardement

Bron: www.avs.nl

Zoeken
Agenda

Algemene vergadering Coöperatie CABO U.A.


  • Maandag 22 juni 2020, van 15.30 uur tot 17.00 uur. Locatie: kantoor CABO 

Regionale besturen bijeenkomst CABO-PON

     
  • Donderdag 23 april 2020
  • Dinsdag 16 juni 2020
Laatste Nieuws
CABO Ondersteunt