Nieuws

Voorstel AOW-leeftijd aangenomen

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel van minister Koolmees voor de langzamere verhoging van de AOW-leeftijd in Nederland. Ondanks de instemming bleken veel fracties nog wel met vragen zitten ten aanzien van een aantal onderwerpen, zoals de vergrijzing van de samenleving en het effect daarvan op het AOW-stelsel, de zware beroepen, de koppeling van de AOW-leeftijd en de levensverwachting, de duurzame inzetbaarheid van medewerkers, de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel en de solidariteit binnen en tussen de generaties.

Toezegging
De minister zegde toe met een ‘roadmap’ te komen waarin hij uiteen zal zetten welke maatregelen nog zullen volgen binnen het principeakkoord van het kabinet met sociale partners over de pensioenen en hoe deze zich verhouden tot dit wetsvoorstel. De minister had de minister de Kamer om een snelle behandeling gevraagd van het wetsvoorstel. De bedoeling is dat de wet per 1 januari 2020 in werking treedt.

Bron: www.salarisnet.nl

Dit betekent de WAB voor het pensioen van payrollers

Een van de intenties van de WAB is dat de arbeidsvoorwaarden van payrollers gelijk worden getrokken met die van medewerkers met een vaste aanstelling. Toch lijken payrollers daar direct al wat vertraging in op te lopen, want het onderwerp pensioen voor payrollwerknemers is een jaar uitgesteld.

Payrolling in een notendop
Als een werknemer via payrolling wordt aangenomen, neemt een speciale payrollonderneming de verantwoordelijkheden voor de arbeidsvoorwaarden van de werknemer over van de werkgever. De werkgever wordt dan de inlener genoemd. De inlener hoeft vervolgens zelf niets meer te doen aan salarisadministratie en -betaling, inhouden van sociale premies en dus ook geen pensioen te regelen voor de werknemer. Omdat payrollondernemingen een eigen cao hebben, valt de medewerker ook niet onder de cao van de branche waarin hij of zij werkt. Hierdoor kunnen mensen met exact dezelfde functie toch totaal andere arbeidsvoorwaarden hebben.

WAB: gelijke voorwaarden voor payrollers
Met de komst van de WAB per 1 januari 2020, komt daar verandering in. Met uitzondering van de pensioenvoorwaarden, krijgen payrollers dezelfde arbeidsvoorwaarden als mensen in vaste dienst met dezelfde functie. Maar in plaats van gelijke pensioen gaat daar gelden dat payrollmedewerkers recht hebben op een ‘adequate’ pensioenregeling. Een pensioenregeling is in elk geval adequaat als die hetzelfde is als die van medewerkers in vaste dienst. Zo niet, dan gelden de voorwaarden van de pensioenregeling van de payrollonderneming.

Pensioen bij payrollonderneming
Dat betekent in een aantal gevallen dat de betreffende payrollonderneming dus een pensioenregeling moet gaan optuigen. De wetgever heeft daar een aantal minimumvoorwaarden voor benoemd:

  • Er mag geen wachttijd of drempelperiode zijn voordat de opbouw van het pensioen begint;
  • er moet zowel een voorziening voor een ouderdomspensioen als een nabestaandenpensioen zijn;
  • de premie die de payrollonderneming afdraagt is groter of gelijk aan de gemiddelde werkgeverspremie bij Nederlandse pensioenfondsen.

De kosten voor die pensioenregeling wordt opgebracht door de payrollonderneming, maar die kosten kunnen wel worden doorgerekend aan de inlener.

Concurrentie op pensioen
Met deze nieuwe regels wil de WAB voorkomen dat payrollers op arbeidsvoorwaarden gaan concurreren met de vaste werknemers. Want als payrollers een goedkopere (en voor hen kwalitatief lagere) pensioenregeling accepteren kan de arbeid dus goedkoper worden aangeboden. Dat is niet waar payrolling voor bedoeld is. Het moet onzorgen, niet voor een kostenbesparing op arbeid zorgen.

Waarom dan uitstel?
Als dat zo belangrijk is, waarom is het pensioen voor payrollers dan toch met een jaar uitgesteld? Dat heeft te maken met het feit dat er te weinig tijd was tussen het aannemen van de wet (op 28 mei) en de aanvang van de WAB (1 januari 2020) om de pensioenvoorziening te regelen en in te voeren. Volgens de betrokken partijen is daar minstens een jaar voor nodig. Daarnaast moet minster Koolmees ook de nodige kritiek dulden over de uitvoerbaarheid van deze maatregel. De belangrijkste klacht was dat payrolling hierdoor een duurdere oplossing wordt voor de werkgevers (inleners) dan het zelf aannemen van mensen. Werkgevers zullen proberen goedkopere oplossingen te vinden, door bijvoorbeeld de payrollonderneming te vragen het pensioen voor hun rekening te nemen. Dat zou drukken op de winst van die ondernemingen. Logischerwijs zijn zij daarom niet blij met dit aspect van de WAB.

Bron: www.salarisnet.nl

OCW blijft fusiecompensatie terugvorderen

Het ministerie van OCW gaat door met rechtszaken om fusiecompensatie terug te vorderen. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in reactie op vragen van de SGP.

De SGP wees Slob op een artikel van mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB. Hij legt uit dat  nergens in de wet staat dat er voor toekenning van fusiecompensatie leerlingen moeten overgaan van een van de opgeheven scholen naar de fusieschool. Er kan dus volgens Bloemers geen sprake zijn van terugvordering van toegekende fusiecompensatie op grond van het feit dat er geen leerlingen zijn overgegaan.

Minister Slob stelt in zijn antwoorden dat daar wel degelijk sprake van moet zijn. Hij verwijst naar een toelichting op de wet waarin dat volgens hem staat. Ook wijst hij op artikel 121 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Op basis van dat artikel is het volgens hem ook zo dat bij een fusie leerlingen van een van de opgeheven scholen moeten zijn overgegaan naar de fusieschool om recht te behouden op fusiecompensatie.

Daarom blijft OCW doorgaan met het terugvorderen van fusiecompensatie in die gevallen waarbij geen leerlingen zijn overgegaan naar de fusieschool. ‘Er is geen reden om nu de terugvorderingen ongedaan te maken’, aldus Slob.

Wisselende uitspraken
In mei gaf de rechtbank Noord-Holland het ministerie van OCW gelijk in een zaak over terugvordering van ruim 3,3 ton fusiecompensatie. Het geld was toegekend aan een schoolbestuur in Noord-Holland voor een fusie waarbij geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan. Volgens OCW was er daardoor geen sprake van samenvoeging. Het ministerie werd dus door de rechtbank in het gelijk gesteld.

Deze uitspraak staat haaks op een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak. De Rechtbank Gelderland bepaalde in maart dat het in strijd is met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

Bron: www.vosabb.nl

Een aantrekkelijkere onderwijsarbeidsmarkt

Werken in het onderwijs moet aantrekkelijker worden. En als leraar of lerares moet het makkelijker worden om je door het hele onderwijsveld te bewegen. Daarom willen onderwijsministers Van Engelshoven en Slob de bevoegdheden om voor de klas te mogen staan en de lerarenopleidingen zo inrichten dat er ruimte komt voor loopbaanontwikkelingen binnen, tussen en naar verschillende onderwijssectoren.

Het uitgangspunt voor modernisering van de arbeidsmarkt voor leraren is voor de ministers helder. “Lesgeven is een vak, en werken in het onderwijs is aan kwaliteitseisen gebonden. Vanuit deze basis kijken we naar de bevoegdheden en de lerarenopleidingen,” aldus de onderwijsministers.

Stapelen
De stap naar een ander vak of andere sector binnen het onderwijs blijkt vaak te groot. Zeker omdat dan naast de drukke baan in het onderwijs ook nog een nieuwe opleiding gevolgd moet worden en een nieuwe bevoegdheid gehaald. Het moet daarom mogelijk worden om bevoegdheden over de verschillende sectoren heen te stapelen. Een leraar kan dan kiezen voor een bevoegdheid voor één doelgroep over vakken heen. Of andersom; één vakspecialistische bevoegdheid voor meerdere doelgroepen. De combinatie van beide varianten is ook mogelijk en sluit aan bij de huidige bevoegdheden, die blijven bestaan. Als een leraar zijn bevoegdheden kan stapelen over sectoren heen wordt het ook makkelijker om te switchen tussen de verschillende onderwijssectoren, wat de loopbaanperspectieven voor leraren vergroot.

“Aantrekkelijkheid van het vak van leraar hangt met veel factoren samen. We hebben daarom al €270 miljoen geïnvesteerd in het salaris in het primair onderwijs en we investeren tot oplopend  €430 miljoen om de werkdruk in het primair onderwijs te verlagen. Nu gaan we ook zorgen voor meer loopbaanmogelijkheden voor leraren,” aldus minister Slob.

Lerarenopleidingen
Om het stapelen van bevoegdheden mogelijk te maken moeten de lerarenopleidingen ook flexibeler worden. Het kan helpen om via verschillende modules in de lerarenopleiding bij de gewenste bevoegdheid uit te komen. Door te benoemen welke pedagogische en didactische vaardigheden voor alle onderwijssoorten gelden kunnen leraren sneller aanvullende modules gericht op een specifiek vak halen.

Minister Van Engelshoven: “Met een nieuw bevoegdhedenstelsel en een flexibele lerarenopleiding moderniseren we de arbeidsmarkt voor docenten. Zodat meer mensen kiezen voor de lerarenopleiding en daarmee het mooie vak van leraar gaan en blijven uitoefenen.”

Ook moeten er meer specialisaties mogelijk worden binnen de huidige lerarenopleidingen. Toekomstige leraren kunnen er nu al voor kiezen om zich te specialiseren in het jonge kind, maar ook specialisaties in andere doelgroepen moet mogelijk worden. Het kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de lerarenopleiding als studenten kunnen kiezen voor de specialisatie bovenbouw van het basisonderwijs, zodat er dan bijvoorbeeld ook geen stage  gelopen hoeft te worden bij de kleuters.

Zij-instromers
Ook is het van groot belang om rekening te houden met relevante ervaring en kennis van studenten. Vooral bij zij-instromers moet er meer aandacht komen voor verworven competenties. Helder moet worden wat je als zij-instromer nog moet leren en hoe de eerder opgedane kennis en vaardigheden gevalideerd worden.

Eind 2020 moet het ontwerp voor een nieuw bevoegdhedenstelsel klaar zijn, dit wordt ontwikkeld in nauwe samenwerking met leraren, scholen en lerarenopleidingen.

Bron: www.rijksoverheid.nl

Kamer wil landelijke norm voor basisondersteuning per schoollocatie

In het algemeen overleg van 26 juni werd al duidelijk dat de politiek fors wil ingrijpen in Passend onderwijs. In de nacht van 4 juli is een aantal moties aangenomen, onder andere over de effectiviteit van samenwerkingsverbanden, het wettelijk vastleggen van basisondersteuning en het beperken van financiële reserves.

De leden Heerema en Westerveld dienden een motie in, die is aangenomen, om bij de evaluatie Passend onderwijs in kaart te brengen hoe effectief samenwerkingsverbanden opereren, welke verschillen er tussen samenwerkingsverbanden zijn (o.a. wat betreft aanbod en organisatievorm) en hoe de vereveningsopgave eruitziet ten opzicht van de reserveposities. Zij verzoeken de regering te onderzoeken welke verschillende organisatiemogelijkheden er zijn om Passend onderwijs zo goed mogelijk vorm te kunnen geven. Tijdens het debat was de Kamer stelliger en klonken er geluiden om de samenwerkingsverbanden op te heffen.

Basisondersteuning
De leden Kwint, Westerveld en Van den Hul verzochten in een (aangenomen) motie de regering om met alle betrokkenen een landelijke norm voor basisondersteuning per schoollocatie te formuleren. De Kamer zal deze normen betrekken bij de evaluatie Passend onderwijs. In het algemeen overleg stelde de Kamer ook dat de basisondersteuning wettelijk vastgelegd moet worden.

Financiële reserves
De regering moet met de samenwerkingsverbanden afspraken maken over het zo snel mogelijk inzetten van reserves. Deze motie van de leden Van Meenen en Rog werd ook aangenomen. Zij beargumenteerden dat samenwerkingsverbanden relatief weinig risico lopen en vrijwel geen langlopende verplichtingen hoeven aan te gaan, waardoor ze geen hoge reserves hoeven aan te houden. Dit vinden zij bovendien in schril contrast staan tot de klachten over gebrek aan ondersteuning in de klas van scholen, ouders en leerlingen. De motie-indieners zijn van mening dat middelen beter ingezet kunnen worden voor bijvoorbeeld een tijdelijke aanvulling van het extra ondersteuningsbudget op scholen, professionalisering van leraren of het verbeteren van lesmateriaal en leermiddelen. Ook moeten de kosten van samenwerkingsverbanden in kaart worden gebracht, aldus de motie van Westerveld en Van Meenen.

Andere aangenomen moties over Passend onderwijs gingen over:

  • Samenwerkingsverbanden moeten de kosten voor onderwijs aan hoogbegaafden voor hun rekening nemen; voor ouders is een eigen bijdrage niet meer nodig;
  • Betere borging van Passend onderwijs in het curriculum van de lerarenopleidingen;
  • De minister moet een coalitie gaan opbouwen (bestaande uit schoolleiders, leraren, ouders, leerlingen, besturen, gemeenten, kinderopvang en jeugdzorg) om tot inclusief en goed onderwijs voor ieder kind te komen;
  • Het verhogen van de kwalificatieplicht, zodat ook jongeren met een handicap of beperking na hun 21st onderwijs kunnen blijven volgen als ze nog niet uitgeleerd zijn.

Bron: www.avs.nl

Zomervakantie? Niet voor scholen. Zij zoeken nog 4200 nieuwe collega’s

Scholen in het primair onderwijs moeten de komende zomervakantie alle zeilen bijzetten om te voorkomen dat tienduizenden leerlingen bij de start van het nieuwe schooljaar zonder leraar zitten. Zij komen nu nog zo’n 3500 leraren tekort. Dat blijkt uit onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek in opdracht van de PO-Raad.

Het lerarentekort is daarmee weer zo’n vijf procent gegroeid ten opzichte van vorig jaar. Een deel van de vacatures wordt in de zomer op de valreep nog ingevuld, al geven schoolbesturen aan steeds meer moeite te hebben om werknemers te vinden. De besturen hopen dat ze een deel alsnog vervuld krijgen en verwachten voor 1400 vacatures helemaal geen leraren te kunnen vinden. Het gaat hierbij om zowel vacatures voor ‘reguliere banen’ als om vacatures voor de vervanging van zieke werknemers en werknemers die met zwangerschapsverlof zijn.

Naast leraren kampen scholen ook met een tekort aan schoolleiders en onderwijsondersteuners. Op dit moment wordt nog naar ongeveer 400 onderwijsondersteuners gezocht en 320 schoolleiders. Bijna één op de twintig scholen dreigt daarmee zonder schoolleider te komen te zitten.

Maatregelen
Dat de nood hoog is en scholen en hun besturen zich in bochten wringen om de problemen het hoofd te bieden, blijkt ook uit de maatregelen die zij nemen. Een op de vier schoolbesturen met tekorten geeft aan noodgedwongen onbevoegden voor de klas te zetten. Vorig jaar zagen één op de zes schoolbesturen zich hiertoe genoodzaakt. Ook zetten zij vaker dan vorig jaar stagiaires van de lerarenopleidingen in (55 procent in 2019, 45 procent in 2018) en vragen ze vaker leraren om later met pensioen te gaan (14 procent in 2019, 8 procent in 2019).

De helft van de besturen verwacht ook komend schooljaar af en toe klassen naar huis te zullen moeten sturen. Ook voegen ze groepen samen, vragen zij leraren die parttime werken, meer uren voor de groep te staan en zetten ze vakleerkrachten in voor onder meer bewegingsonderwijs en muzieklessen.

Opvallend is wel dat, vergeleken met 2018, een kleiner deel van de scholen met tekorten kampt. Omdat het totaal aantal vacatures wél stijgt, betekent dit dat de tekorten op verschillende scholen extra hard neerslaat. Daarmee groeien de verschillen tussen scholen en daarmee ook  de kansenongelijkheid voor leerlingen. De PO-Raad weet uit de praktijk dat het lerarentekort het hardste neerslaat bij kwetsbare kinderen. Het voortgezet speciaal onderwijs bijvoorbeeld verliest leraren aan het reguliere voortgezet onderwijs omdat zij daar beter worden betaald.

Kwaliteit onder druk
De kwaliteit van het onderwijs komt door de personeelstekorten onder druk te staan, stellen de besturen. Niet alleen omdat ook onbevoegden lesgeven, maar ook omdat er lang niet altijd tijd en ruimte over is voor bijvoorbeeld bijscholing van personeel. Bovendien groeit hun werkdruk. Zestig procent van de schoolbesturen geeft aan dat er minder tijd is voor leerlingen die extra ondersteuningsbehoeften hebben.

,,Dit is funest voor de leerlingen, hun toekomst staat op het spel. Het bewijst maar weer eens hoe hard het nodig is dat we er met kabinet en sector alles aan doen om de problemen op te lossen’’, zegt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. ,,Het moet aantrekkelijker worden om leraar te worden. Dat betekent zorgen voor meer en diverse opleidingsroutes, meer doorgroeimogelijkheden en een eerlijk salaris voor alle werknemers!’’

Noodpakket
Om het nijpende lerarentekort en de hoge werkdruk in zowel primair als voortgezet onderwijs het hoofd te bieden, is nu een noodpakket nodig van 423,5 miljoen euro, bepleitten PO-Raad, VO-raad en de vakbonden afgelopen vrijdag. Daarmee kan worden gezorgd voor eerlijkere salarissen in het primair onderwijs, verbetering van arbeidsvoorwaarden daar waar het lerarentekort het grootst is in het voortgezet onderwijs en verlaging van de werkdruk voor álle leraren. De partijen deden een gezamenlijke oproep aan het kabinet om de noodzakelijke middelen in de begroting van 2020 vrij te maken.

Over het onderzoek
Aan het onderzoek deden ruim driehonderd schoolbesturen mee. Zij vertegenwoordigen samen zo’n 570.000 leerlingen.

Bron: www.poraad.nl

Subsidieregeling vrij roosteren leraren

Twintig schoolbesturen in het PO en VO kunnen subsidie aanvragen om op scholen met veel achterstandenproblematiek leraren vrij te roosteren. De aanvraagperiode voor de subsidie loopt van 17 juni tot en met 15 september 2019.

De maatregel maakt deel uit van het Actieplan Gelijke Kansen (2017-2020). De subsidie om leraren vrij te roosteren is bedoeld om scholen met veel achterstandenproblematiek de mogelijkheid te geven leraren te laten deelnemen aan activiteiten op het gebied van coaching en intensieve begeleiding van leerlingen. Dit is de tweede subsidieronde. Een bestuur kan maximaal €290.800 aanvragen voor de periode 2019-2021.

De voorwaarden in de tweede ronde zijn bijna hetzelfde als in de eerste. Wel moeten de deelnemers explicieter dan in de eerste fase aangeven hoe zij de activiteiten binnen hun eigen organisatie zullen borgen en hoe zij de opgedane kennis en expertise zullen delen met het onderwijsveld. Daarmee dragen de scholen bij aan de doorontwikkeling van het beleid op het gebied van professionalisering van leraren en gelijke kansen in het onderwijs. Een onderzoeksbureau zal de maatregel monitoren en evalueren. De schoolbesturen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek (monitoring en evaluatie).

Aanvragen kunnen worden ingediend bij de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), via een digitaal aanvraagformulier. Besturen die in de eerste ronde subsidie hebben ontvangen, komen in de tweede ronde niet voor subsidie in aanmerking.

Downloads en links

Digitaal aanvraagformulier
Beleidsupdate: subsidieregeling vrijroosteren leraren

Bron: www.avs.nl

Lerarencollectief ontvangt tijdelijke financiering van ministerie van OCW

Minister Slob gaat het initiatief voor een beroepsorganisatie voor leraren vanaf 1 augustus 2019 financieel ondersteunen. De initiatiefnemers Thijs Roovers en Jan van de Ven ontvangen elk 0,4 fte vervangingsvergoeding om de start van de werkzaamheden mogelijk te maken. Dat staat in een brief van de minister aan de Tweede Kamer. Het Lerarencollectief ontvangt ook een werkbudget voor de vergoeding van diverse kosten.

Na het uiteenvallen van de Onderwijscoöperatie en het in de ijskast plaatsen van het lerarenregister heeft de minister voor Basis en Voortgezet Onderwijs leraren opgeroepen om onder eigen regie en eigen voorwaarden te werken aan de vorming van een beroepsgroeporganisatie. Jan van de Ven en Thijs Roovers (bekend van PO in Actie) en René Kneyber hebben deze handschoen opgepakt en zijn het Lerarencollectief begonnen. Begin mei had het initiatief 10.000 steunbetuigingen. De initiatiefnemers zijn vervolgens in gesprek gegaan met OCW om over financiële ondersteuning te praten.

Evaluatie beroepsgroeporganisatie

Eind 2019 wordt de doorontwikkeling van het Lerarencollectief als beroepsgroeporganisatie geëvalueerd. Hierbij staat centraal in welke mate het Lerarencollectief zorgt voor eigen inkomsten en of de vervolgplannen realistisch zijn uitgewerkt voor verdere organisatorische, inhoudelijke, en financiële ontwikkelingen. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie worden vervolgafspraken met het Lerarencollectief gemaakt over de verdere ondersteuning door OCW.  De minister roept ook andere leraren op om met beroepsgroepvorming aan de slag te gaan.

Financiering op termijn door beroepsgroep zelf

Het doel van de ondersteuning is om een basis op te bouwen van waaruit een beroepsorganisatie verder uitgebouwd kan worden. Voorwaarde voor financiering zijn een goed plan en draagvlak bij een substantieel deel van de achterban. Het ministerie van OCW baseert zich voor de vergoeding op het bedrag dat zij eerder heeft verleend aan BVMBO en wat op termijn door de beroepsgroep zelf te dragen valt. De minister wil geen structurele afhankelijkheid van overheidssubsidie. De beroepsgroep moet de organisatie op termijn zelf gaan financieren.

De vergoeding is gebaseerd op de sectorale cao’s en bestaat uit een vervangingsvergoeding van 0,4 fte en een werkbudget waarmee overige kosten kunnen worden gedragen. De leraar blijft in dienst van zijn/ haar school. De werkgever ontvangt de vergoeding om een vervanger aan te stellen.

De minister van OCW hanteert de volgende uitgangspunten voor het bieden van ondersteuning aan initiatieven op het vlak van beroepsgroepvorming leraren:

  1. Het initiatief is afkomstig van leraren en er kan aangetoond worden dat het initiatief kan rekenen op substantiële steun van de achterban.
  2. De beroepsgroeporganisatie moet zoveel mogelijk onafhankelijk van OCW worden doorontwikkeld. Het is daarom belangrijk dat er geen structurele afhankelijkheid ontstaat van overheidssubsidie.
  3. De ondersteuning moet ook voor andere initiatiefnemers beschikbaar zijn, zodat er voor allen een gelijk speelveld ontstaat.
  4. Versnippering of concurrentie tussen beroepsgroep organisaties moet worden voorkomen. Een nieuw initiatief dat een verzoek doet tot tijdelijke ondersteuning door OCW, moet zich richten op samenwerking en zich indien mogelijk aansluiten bij eerdere initiatieven.

Bron: www.vo-raad.nl

Vakbonden breken cao-overleg primair onderwijs af

De vakbonden hebben aangegeven op dit moment niet door te willen praten over een onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao. Rinda den Besten: ,,Ik vind dit heel jammer. We wilden in deze cao een eerlijke beloning realiseren voor onderwijsondersteunend personeel en schooldirectie. Daar zitten ze al een jaar op te wachten. Dat kan nu niet doorgaan. Ook waren we bereid een mooie loonsverhoging voor iedereen af te spreken.’’

Den Besten (voorzitter PO-Raad): ,,Vakbonden wilden geen invulling geven aan de afspraak uit het vorige akkoord om te komen tot verrekening van de transitievergoeding met de bovenwettelijke uitkering. Deze afspraak is onderdeel van de voorwaarden die het kabinet stelde bij het toekennen van de extra middelen (270 miljoen) voor de verbetering van de beloning van leraren. Dat heeft ons verrast.’’

De PO-Raad wilde in een nieuwe cao vervolgstappen zetten in de vernieuwing en verbetering van de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Het doel om te komen tot een compacte, begrijpelijke cao zonder complexe en overbodige bepalingen, ligt nu stil.

Om tot een eerlijke beloning voor onderwijsondersteuners en directie te komen, waren sociale partners bezig met het actualiseren van functiebeschrijvingen voor de schooldirecteuren en ondersteuners. Op basis daarvan zou de beloning van deze medewerkers worden aangepakt. Vergelijkbaar met het actualiseren van de functiebeschrijvingen voor leraren van vorig jaar.

De PO-Raad heeft een voorstel op tafel gelegd met de volgende elementen:

  • Salarisverhoging van 4% voor alle medewerkers
  • Harmonisatie loongebouw
  • Actuele functiebeschrijvingen en eerlijke beloning voor schooldirecteuren en onderwijsondersteuners
  • Individueel budget voor professionalisering, gekoppeld aan de gesprekkencyclus
  • Vernieuwing cao met als doel een compacte, begrijpelijke cao zonder complexe en overbodige bepalingen
  • Looptijd tot eind 2020.

Den Besten: ,,Ik nodig de vakbonden graag uit om in het belang van het primair onderwijs nog eens goed na te denken over het prima bod dat wij hebben gedaan. Daarmee doen we al het mogelijke om het werk in onze sector aantrekkelijker te maken. De PO-Raad is met dit voorstel financieel tot het uiterste gegaan. Daarmee wordt niet de loonkloof met het voortgezet onderwijs gedicht, daarvoor zijn extra investeringen van het kabinet nodig. Nu staan de medewerkers echter met lege handen.’’

Zodra er meer te melden is over de nu ontstane situatie, lees je dat op de website van de PO-Raad. Doordat er nu geen nieuw akkoord is, loopt de huidige cao door.

Bon: www.poraad.nl

Reglement Participatiefonds voor primair onderwijs schooljaar 2019-2020

Het bestuur van het Participatiefonds heeft het reglement voor het schooljaar 2019-2020 vastgesteld.

 

Reglement Participatiefonds 2019-2020

Aanpassingen per 1-8-2019

Het bestuur van het Participatiefonds heeft het Reglement Participatiefonds voor het schooljaar 2019-2020 vastgesteld. Dit reglement treedt op 1 augustus 2019 in werking. Er zijn twee wijzigingen ten opzichte van het reglement van het voorgaande schooljaar.

 

Uiterste indieningsdatum voor vergoedingsverzoeken
In dit reglement is een uiterste indieningsdatum voor vergoedingsverzoeken opgenomen. Als een dienstverband vóór 1 augustus 2020 is beëindigd, dan moet het Participatiefonds hiervoor uiterlijk 31 december 2020 een vergoedingsverzoek hebben ontvangen.

Dit heeft te maken met de modernisering van het Participatiefonds en de nieuwe systematiek van het verwerken van vergoedingsverzoeken per 1 augustus 2020. Vanaf die datum is er een nieuw portaal voor het indienen van vergoedingsverzoeken. Na 31 december 2020 sluit het huidige portaal voor vergoedingsverzoeken met een ontslagdatum van voor 1 augustus 2020.

 

Wnra per 1 januari 2020
Op 1 januari 2020 treedt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking. Hierdoor worden de eenzijdige aanstellingen binnen het openbaar onderwijs omgezet in een tweezijdige arbeidsovereenkomst.

Dit heeft ook gevolgen voor het Reglement Participatiefonds 2019-2020. Het reglement dat per 1 augustus 2019 in werking treedt loopt daarom door tot 31 december 2019. Per 1 januari 2020 zal er dan een nieuwe versie van het reglement in werking treden, waarin de wijzigingen als gevolg van de Wnra zijn verwerkt. Het Participatiefonds informeert u in het najaar verder over deze wijzigingen.

 

Bron: www.participatiefonds.nl

 

 

 

Zoeken
Agenda

Algemene vergadering Coöperatie CABO U.A.


  • Maandag 20 januari 2020, van 15.30 uur tot 17.00 uur. Locatie: kantoor CABO
  • Maandag 22 juni 2020, van 15.30 uur tot 17.00 uur. Locatie: kantoor CABO 

Regionale besturen bijeenkomst CABO-PON

     
  • Donderdag 10 oktober 2019
  • Woensdag 29 januari 2020
  • Donderdag 23 april 2020
  • Dinsdag 16 juni 2020
Laatste Nieuws
CABO Ondersteunt