Nieuws

Ruim twee keer zoveel zzp-docenten als in 2015

Het aantal zzp-docenten in het basis- en voortgezet onderwijs is de afgelopen jaren ruim verdubbeld. Dat meldt Trouw op basis van gegevens van de Kamer van Koophandel (KvK).

In 2015 stonden er volgens de KvK 199 docenten ingeschreven als zelfstandige, dit jaar zijn dat er 448. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger, zegt een KvK-woordvoerder in Trouw, omdat niet alle docenten dezelfde woorden gebruiken bij hun inschrijving. Vooral in de Randstad, waar het lerarentekort het grootst is, neemt het aantal zzp-docenten toe.

Zzp’ers te duur?

De PO-Raad vindt het een onwenselijke ontwikkeling. ‘We hebben (…) met onze leden (…) besloten dat we in principe niet met zzp’ers aan de slag willen omdat de kosten te hoog zijn’, zo citeert de krant een woordvoerder van de sectororganisatie.

Dat zzp-docenten te duur zijn, wordt tegengesproken door zzp’ers zelf. ‘Wij krijgen geen vakantiegeld, geen pensioenrechten, en betalen zelf onze nascholing en onze belastingaanslag. Per saldo zijn wij ongeveer net zo duur als een vaste leerkracht’, aldus zzp’er Arthur Krijgsman dit jaar in het aprilnummer van VOS/ABB’s magazine Naar School!.

Bron: www.vosabb.nl

Wat u moet weten over de kans op pensioenverlaging

ABP behaalt goede rendementen uit beleggingen en er is meer geld in kas dan ooit tevoren. Toch verslechtert de financiële situatie van ABP. En daarmee wordt de kans steeds groter dat ABP de pensioenen in 2020 moet verlagen. Hoe kan dit? En wat betekent dit mogelijk voor u?

Is het zeker dat ABP de pensioenen verlaagt in 2020?

Nee, dat is op dit moment niet zeker. Dat weten we pas op 31 december 2019. Omdat de financiële situatie van ABP is verslechterd en ook geen stijgende lijn laat zien, neemt de kans toe dat ABP de pensioenen in 2020 moet verlagen. Er kan op dit moment nog niks worden gezegd over of we moeten verlagen – en zo ja: met hoeveel.

Hoe kan het dat de kans op verlagen van de pensioenen steeds groter wordt?

Op dit moment is het huidige pensioencontract nog steeds van kracht. Het nieuwe pensioencontract is alleen op hoofdlijnen bekend. Bijvoorbeeld over het minder snel stijgen van de AOW-leeftijd. De rest van het contract moet nog verder worden uitgewerkt. De rekenregels waarmee ABP in het huidige contract moet rekenen, zijn strenger geworden. Deze schrijven voor dat we minimaal een dekkingsgraad van circa 95% moeten hebben om niet te hoeven verlagen (dit was 88%). Komt de dekkingsgraad van ABP daar eind dit jaar onder, dan moet ABP de pensioenen verlagen.

Hoe kan het dat de financiële positie van ABP verslechtert?

De belangrijkste oorzaak van de verslechterende financiële positie is de dalende marktrente. Hierdoor stijgen onze verplichtingen harder dan het vermogen (de dekkingsgraad geeft in procenten de verhouding weer tussen die twee). We hebben mooie rendementen geboekt, maar de rente heeft een veel grotere invloed op onze dekkingsgraad.

Wanneer kunnen wij u meer laten weten?

Op 31 december 2019 kijken we naar de dekkingsgraad op dat moment. Is die lager dan 95%, dan is verlaging in 2020 helaas daadwerkelijk aan de orde. Dit gebeurt in de loop van 2020, nadat ABP een herstelplan heeft opgesteld en ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB). Hoeveel de verlaging dan zal zijn, weten we pas definitief als DNB het herstelplan heeft goedgekeurd. Dat is halverwege 2020. U hoort dan zo snel mogelijk van ons wat dit voor uw situatie betekent. En uiteraard houden we u de komende tijd via onze website en andere kanalen op de hoogte van ontwikkelingen en onze financiële situatie.

Bron: www.abp.nl

Aanvragen eigenrisicodragerschap VF voor 31 oktober 2019

Wilt uw bestuur met ingang van 1 januari 2020 eigenrisicodrager (ERD) worden voor de vervangingskosten? Zorg dan dat het aanvraagformulier voor ERD-schap en de instemmingsverklaring van de P(G)MR uiterlijk op 31 oktober 2019 door het Vervangingsfonds ontvangen zijn.

Maak een weloverwogen keuze

Als u wilt kiezen voor eigenrisicodragerschap, doe dit dan niet uitsluitend op basis van financiële overwegingen. Ook andere aspecten zijn van belang voor uw keuze. Onze regioteams helpen u daar graag (kosteloos en vrijblijvend) bij. Samen doorloopt u een zorgvuldig proces, waarbij een nulmeting wordt gemaakt. Dit is inclusief de financiële situatie, een analyse op verzuimkengetallen en andere relevante variabelen, aangevuld met al lopende initiatieven binnen uw schoolbestuur. Zoek het regioteam bij u in de buurt.

Financiële varianten

Als eigenrisicodrager kunt u aanvullend kiezen voor een van de vier financiële varianten. Hiermee kunt u de kosten voor vervanging gedeeltelijk afdekken. Het beperkt uw risico op onverwacht hoge en/of extra kosten. Uw aanvraag voor een financiële variant moet eveneens uiterlijk op 31 oktober 2019 door het Vervangingsfonds ontvangen zijn. Gebruik hiervoor het aanvraagformulier. De gekozen variant gaat dan eveneens in per 1 januari 2020.

Hier vindt u meer informatie over:

Bron: www.vervangingsfonds.nl

Is mijn vervanging declarabel? Check het hier!

Door wie mag ik een afwezige vervangen om in aanmerking te komen voor vergoeding door het Vervangingsfonds? Dat lijkt een eenvoudige vraag, maar in de praktijk is het antwoord niet altijd even snel gevonden. Een vervanger moet namelijk aan een aantal voorwaarden voldoen.

Met de tool ‘Quick View’ (Pdf) kunt u door het beantwoorden van een paar vragen eenvoudig nagaan of uw vervanging declarabel is.

Lees na het openen van de Quick View goed de eerste pagina door. En let op dat u niet scrolt in het document! Gebruik alleen de antwoordknoppen of de knoppen ‘Vorige stap’ en ‘Home’ rechts onderaan.

Vragen over het indienen van declaraties en de voorwaarden uit het Reglement Vervangingsfonds kunt u stellen aan de helpdesk van het Vervangingsfonds via 045- 579 81 07 of via helpdesk@vfpf.nl.

Bron: www.vervangingsfonds.nl

Vernieuwde Beslisboom Verduurzaming Scholen online

Veel schoolbesturen willen hun scholen verduurzamen, maar weten niet welke maatregelen zij dan het beste kunnen treffen. Een gezonder binnenklimaat voor de school? Zuinige verlichting? Het dak isoleren of liever HR++ glas? Of toch maar zonnepanelen?

De Beslisboom Verduurzaming Scholen is een hulpmiddel om een aanpak te kiezen voor verduurzaming van het (bestaande) schoolgebouw. Met doordachte, doorgerekende, integrale maatregelpakketten. De Beslisboom houdt rekening met de nieuwe erkende maatregelenlijst, die van toepassing is voor de Informatieplicht bij de Wet Milieubeheer. Daarnaast is de nieuwe Beslisboom nu optimaal in te zetten voor de ambities van het Klimaatakkoord.

De Beslisboom geeft inzicht in integrale maatregelenpakketten, terugverdientijden, investeringskosten, financieringsopties en uit- en aanbestedingsprocedures.

Naar de beslisboom op de website van Green Deal Scholen

Bron: www.poraad.nl

Plan ‘1000 leerkrachten aan de slag’ werpt zijn vruchten af

In het afgelopen schooljaar hebben 570 uitkeringsgerechtigden uit het primair onderwijs een nieuwe baan gevonden. Dat is het resultaat van het tweejarige plan ‘1.000 leerkrachten aan de slag’ van het Participatiefonds. De werkhervattingen vinden voor het grootste deel in het primair onderwijs plaats (383). Andere werklozen hebben een baan gevonden in andere onderwijssectoren (63) of buiten het onderwijs (124), waaronder de kinderopvang. Slob beantwoordt hiermee een van de kamervragen van lid Van Meenen (D66) over berichtgeving over het lerarentekort.

Het doel van dit plan is om binnen twee jaar 1000 werklozen aan de slag te helpen. Het gaat daarbij niet alleen om leerkrachten, maar ook om schoolleiders en onderwijsassistenten. Het Participatiefonds gaat deze nieuwe aanpak verder intensiveren het komende jaar. Er komen zogenaamde matchingteams in de regio die uitkeringsgerechtigde kandidaten koppelen aan schoolbesturen die onvervulde vacatures hebben. Ook gaat het fonds uitkeringsgerechtigden opleiden tot coaches van startende leraren en zij-instromers. Het gaat hier merendeels om 55-plussers die wel graag terug willen naar het onderwijs, maar niet meer voor de klas willen of kunnen staan.

De Regeling Vrijstelling Instroomtoets die het Participatiefonds per 1 januari 2019 heeft ingevoerd, maakt het voor werkgevers gemakkelijker om werklozen in dienst te nemen. Werkgevers die na indiensttreding van een uitkeringsgerechtigde onverhoopt toch weer afscheid moeten nemen van deze persoon, kunnen de kosten van de uitkering zonder toets weer bij het Participatiefonds in rekening brengen.

Downloads en links

Beantwoording Kamervragen over bericht ‘Lerarentekort loopt verder op: funest voor kwaliteit’

Bron: www.avs.nl

 

Toename zij-instromers lost de personeelstekorten niet op

Momenteel zijn er ruim twee keer zoveel zij-instromers als vorig jaar die een opleiding aan de pabo volgen, blijkt uit cijfers van het Landelijk Overleg Lerarenopleiding Basisonderwijs (LOBO). Ook het aantal deeltijdstudenten op de pabo’s neemt toe. Ondanks deze toename zijn de schoolleiders- en lerarentekorten op de basisschool nog lang niet opgelost.

Op dit moment volgen ruim duizend zij-instromers een opleiding aan de pabo. Vorig jaar waren dat er nog ongeveer 450. De zij-instromers komen uit allerlei sectoren, zoals de zorg, uit de bankensector en de advocatuur, maar ook uit andere functies in het onderwijs. Ook is er een toename van het aantal deeltijdstudenten op de pabo’s, terwijl het aantal voltijdstudenten ongeveer gelijk blijft.

Ondanks deze toename blijft het aantal vacatures van schoolleiders en leraren te hoog. Aan het begin van dit schooljaar zal er voor 1400 aangeboden banen geen leerkracht zijn gevonden, verwachten de scholen. Over vijf jaar zal het tekort oplopen tot 4800 voltijdsbanen, waarschuwt het Arbeidsmarktplatform PO.

Het tekort komt allereerst doordat te weinig mensen leraar willen worden, meldt Trouw. Hoewel het aantal zij-instromers en deeltijders toeneemt, staat het totaal aantal nieuwe leraren in schril contrast met de aanwas van tien jaar geleden. Tussen 2005 en 2007 rondden elk jaar ruim 7000 studenten hun pabo-opleiding af. De afgelopen jaren waren dat er telkens minder dan 4000. Het probleem zit niet alleen bij de instroom, maar ook de uitstroom. Volgens een prognose van het ministerie van OCW zal de uitstroom tot 2028 groter blijven dan de instroom. In de eerste vijf jaar van iemand carrière in het basisonderwijs is er sprake van een grote uitstroom. Dit heeft veelal te maken met een gebrek aan waardering en de administratieve last.

Onderwijsinspectie
Bij de start van het nieuwe schooljaar gaat de onderwijsinspectie scherp letten op de gevolgen van het lerarentekort voor de kwaliteit van het onderwijs. “Kinderen moeten gewoon goed onderwijs krijgen”, aldus inspecteur-generaal Monique Vogelzang onlangs in ‘Spraakmakers’. Vooral in grote steden worstelen schoolleiders ermee om de formatie rond te krijgen. Vogelzang: “We kijken naar de kwaliteit van het onderwijs. Als scholen het niet redden voldoende leraren voor de klas te krijgen, dan zullen andere scholen die leerlingen moeten opvangen.” Vogelzang sluit niet uit dat er daardoor scholen zijn die moeten sluiten.

Bron: www.avs.nl

Investeren in het schoolgebouw: wat mag wel en wat mag niet?

Gemeenten willen graag dat schoolbesturen meebetalen aan schoolgebouwen. Schoolbesturen die hiervoor de financiële ruimte hebben zouden dit best willen, maar durven het niet altijd aan uit vrees voor boetes. Wat is nu precies wel en niet toegestaan als het gaat om investeringen door het schoolbestuur?

In Nederland zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de bouw van scholen. Schoolbesturen ontvangen via de lumpsum een bedrag voor onder andere het onderhoud van het gebouw en de energiekosten, de materiële instandhouding (MI) genaamd. Het gebeurde echter wel eens dat schoolbesturen een deel van de MI-bekostiging zelf investeerden in een noodzakelijke uitbouw van een school, wanneer de gemeente niet in toereikende bekostiging voorzag. Omdat het onderwijs daarmee geld misliep, werd in 2006 het investeringsverbod ingevoerd voor schoolbesturen.

Sindsdien is het schoolbesturen wettelijk verboden Rijksmiddelen te besteden aan ‘vierkante meters’, of het nu om uitbouw, verbouw of nieuwbouw gaat. Hiervoor is de gemeente verantwoordelijk. Die heeft de zorgplicht om het schoolgebouw te financieren tot aan het niveau van het huidige Bouwbesluit. Toch zijn er wel degelijk mogelijkheden voor schoolbesturen om te investeren in de kwaliteit van het gebouw. Het gaat dan om aanvullende investeringen, bovenop het niveau van het Bouwbesluit.

Wanneer mag investeren wel?

De Inspectie hanteert een zogenaamd ‘genuanceerd sanctiebeleid’ (waarin investeren onder voorwaarden is toegestaan) in de volgende gevallen:

  1. Bij investeringen met het oog op duurzaamheid. Het schoolbestuur mag wél MI-gelden investeren in het gebouw om bijvoorbeeld een lager energieverbruik of beter binnenklimaat te realiseren. Voorwaarde is dat dit goed wordt onderbouwd en de investeringen zich redelijkerwijs verhouden tot het eigen vermogen van het schoolbestuur en de tijd waarin de investering zichzelf terugverdient. In het wetgevingsvoorstel van de PO-Raad, VO-raad en VNG staat een terugverdientijd van maximaal twintig jaar, maar dit is door het ministerie nog niet vastgelegd. Ons advies: raadpleeg altijd tijdig je accountant.
  2. Bij volledige doordecentralisatie. Als alle middelen voor huisvesting worden overgeheveld van de gemeente naar het schoolbestuur, dan is het investeringsverbod niet van toepassing. Toch is inspectiecontrole op handhaving van het investeringsverbod ook hier niet uitgesloten. Schoolbesturen doen er dus verstandig aan in hun verantwoording duidelijk te maken welke middelen waaraan besteed zijn.
  3. Bij het inzetten van reserves van vóór de invoering van de lumpsum (2006). Deze oude reserves investeren mag alleen bovenop het niveau van het Bouwbesluit.
  4. Bij investeringen vanuit privaat vermogen. Wanneer schoolbesturen privaat vermogen hebben (bijvoorbeeld uit de verkoop van oude eigendomsscholen, giften of ouderbijdragen), zijn zij volledig vrij waarin zij dit investeren. Dat mag dus ook in vierkante meters (extra klaslokalen), of in een ruimte die gedeeld wordt met een (kinderopvang)partner.

Meer weten over investeren in het gebouw?

Lees ook de verkenning ‘Mogelijkheden om te investeren in verduurzaming van schoolgebouwen’ op de website van ruimte-ok.nl

Bron: www.poraad.nl

Geen noodpakket lerarentekort en werkdruk

Onderwijsminister Arie Slob komt niet met een noodpakket tegen het lerarentekort en voor werkdrukverlaging. Dat laat hij weten in antwoord op Kamervragen van D66.

 

Paul van Meenen wilde van de minister weten hoe hij dacht over het voorstel van onder andere de PO-Raad en VO-raad om met een noodpakket te komen. Volgens de sectororganisaties zou daar voor het begrotingsjaar 2020 een bedrag van 423,5 miljard euro voor moeten worden uitgetrokken.

 

‘Met dit geld kan het primair onderwijs een belangrijke en broodnodige verdere stap zetten naar eerlijke salarissen voor alle personeel en het verkleinen van het loonverschil met het voortgezet onderwijs’, meldde de PO-Raad.

 

De minister gaat er niet in mee, zo blijkt uit zijn antwoord op de vraag hoe hij tegen dit voorstel aankijkt. ‘Het kabinet investeert al fors in de salarissen en werkdruk in het primair onderwijs. Zoals ik al vaker heb gezegd, is er momenteel geen ruimte om nog extra middelen beschikbaar te stellen’, aldus Slob.

 

Lees meer…

 

Bron: www.vosabb.nl

 

Informatie over bekostiging sneller bekend VO

Het ministerie van OCW heeft positief gereageerd op de klachten van de PO-Raad en de VO-raad dat de informatie over de bekostiging altijd zo laat komt. Voor het voortgezet onderwijs heeft het ministerie de bedragen al in juli in plaats van in september bekendgemaakt.

Tot nu toe kwamen de voorlopige bedragen VO voor het daarop volgende kalenderjaar jaar en de definitieve bedragen voor 2019 pas in september. Voor het PO is dit nog erger: in september worden pas de definitieve bedragen bekendgemaakt over het dan al beëindigde schooljaar en de voorlopige bedragen voor het dan net gestarte schooljaar.

Deze zomer heeft de minister al op 12 juli in een brief aan de Tweede Kamer de definitieve bedragen voor 2019 voor het VO bekendgemaakt, evenals de voorlopige voor 2020. Voor de Regeling is de voorhangbepaling van toepassing, wat inhoudt dat de regeling pas in werking treedt wanneer de Tweede Kamer na vier weken niet de wens tot overleg te kennen heeft gegeven. Dat gebeurt zelden, zodat de regeling op 10 augustus 2019 formeel van kracht werd.

Bedragen exploitatie en GPL

In de brief wordt tevens aangegeven dat de bijdrage voor de exploitatie achterwege blijft, zoals in de voorjaarsnota al was aangegeven. Daardoor zijn de bedragen voor de exploitatie voor 2018 en 2019 gelijk gebleven en zijn de voorlopige bedragen voor 2020 ook gelijk aan die van 2018 en 2019. De GPL-bedragen (gemiddelde personeelslast) worden nu met 3,13% verhoogd voor 2019 en de GPL-bedragen voor het onderwijsgevend personeel (OP) zijn voor 2020 extra verhoogd met 0,38% vanwege de Functiemix.

In de Regeling tot wijziging van de bekostigingsregelingen staan alle van toepassing wordende bedragen. De bedragen van diverse aanvullende regeling worden later bekendgemaakt, zoals die van de Prestatiebox. Naar verwachting gebeurt dat komend najaar. Het overleg over de cao 2019-2020 is nog gaande. Daardoor is het nog niet bekend wat de salarislasten worden. Tot zolang blijven de salarissen van de cao 2018-2019 van toepassing.

Bron: www.vosabb.nl

Zoeken
Agenda

Algemene vergadering Coöperatie CABO U.A.


  • Maandag 20 januari 2020, van 15.30 uur tot 17.00 uur. Locatie: kantoor CABO
  • Maandag 22 juni 2020, van 15.30 uur tot 17.00 uur. Locatie: kantoor CABO 

Regionale besturen bijeenkomst CABO-PON

     
  • Donderdag 10 oktober 2019
  • Woensdag 29 januari 2020
  • Donderdag 23 april 2020
  • Dinsdag 16 juni 2020
Laatste Nieuws
CABO Ondersteunt